Van der Sluis samen met zijn buurjongens.
Van der Sluis samen met zijn buurjongens. Foto: Jan van der Sluis

Verhalen van Groot-IJsselmuiden: aan het tuinpad van mijn vader

· leestijd 4 minuten Algemeen

(door Robert van den Belt)

In de historische rubriek Verhalen van groot IJsselmuiden duikt Robert van den Belt in het verleden van deze regio.

IJSSELMUIDEN - De Koekoekspolder een plek waar ik vroeger vaak kwam. Een jaar of acht heb ik in de Koekoek gewerkt, bij verschillende bedrijven. Eerst in de bloemen en later een jaar of vijf in de witlof. Toen ik bij een groenteboer kwam werken kreeg die Koekoekspolder opnieuw een plek. Ik mocht met de bus groentes en fruit ophalen in de polder. Ik kwam bij verschillende bedrijven. Ik vond dat fantastisch. Werken met mooie producten van eigen bodem. De Koekoek was ook de plek waar ik jaren in de keet heb gezeten, met een hoop gezelligheid. De Koekoekspolder een plek van harde werkers, mooie producten en een boel gezelligheid. Vandaag gaan we in gesprek met Jan van der Sluis die er geboren en getogen is. 

De Top 2000 

Op een maandagmiddag rijd ik naar het huis van Jan. Hij woont al een tijdje niet meer in de Koekoek, maar de plek is altijd belangrijk voor hem geweest. Jaren van hard werken en een heleboel plezier. “Als ik aan de Koekoek denk, dan moet ik altijd aan de top 2000 denken. Als ‘Het Dorp’ van Wim Sonneveld wordt gedraaid, dan denk ik altijd aan het stukje: ‘Aan het tuinpad van mijn vader’. Ik zie dan gelijk de hoge bomen aan de Tuinderweg voorbij komen. De Tuindersweg was vroeger nog een puinweg. Geen grind, maar echt puin. Uiteindelijk werden de wegen verbeterd en veranderd in asfalt. Dat was een hele vooruitgang, kan ik je vertellen.”

Kinderjaren 

Jan kan zich nog een heel aantal dingen voor de geest halen uit zijn jeugd in de Koekoek. “Als kind gingen we de weilanden in. Je kon tot in de weide omgeving kijken en niemand zien. We speelden dan bij de slootjes. We vingen stekelbaarsjes en gingen opzoek naar kikkerdril. In die tijd waren er zelfs nog wellen in de Koekoek te vinden. Het water lag toen hoger. Je kon op je hurken het water aanraken. Als we niet in de weilanden te vinden waren, speelden we ook veel ‘cowboytje’. We maakten dan een wigwam. Dat was fantastisch fantasiespel. Vroeger stonden er aan de Tuinderweg nog lantaarnpalen van hout. Als er storm was geweest, klom meneer Van Asselt de houten palen in. Dit deed hij met speciale klimijzers. Hij ging ze repareren. Dat zijn dingen die je nooit meer vergeet.”

De teelt 

De ouders van Jan hadden een tuindersbedrijf. Dit ging vroeger heel anders dan hoe het er nu aan toe gaat. “In de zomer werden bij ons verschillende soorten groenten geteeld, zoals sla, bospeen, radijs, bieten en andijvie. In de winter voornamelijk witlof. Dit werd geteeld in een kas. De wortels zaten ongeveer vijftien centimeter in de grond. De wortels werden afgedekt met een laag stro. De eerste witlof was Productiva. Dit is witlof op verschillende hoogtes. Daarna kreeg je zoom dit is een hybridesoort. De witlof kreeg steeds meer dezelfde hoogte. Later kreeg je een omslag dat de witlof uit de kassen verdween en op bakken werd gezet in een trekschuur. Dit heet de watercultuur.”

