Een archieffoto van Fatih uit 2019.
Een archieffoto van Fatih uit 2019. Foto: BrugMedia

In memoriam: Fatih Sahan

· leestijd 2 minuten Algemeen

(door Alex de Jong)
Fatih Sahan woonde in mijn buurt, dus met regelmaat liep ik langs zijn huis. Zou ik even aanbellen en vragen hoe het met hem gaat? Maar: ‘Zit hij daar wel op te wachten?’ en ‘Zou hij nog wel leven?’ Twijfel. We kenden elkaar, als buren, al tientallen jaren en sinds enkele jaren spraken we elkaar met enige regelmaat; zij het vaak kort. Fatih had kanker, wist ik. Terminaal. En toch is het schrikken als je op zaterdag 28 oktober leest dat hij de avond daarvoor is overleden. Diezelfde vrijdagavond waarop onze jongste (stief)zoon bij hoge uitzondering naar Club Fatih was, vanwege een feest.

Ja, Fatih had in een Kampen een ‘club’ met zijn naam. Ik ben er nog nooit geweest. Nadat hij de horeca verliet, startte hij Stichting Lijsternest, waar hij met ‘moeilijke jongens’ meubels van steigerplanken maakte. Een jaar of vijf geleden, toen ik nog vlak naast zijn pand kantoor hield, liet hij het me vol trots zien. ‘Kom, buurman’, was het. Of ik moest op een zonnige dag, wanneer ik met de fiets tussen zijn duiven en kippen door schoot, even een kopje koffie komen drinken; buiten, op de robuuste banken die ‘zijn’ jongens hadden gemaakt. Een amicale, grote, vriendelijke man. We groetten elkaar steevast als hij door Kampen in zijn Lijsternest-vrachtwagen naar het industrieterrein reed en ik hem op de fiets voorbij sjeesde. Al vele tientallen jaren woonden we in dezelfde straat, maar tot een gesprek was het eigenlijk eerder nooit gekomen.

Kwartels
Onze levens raakten meer met elkaar ‘verbonden’ toen hij door gezondheidsproblemen meer thuis was en hij vernam dat ik kwartels in mijn schuur had. Fatih hield van vogels. Ooit had hij zelf ook kwartels gehouden, vertelde hij. Fatih werd een vaste afnemer van de supergezonde eitjes en ‘verfoeide’ me omdat ik de vogels ook slachtte en opat. ‘Buurman, dat kan echt niet’, liet hij me fijntjes weten.
Ik vertelde hem dat ik de vogels in onze voortuin meer ruimte wilde geven in een nieuwe schuur. Hij glimlachte en zei: ‘Vertel maar wat je nodig hebt aan hout.’ Op mijn vraag wat dat moest kosten, schudde hij zijn hoofd. ‘Niets, natuurlijk. Ik heb hout genoeg.’ Maar wie moest het bouwen? Ik heb als tekstschrijver twee linkerhanden. ‘Dat komt wel goed’, verzekerde hij me.

Die nieuwe schuur kwam er nooit, want het leven had iets anders voor ons in petto. Elise en ik besloten om vanaf maart ’24 in Bulgarije een nieuw leven op te bouwen. De kwartels werden dus verkocht. Ons wachtte een avontuur elders. Fatih vond het jammer te horen dat er geen eitjes meer waren, maar juichte onze toekomstplannen toe. Hoe het met hem ging, wilde ik met regelmaat weten. ‘Goed’, klonk het dan schuchter, alsof hij liever niet over zichzelf sprak. Hij vertelde niet graag dat hij zich zorgen maakte over zijn gezondheid. Hij was meer en vooral oprecht geïnteresseerd in de ander.  

Mooi mens
Deze zomer hoorde ik dat hij voor behandeling in Turkije zat. Kanker. Dat was schrikken. Vooral omdat hij me (een jaar?) daarvoor al eens had verteld dat hij na vele slopende onderzoeken de diagnose kanker had gekregen, zijn familie op de hoogte had gebracht en vervolgens later te horen kreeg dat de arts zich had vergist en hij toch geen kanker had. Maar? Hoe? Wat? Nu dan toch… was het dan allemaal geen vergissing geweest?
Dus toen ik hem enkele maanden geleden weer - langzaam schuifelend - door onze buurt zijn wandelingetje zag maken, wilde ik graag horen hoe het met hem ging. ‘Niet goed. Ik heb overal pijn, Alex.’ Hij was uitbehandeld en wilde thuis, in de nabijheid van zijn geliefde gezin, sterven.

Op 1 oktober, zijn verjaardag, schudde ik hem op onze parkeerplaats de hand. ‘Nog vele jaren erbij’, grapte hij fluisterend. Ik legde mijn andere hand op zijn arm en voelde hoe mager hij was geworden. ‘Oh, dat wens ik je zeker toe. In goede gezondheid, zeker. Kon dat maar.’ Hij produceerde een flauwe glimlach. ‘Dank je wel, Alex.’ Mijn vrouw gaf hem een knuffel, keek hem in de ogen en zei: ‘Je bent een mooi mens.’ Hij had het er moeilijk mee, dus liep hij snel door. Man, wat moet dat zwaar zijn, zeiden we tegen elkaar; iedere dag leven in pijn, wetende dat het einde nadert.

Zaterdagochtend las ik het bericht van zijn familie op zijn eigen FB-pagina. Een goedlachse, gezonde Fatih kijkt me aan. ‘Ach, Fatih, lieve kerel’ tikte ik. ‘Wat een gemis. Je droeg je noodlot zo enorm moedig. Respect voor jou als mens. Sterkte voor alle betrokkenen.’ En ik voel de tranen, voor een man die ik nauwelijks heb gekend, maar die een onuitwisbare indruk heeft achtergelaten.