Afbeelding
Foto: Aangeleverd

Vlierhuis wil met ‘s-Heerenbroek een volgende stap zetten

KAMPEN – Een hecht elftal dat op elkaar is ingespeeld. In ‘s-Heerenbroek treft Guido Vlierhuis een voetbalteam dat al een ontwikkeling heeft doorgemaakt. De nieuwe trainer van de IJsselploeg gaat daar op voortborduren. Hij predikt geen revolutie, maar gaat wel voor een evolutie. “Voetbaltechnisch, tactisch en conditioneel hoop ik een aantal zaken toe te voegen”, zegt Vlierhuis.

Aan het begin van zijn eerste seizoen bij ‘s-Heerenbroek vertelt hij daar graag meer over. Maar eerst nog maar eens de vraag hoe hij bij de club is terechtgekomen. Vlierhuis: “Nadat bekend werd dat Freddie van den Burg (zijn voorganger, red.) zou stoppen heb ik gesolliciteerd. Er liepen al lijntje via fysiotherapeut Jac Postma die ik ken van DOS Kampen. Zijn zoons voetballen er. Verder denk ik dat ‘s-Heerenbroek goed bij mij past. Het is een echte dorpsclub met de juiste mentaliteit. Ik heb liever dat ik mensen moet afremmen dan aanjagen.”

Vlierhuis herkent er wel wat in van de Brunneper strijdlust die DOS Kampen eigen is, de club waar hij tot zijn 33ste voetbalde in de hoofdklasse, waar hij hoofdtrainer was en ook jeugdtrainer. Na zijn loopbaan als voetballer besloot Vlierhuis zijn TC1-diploma te halen. Hij liep stage bij Nunspeet – ‘een mooie en bewogen tijd’ – en ging later aan de slag als hoofdtrainer bij OWIOS. Die laatste vereniging noemt Vlierhuis een mooie club waar hij zich opgenomen voelde in de gemeenschap. “Dat was best bijzonder om mee te maken.” In 2018 nam Vlierhuis even tijdelijk afscheid van het voetbal. De reden was de geboorte van zijn tweede kind, wat maakte dat het trainersvak naast een drukke baan en het vaderschap lastiger te combineren was. Inmiddels is zijn ‘jongste’ zes jaar oud en begon het wat de voetballerij betreft weer te kriebelen. Daarbij is ‘s-Heerenbroek een vereniging die in de buurt is.

Gevraagd naar het voetbal dat hij nastreeft antwoordt Vlierhuis: “Wat ik graag wil is dat we voetballend proberen in situaties te komen waarin we een man meer creëren en dat optimaal uitspelen. Dat kan via de flanken, maar ook door de as van het veld zodra we merken dat de tegenstander daar kwetsbaarder is. Het kan natuurlijk ook gebeuren dat de tegenstander ons compleet onder druk weet te zetten. Dan is het uiteraard niet verstandig om op te bouwen en zullen we het in de diepte zoeken.” De oefenmeester hoopt zijn spelers het inzicht mee te geven waarbij ze zelf ook makkelijk die keuze kunnen maken en weten wat er wordt gevraagd. Overigens weten de spelers voor een belangrijk deel al wel wat hun kwaliteiten zijn. “Dit team kan goed 1 op 1 spelen. Ik zou wel gek zijn als ik die kwaliteit niet zou gebruiken bij het verdedigen”, aldus Vlierhuis. “We gaan verschillende manieren van het verdedigen ontwikkelen dit seizoen, zodat we daarin kunnen variëren tijdens wedstrijden.”

De spelersgroep noemt Vlierhuis een mooie mix van ervaring en jong talent. Jonno Pruim bijvoorbeeld is een ervaren aanvaller die ook bij IJVV en DOS vlieguren maakte. Gert Kwakkel, de aanvoerder, is helaas geblesseerd. Maar met onder meer Willard Visscher, Wim Kwakkel en routinier Rob Henniphof heeft ‘s-Heerenbroek nog genoeg gogme in de ploeg. Jong talent als Daan en Niek Boersma en Max en Seth Postma zorgen daarnaast voor een goede energie. Het fit krijgen van het elftal en blessures zo veel mogelijk voorkomen is iets anders waar Vlierhuis op inzet. Dat spreekt voor zich zou je zeggen. Vlierhuis is echter tamelijk uitgesproken en consequent hierin. “Ik maak wat dat betreft gebruik van de principes vande bekende inspanningsfysioloog Raymond Verheijen. Die is een autoriteit op dit gebied. Zijn methode houdt in dat je de trainingsintensiteit gestaag opbouwt tot het einde van het seizoen. Dat doe je op de training in kleine partijtjes, middelgrote partijtjes en elf tegen elf omdat deze drie verschillende trainingsvormen elk wat anders vragen qua inspanning. Er zijn trainers die een beetje Verheijen doen, maar daar geloof ik niet in. Je doet het niet of helemaal.”

Rest de vraag wat de verwachtingen zijn als het gaat om de prestaties van ‘s-Heerenbroek. Vlierhuis: “Dat kan ik nu nog niet zeggen. In zijn algemeenheid belooft de vierde klasse een mooie competitie te worden met veel sterke clubs, mede vanwege de versterkte degradatieregeling in de voorgaande seizoenen.” Tot het einde ergens om meespelen zou al heel mooi zijn, maar ook dat is geen must. Daarover zegt Vlierhuis tot besluit: “Binnen de vereniging leeft niet de gedachte dat ‘s-Heerenbroek na de degradatie van vorig seizoen direct weer moet promoveren. ‘s-Heerenbroek is altijd een vierdeklasser geweest en wat dat betreft was het afgelopen seizoen een mooi en leerzaam uitstapje.”