Bij ons thuis

“Mijn vader werkte in de zomer voornamelijk als vertegenwoordiger. Hij verkocht groentezaden. In de winter was hij thuis en werd er witlof geteeld. Mijn moeder was thuis. Vaak moesten wij kinderen helpen. Ik weet nog goed dat ik een aantal dagen moest helpen in de bieten. Wat heb ik dat werk vervloekt. Ik zou nooit als tuinder aan het werk gaan. Daarnaast was er bij ons thuis een winkeltje waar groentezaden werden verkocht.”

Tuinder

Uiteindelijk wordt Jan op zijn negentiende zelfstandige, maar daar ging nog een geschiedenis aan vooraf. “Ik ben op de Lts een opleiding gaan volgen in de metaal. Hier heb ik twee jaar in gewerkt. In die periode was daar weinig werk in. H. Wezenberg wist dat en kwam bij mij om te vragen of ik hem een poosje kon helpen. Ik wilde eigenlijk niet aan het werk als tuinder, maar H. Wezenberg bracht daar veradering in. We begonnen om drie uur in de ochtend, wanneer het werk klaar was dronken we vaak nog een biertje. Dat was erg gezellig. 

Toen ik negentien was ben ik zelfstandig tuinder geworden. Als je vader je roept dan vind je dat als kind toch lastiger. Als je in die tijd een kas had van 3000 vierkante meter, dan was je een grote tuinder. Tegenwoordig tel je pas mee wanneer je 30 hectare hebt. Daarnaast is er in de Koekoek een monocultuur ontstaan. Er werden vroeger bij tuinders verschillende groentes geteeld. Tegenwoordig wordt ingezet op één product, zoals komkommers, tomaten of paprika. Toen ik zelfstandige was, werkte ik soms wel tot een uur of tien. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Als hoogtepunt van mijn tuinderscarrière heb ik nog in de landelijke krant gestaan. Ik was de eerste van het seizoen met witlof.”

Bloementeler en docent 

Na een carrière als tuinder wordt Jan bloementeler. “Ik ben begonnen met zomerbloemen. Het werken als bloementeler is altijd een uitdaging geweest. Soms probeerde je een soort te vervroegen of te verlaten. Soms bracht het product veel op en de andere keer eigenlijk niet zoveel. Later zijn we ook begonnen met een winkel. Dit begon eerst met het verkopen van bloemen aan de weg. Later hebben we een winkel gebouwd. In de schuur werden de bloemen klaar gemaakt voor de veiling en de winkel.”

Jan is een man die niet stil kan zitten en die mensen graag wat leert. “28 jaar geleden kwam er een docent langs van de landbouwschool, die toen gelegen was aan de Spoorkade. Hij kwam met leerlingen om bij ons verschillende werkzaamheden uit te voeren. Later vroeg hij of ik het misschien leuk vond om les te komen geven. Dit begon met ongeveer acht uur in de week. Ik deed dat echt als hobby. Elk jaar kwamen er wat meer uren bij. Uiteindelijk had ik zoveel uren dat ik de keuze voor het onderwijs heb gemaakt. Aan de spoorkade heb ik een jaar of tien gewerkt. Uiteindelijk werd de Via in Kampen gebouwd en kwamen we daar terecht. Dit gebouw staat er nu al een jaar of vijftien. Tussendoor heb ik ook nog op het praktijkonderwijs gewerkt aan de Noordweg in Kampen.”

Veelzijdigheid 

Het ondernemen en elke keer nieuwe uitdagingen aangaan zit Jan in het bloed. “Toen we nog de winkel hadden, hielden we pompoenmarkten. Dat was altijd een heel gebeuren. We verkochten soms wel 10.000 pompoenen. Dat is een ongelooflijk aantal. Op 29 februari 2024 ben ik met pensioen gegaan als docent. Het was voor mij een hele mooi tijd in de Koekoek en in het onderwijs. Ik denk hier nog vaak aan terug, met leuke herinneringen”, sluit Jan af.

Jan met zijn broer.
Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Abonneer gratis

op de digitale krant en op
de wekelijkse nieuwsbrief.