Schaatsen in 1997.
Schaatsen in 1997. Foto: Archief IJsclub.

De verhalen van Groot IJsselmuiden: Schaatsplezier in Grafhorst

· leestijd 3 minuten Algemeen

(door Robert van den Belt)
GRAFHORST/IJSSELMUIDEN - Ik weet nog goed dat de IJsselmuider IJsbaan vroeger op een andere plek lag. Achter de SPGIJ-manege. Vriendjes gingen op vrije dagen volop naar de ijsbaan. Maar dat was niet aan mij besteed. Wat ik mij nog kan herinneren van mijn basisschooltijd was dat er wedstrijden werden gehouden op de ijsbaan. Ik liet mij niet kennen en trok de Vikings van mijn moeder aan. Ik probeerde in beweging te komen en ja, hoor daar lag ik weer. Dat was geen succes. 

Motorisch wat onhandig? Dat laten we maar even in het midden. Wat ik altijd leuk vond is dat er bij die wedstrijden ook gestempeld werd. Het voelde als een Elfstedentocht in het klein. Al heb ik daar geen weet van. Ik ben namelijk van 1998 en de laatste Elfstedentocht dateert alweer van 4 januari 1997. Maar dat terzijde, de sfeer van de kou en de gezelligheid zijn we toch nog niet verleerd? 
Het is maandag 8 januari en ik rijd vanaf Emmeloord naar Grafhorst. Het is al 2 jaar geleden dat ik voor het laatst een verhaal schreef over Grafhorst. Eigenlijk best zonde. Voor de kerstvakantie nam ik contact op met Henk Zeegers om eens te praten over het schaatsen in Grafhorst. De laatste keer dat ik bij hem was geweest, hadden we daar uitgebreid over gesproken. Ik kreeg zelfs een boekje van hem mee met de titel ‘schaatsplezier in Grafhorst’. Geschreven door Gerrit Schinkel. Hij schreef dit naar aanleiding van het 100-jarige bestaan van de ijsclub.
Onderweg naar Grafhorst wordt erop de radio gesproken van winterse tempraturen. Meerdere dagen gaat het vriezen. Ondertussen is er in het weekend ook weer schaatsen te bewonderen op tv. De grote vraag komt dan weer naar boven en die luidt: Kunnen we schaatsen?
Ik parkeer mijn auto voor het huis van Henk en ik loop via de achterdeur naar binnen. Zo doen we dat op het platteland. We hebben elkaar al een hele tijd niet gezien, maar het voelt altijd vertrouwd. Bij binnenkomst is ook Bart Last aan tafel gaan zitten en bladert door één van de archiefboeken van de IJsclub. Henk maakt voor elke tien jaar een map met foto’s en krantenartikel. “De mappen worden wel steeds dunner”, grapt Henk.
Op 5 februari 1905 wordt in Grafhorst IJsclub De Hoop opgericht. Wat niet de eerste ijsclub voor Grafhorst is. Op 19 december 1879 wordt ijsclub De Eendracht opgericht. “Er was in die tijd geen eendracht, maar wel Hoop”, zegt Henk.
Het schaatsen is een bezigheid wat leeft bij de Grafhosters. Vroeger was het schaatsen erg belangrijk. Al eeuwen lang leefde het dorp van de visserij en het snijden van riet. Grafhorst wat best geïsoleerd lag, leefde vroeger van de Zuiderzee. Wanneer het winter was werd er ook gevist. De schaatsen werden dan aangetrokken en er werd een gat gemaakt in het ijs. Daarnaast werd er in die periode ook geschaatst naar Schokland om riet te gaan snijden. In 1932 wordt de Zuiderzee, het IJsselmeer. Wat ervoor zorgt dat schaatsen niet meer ingezet wordt voor de kost. Het schaatsen krijgt steeds meer de vorm van plezier en sport.
Grafhorst kent een mooie geschiedenis als het om het schaatsen gaat. Wanneer het kon werd er op het Ganzendiep geschaatst. Hier werden tochten gehouden waarbij niet alleen mensen uit de omgeving kwamen, maar ook uit Friesland. “In 1963 en 1997 waren er wel meer dan 1500 mensen, die meededen met de tocht over het Ganzendiep. Het was toen een koude winter. Er wordt ook wel gesproken van de hel van 63”, aldus Henk.
Er worden niet alleen wedstrijden gehouden op het Ganzendiep, maar ook op de eerste ijsbaan aan de Branderdijk. Deze ijsbaan wordt in 1933 in gebruik genomen. In 1959 wordt er uitgeweken naar de huidige IJsbaan. Deze is te vinden op de gemeenteweidegrond De Halingen. In de geschiedenis worden er tal van wedstrijden en competities op deze ijsbaan gehouden.
Henk (31 jaar) en Bart (16 jaar) zijn al vele jaren actief binnen het bestuur van de ijsclub. Henk vind het maar wat geweldig de sensatie op het ijs. Bart heeft het meegekregen in de genen. Zo gaat hij ook deze maand schaatsen in Oostenrijk op de Weissensee. Samen met zijn 15 jarige zoon. “Het is iets wat ik heb meegekregen in de genen. Mijn opa Bart Last was ook een goede schaatsers. Hij was meerdere keren de winnaar van Groot-IJsselmuiden. Er werden dan binnen de club wedstrijden gehouden. De beste drie winnaars mochten dan meedoen aan het kampioenschap van Groot-IJsselmuiden.
Op dit moment heeft de ijsclub meer dan 400 leden en bestaat het uit een negentallig bestuur. “We mogen altijd een mooie opkomst verwachten wanneer er geschaatst geword. We zorgen ervoor dat alles geregeld is. We doen het met elkaar en daar zijn we trots op. IJsclub de Hoop mag gezien worden als de bakermat van alle andere ijsclubs binnen Groot-IJsselmuiden”, sluiten beide heren af.

1963: een tocht in samenwerking met de IJsclub van Kampereiland.