Afbeelding

Tandarts Bram vult gat na pensionering met relaxen en bitterbal op z’n tijd

Algemeen

KAMPEN – “Heb jij je tanden al gepoetst Bram?” “Ja.” De kleine Bram Carsouw wist precies hoe hij zijn moeder om de tuin moest leiden. Gewoon even de tandenborstel nat maken en niemand die het controleert. Noem het de ironie van het lot, maar controle en onderhoud van het gebit bleek later zijn ‘roeping’. Na 42 jaar gaat Carsouw met pensioen en stopt hij als tandarts in Kampen. Zoon Jaap en diens vrouw Xenia zetten de prakrijk voort.

“Dat ik tandarts ben geworden, heeft er ook toe bijgedragen dat ik mijn gebit nog heb”, zegt Carsouw lachend. Vandaag de dag kijken ouders wel mee als kinderen hun tanden poetsen en zijn er reclameslogans genoeg die goed gedrag stimuleren. De tijden zijn veranderd. Vaak ten goede, maar soms ook niet.

Opleiding van de oude stempel

Carsouw is bijvoorbeeld blij dat hij nog een opleiding heeft gehad volgens de oude stempel. Hij studeerde aan de toenmalige faculteit van de Universiteit van Utrecht. Dat die werd opgedoekt, is volgens hem eeuwig zonde. “Ik durf wel te zeggen dat die opleiding destijds wereldwijd tot de top tien van besten behoorde.” Precisie werd de jonge Carsouw tot in den treure bijgebracht. Urenlang moest hij een tand met wortel natekenen tot hij de vorm wel kon dromen. Als student leerde je eigenhandig protheses maken, een ambacht dat later steeds vaker werd uitbesteed.

Dat Carsouw tandarts zou worden, stond vooraf allesbehalve vast. Gymleraar leek hem aanvankelijk geweldig en dierenarts zag hij ook wel zitten. Toch mag je wel van een roeping spreken, al verwoordt de 67-jarige Carsouw die anders dan hij als student zou hebben gedaan. “Als je mij toen had gevraagd ‘waarom tandarts’ had in waarschijnlijk iets geroepen in de trant van ‘dat het mij leuk leek om iets medisch te doen’. Terugblikkend zijn het vooral het fijne contact en de prettige gesprekken met mijn patiënten die dit werk zo leuk maakten om te doen.”

Zittend in de stoel van de tandarts vertelden patiënten Carsouw hele levensverhalen. “Ik had vaak meer het gevoel dat ik psychiater was dan tandarts”, zegt Carsouw, die in een eerder interview over zijn patiënten sprak als een club vrienden. Voor hen is hij gewoon Bram. Een man voor wie het vanzelfsprekend was ook klaar te staan bij spoedgevallen. ‘Iemand met pijn laat je als het even kan niet zitten’ was het adagium van Carsouw. Hard werken, ervaring, kennis van het ambacht en aandacht voor de mensen om wie het gaat, zijn kenmerkend voor de afscheid nemende tandarts.

Zoon Jaap kan het beamen. Van zijn vader leerde hij het vak en erfde hij de passie voor het vak. Aanvankelijk net als zijn vader zonder dat hij doorhad zijn grote werkliefde te vinden. “Toen ik aan mijn studie begon, wist ik niet eens hoeveel tanden er in mijn mond zaten”, zegt Jaap Carsouw lachend. Een decennium verder laat zijn vader Bram de praktijk in alle vertrouwen achter. In een enkel geval zal senior misschien nog een keer ‘een vriend’ behandelen. “Maar hoe lang gaat zoiets nog door?

Nee, het sopt straks echt voor Bram Carsouw. Zijn ‘vriendenclub’ gaat hij vast en zeker missen. Het beruchte zwarte gat vreest hij echter geen moment. Hij kan prima relaxen (lees even niets doen) en ontleent zijn geluk niet per se aan verre reizen. Als hij toch een bezigheid moet noemen, komt Carsouw verrassend met het maken van bitterballen op de proppen. “Dat moet ik weer eens oppakken. Een goede bitterbal maken is ook een kunst.” Bram Carsouw heeft zijn patiënten met een mail op de hoogte gebracht van zijn pensionering. In aanvulling daarop wil hij via weekblad De Brug hen bedanken voor het in hem gestelde vertrouwen.