Gerda van Dijk en Evert Duitman bij de koeien van Museum Stadsboerderij Kampen.
Gerda van Dijk en Evert Duitman bij de koeien van Museum Stadsboerderij Kampen.

Jubilerend museum in Groenestraat vertelt verhaal Kamper stadsboeren

(Beeld en tekst door Maarten van Gemert)

KAMPEN – Museum Stadsboerderij Kampen bestaat 25 jaar. Meerdere activiteiten zullen de komende tijd daarop de aandacht vestigen. Om te beginnen vier informatiezuilen bij de ingang van de Stadskazerne. Die vertellen het (bredere) verhaal van de stadsboeren. Dit wordt ook uit de doeken gedaan in een speciale editie van het Historisch Tijdschrift (HT).

Met een informatief programma werd het jubileum afgelopen zaterdag gevierd. Hoogtepunten waren de introductie van de vier informatiezuilen en het eerste HT-exemplaar voor de burgemeester. Museumvrijwilligers en gastauteurs hebben de juli-uitgave van Historische Verenging Jan van Arkel geheel gevuld. Bewust is het verhaal breder getrokken dan alleen dat van Museum Stadsboerderij. Een geschiedenis die pas enkele decennia geleden echt eindigde.
Koeboeren in de stad waren in en na de middeleeuwen de gewoonste zaak. Verspreid over de stad kende Kampen een paar honderd koeboeren. Stadsboeren kwamen in veel plaatsen voor, aldus Evert Duitman, voorzitter van de beheercommissie. Het aantal en de lange duur maken echter hun verhaal in Kampen bijzonder. In 1970 waren er nog vier stadsboeren maar inmiddels was er een uitsterfconstructie ingezet. Toch nam de Kamper binnenstad pas in 2000 afscheid van haar laatste boer: Teun van Zuthem. In de stadsboerderij aan Groenestraat 94 liepen tot 1975 de koeien. De lange Groenestraat kende zo’n zestig koeboeren. Kort na het stoppen van Van Zuthem is Museum Stadsboerderij geopend op 7 juli 2001.
Gerda van Dijk is één van de vrijwillig(st)ers waarop het museum draait. Zij rolt van het ene verhaal in het andere. Zo vertelt ze dat Kampen pas in 1559 stopte met het onverdeeld burgerschap. Het groot burgerrecht werd ingesteld om nieuwe burgers te lokken. Daarmee mocht men namelijk gebruik maken van de gemeenschappelijke stadsburgerweyden. In 1633 kwam er definitief een groot en klein burgerrecht. Een jaar later gevolgd door het buitenburgerrecht voor de inwoners buiten de stadsmuren.
In het museum is Van Dijk altijd in traditionele klederdracht gehuld om de juiste sfeer op te roepen. Dat doet ook de speciale editie van het Historisch Tijdschrift. Deze uitgave krijgen alle leden van HV Jan van Arkel. Voor anderen is het te koop bij het museum en MuseumStadsboerderijKampen.nl.
De burgemeester kreeg het eerste exemplaar. Vervolgens introduceerde Gerda van Dijk in een filmpje de informatiezuilen. Deze zijn tot eind september te bekijken en te lezen bij de Stadskazerne. Geraart Westerink besprak na de pauze de architectuur van de nieuwe boerderijen na de uittocht van stadsboeren èn de ruilverkaveling. Wouter Berns legde tenslotte een brug naar het aanstaande Avercampjaar met enkele schilderijen van de beroemde Kamper schilder waarop koeien staan.
Met het vertrek van de stadsboeren is zowel de fysieke als de figuurlijke afstand tot boeren vergroot en hun zichtbaarheid verkleind. Museum Stadsboerderij Kampen gaat daar tegenin. Van Dijk schetst hoe bezoekers beseffen dat ze met een stap over de drempel van Groenestraat 94 teruggaan in de tijd. Toen de agrarische stand in de stad floreerde. Het museum vertelt dat verhaal al 25 jaar.