
Chanoekaviering Kampen: „Lichtpuntje in de duisternis”
· leestijd 2 minuten Algemeen(door Maarten van Gemert)
KAMPEN – Voor het tweede jaar werd de Chanoekaviering Kampen gehouden in de binnentuin van Margaretha. Naast de opperrabbijn en de burgemeester was dit jaar ook de honorair consul van Israël aanwezig. De zevende kaars op de menorah werd ontstoken. De manshoge negenarmige kandelaar uit Kampen had in de voorafgaande week in Amsterdam haar licht verspreid.
Het vieren van Chanoeka is al jaren een gewoonte in Kampen. De Joodse gemeenschap in Kampen is gedecimeerd na de Tweede Wereldoorlog. Jeroen Kanis laat zich daardoor niet uit het veld slaan. Met de ’Vrienden van Synagoge Kampen’ organiseert hij al jaren een viering in de week van Chanoeka. De belangstelling was wederom groot en de gesproken woorden indrukwekkend.
Kampen
Kanis sprak over een ”hartverwarmende opkomst” die hij niet had kunnen bevroeden in 2011. Toen nam hij met een kleine groep vrienden het initiatief voor de Chanoekaviering. Eerdere jaren werd dit gevierd bij de voormalige synagoge aan de IJsselkade, met steun van gemeente en de Joodse gemeenschap. Kanis stond niet stil bij het recente drama in Sydney (Australië) waar een aanslag werd gepleegd op een joods festival. Bij de opperrabbijn en de honorair consult duurde het even voordat dit ter sprake kwam.
Binyomin Jacobs, opperrabbijn van het Interprovinciaal Opperrabbinaat, leidde de viering dit jaar voor de zesde keer. Vooraf was hij nog goed gemutst en grapte over zijn hoogtevrees voor het keukentrapje. Na het ontsteken van het zesde olielampje als kaars op de menorah werd hij bloedserieus en hield een vurig betoog waarin hij stelde dat het antisemitisme heden weer opkomt. Burgemeester Sander de Rouwe had voor Jacobs de sjammasj (dienende olielamp) ontstoken. Aan de kinderen deelde hij trendels (draaitolletjes) uit, joods speelgoed tijdens Chanoeka. „Een spelletje voor de kinderen, een boodschap voor de volwassenen”, aldus De Rouwe. Voor hem symboliseerde het ook de veerkracht van het geplaagde Joodse volk. Fijntjes wees hij erop dat Kampen volgend jaar haar 800-jarig bestaan viert maar dat daar voor de Kamper joodse gemeenschap 80 jaar afgaat. De gemeenschap krabbelt echter nu weer op.
![]()
Voorafgaand aan de viering speelde de klezmerband Mishmash van Quintus (foto: Maarten van Gemert)
Amsterdam
Roger van Oordt, voormalig directeur van Christenen voor Israël, was aanwezig bij Margaretha als honorair consul van Israël. Hij begon als eerste over de terreur en het antisemitisme. Van Oordt wees erop dat sommige Joden de menorah niet meer voor het raam durven te laten branden.
Jacobs ontstak de zevende van de acht kaarsen op de menorah in Kampen. Zaterdag 20 december was twee dagen voor het einde van de joodse ’feestweek’ dat ook bekend staat als lichtfeest of toewijdingsfeest. De opperrabbijn vertelde dat hij ’s woensdags dezelfde menorah had mogen ontsteken in Amsterdam. Tijdens de manifestatie ’Sta op wordt verlicht’ had een andere partij een chanoekaviering op De Dam georganiseerd maar met de menorah van ’Vrienden van Synagoge Kampen‘.
Jeruzalem
Benjamin Jacobs haalde de oorsprong aan van het Chanoekafeest aan zoals beschreven in de boeken Maccabeeën 1 en 2. Hij trok een vergelijking met de huidige tijd. Het volk Israël leefde in duisternis zoals nu ook de Joden soms bedreigd, opgejaagd of erger worden. In het jaar 165 voor Christus werd Chanoeka ingesteld om de nieuwe tempel in Jeruzalem te vieren plus het nieuw ontstoken licht op het nieuwe altaar aldaar. Dat licht zag Jacobs ook in de Chanoekaviering in Kampen, die ordentelijk en zonder ongeregeldheden is verlopen. Tenslotte werd het volkslied van Israël gezongen maar toen verlieten al veel mensen het terrein. Voor Jacobs was, zowel op De Dam als in de binnentuin van Margaretha, Kampen ”een lichtpunt in de duisternis”.
![]()
Opperrabbijn Binyomin Jacobs steekt de kaarsen (olielampjes) op de menorah aan (foto: Maarten van Gemert)





























