Afbeelding

Schokbeton: succesverhaal van naoorlogse Kamper industrie

Algemeen

(door Michiel Satink)
KAMPEN ? De ambities in het naoorlogse Kampen waren bijkans grenzeloos. De tomeloze groei van de industrie in de Wederopbouwperiode wordt weerspiegelt in de opkomst van Schokbeton, ook landelijk gezien toen een van de grootste bedrijven. Architectuur en industrie uit deze bewogen tijden zijn nu te boek gesteld.

Het boek 'Ambitie en optimisme. Stedenbouw en architectuur in Kampen 1940-1970' begint met het Kampen uit 1940 dat met haar kwetsbare economie zocht naar een nieuwe toekomst. Het optimisme van toen werd nog zoveel groter na de oorlog en dat had alles te maken met de polders die na de oorlog ingericht moesten worden, zegt schrijver/historicus Geraart Westerink. ?Toen die polders net drooggelegd waren, moest alles van het oude land komen om dat op te bouwen. De dominees, de muziekclubs: men dacht hier in Kampen onmisbaar te zijn.? Een van de bedrijven die doorhad dat Kampen in de opbouw van de Flevopolder een erg gunstige ligging had, was Schokbeton. Het bedrijf, opgericht in 1932, had toen nog zijn hoofdzetel in Zwijndrecht maar raakte daar in de knel. In 1946 streek het bedrijf neer aan De Greente op een terrein van eerst nog 11 hectare. Het bouwplan besloeg uiteindelijk zo'n 13.000 vierkante meter en was zelfs een van de grootste fabrieken in zijn soort in Europa. Vier jaar na de komst in Kampen trad al de 1000ste werknemer in dienst.

Schokbeton is een van de bedrijven die volop profiteerde van de aanleg van de Flevopolder. Het bouwde honderden betonnen schuren op het nieuwe land. ?Het was een krankzinnig groot bedrijf?, zegt Westerink. ?In een stad waar in anderhalve eeuw alleen sigaren en blik werden gemaakt, ontstond in korte tijd zo'n kolossaal complex. En wat ze maakten, was zeer noodzakelijk: schuren en huizen.'' Toch zijn veel van de ambities juist niet uitgekomen. Dit had alles te maken met de slechte verbinding tussen Kampen en achterland. ?Grote doorgaande verkeerswegen zouden hier gaan lopen. Maar gaandeweg verschoof de focus richting Zwolle. Als in de jaren '50 al hier een nieuwe brug had gelegen, of men had een geplande doorbraak door de stad aangelegd, dan was Kampen ongetwijfeld veel groter geweest. Maar ook lelijker, al blijft dat speculeren.'' Men had de gigantische groei van het autoverkeer danig onderschat, zegt Westerink. ?De bouw van een tweede brug werd uitgesteld. De oude Stadsbrug was de enige verbinding van oude land als doorvoerroute richting Friesland. De files in Kampen haalden geregeld het landelijke nieuws. Het was een berucht knooppunt.? Het resultaat laat zich raden. ?Men ging Kampen mijden.?

Maar ook het werk dat de polder bracht, viel tegen. De gevolgen van de polderaanleg bleken onvoldoende onderzocht. De glorieuze toekomst die Kampen tegemoet ging, werd in de jaren '60 ingewisseld voor het besef van de werkelijkheid. De polderdorpen bleken zelfvoorzienend en er ontstond 'polderchauvinisme', het ideaal onafhankelijk te zijn van het oude land.

Veel is er niet meer over van de industriële gebouwen uit die tijd. De naam Schokbeton verdween na diverse overnames uit de stad. Wel staat het MOB-complex nog overeind, ooit een eindproduct van Schokbeton. De laatste fraaie productiehal van het eigen terrein verdween pas een paar jaar geleden. Westerink schreef het boek na lang onderzoek in opdracht van de gemeente Kampen juist ook omdat de architectuur uit 1940 tot 1970 onder druk staat. ?Die hal verdween terwijl ik dit boek aan het schrijven was. Het was ook lastig te bewaren, er zat betonrot in, maar jammer is het zeker. Deze architectuur spreekt het publiek niet het meeste aan. Maar het is ontstaan in ontzettend moeilijke tijden, met weinig middelen en zeer vindingrijk. Kennis vergroot begrip. Bovendien is er nu het besef dat een aantal wederopbouwpanden bewaard moet blijven.''

'Ambitie en Optimisme. Stedenbouw en architectuur in Kampen 1940-1970' is via de boekhandel te verkrijgen, of te bestellen bij de uitgever, de IJsselacademie.