
Hondenhoek: Wolven op afstand
· leestijd 2 minuten AlgemeenIn de column Hondenhoek belicht kynologisch gedragstherapeut en doorgewinterd hondenkenner Bert Nieuwenhuis één actueel gedragsthema. Aan de hand van voorbeelden vertaalt hij het naar heldere, direct toepasbare tips voor een harmonieuzer leven met uw hond.
In een tijd dat de dierenhouder zijn vee moet beschermen tegen ongewenste pogingen van de wolf die soms behoorlijk schade kan berokkenen onder een veestapel in bepaalde gebieden, is het heel logisch dat er naar maatregelen wordt gezocht om slachting zoveel mogelijk tegen te gaan. Dit gebeurt onder andere door het omrasteren van weidegebied waar het vee loopt, al of niet in combinatie met aanbrengen van schrikdraad.
Maar heel spaarzaam worden er ook wel honden ingezet die voor wat betreft hun maat in ieder geval al afschrikwekkend zijn. Wij kunnen hierbij denken aan honden die al eeuwen lang in Turkije ter bescherming van het vee worden gebruikt zoals de kangal. Ook in Spanje kent men de eeuwenoude traditie om Pyrenese berghonden in te zetten als beschermer. Stuk voor stuk geweldig massale honden en licht gekleurd om de hond goed te kunnen onderscheiden van de wolf. Om indrukwekkend genoeg te zijn, worden de honden vaak samen met meerdere soortgenoten gehouden bij het vee.
De gemiddelde mens zal denken dat deze honden over een reusachtig vechtvermogen beschikken maar dit is slechts ten dele waar. Hun aanwezigheid is genoeg om wolven op afstand te houden en als groep honden zouden ze bestand kunnen zijn om het gevecht met een wolf te winnen. Maar de wolf is er in het algemeen niet op uit om aangevallen te worden door een meute gigantische veebeschermers en kiest meestal voor vluchtgedrag. Wat vraagt dit nu van de kuddebeschermer? Ten eerste moet hij door zijn kleur, gewicht en grootte zodanig opvallen dat een potentiële aanvaller zich terdege bedenkt voordat hij de aanval inzet.
Maar er is nog een eigenschap waaraan voldaan moet worden en die is dat de hond het vee ziet als zijn groep waarmee hij een sociale band onderhoudt. Dit betekent dat de hond vanaf pup moet zijn gesocialiseerd met het vee dat hij later moet beschermen. Hij moet dus niet als een bezetene achter vee aanjagen, maar ermee verbonden zijn. Dat is iets anders dan de huishond die een heel nauw contact met de mens behoort te hebben. Ook moeten de kuddebeschermers beschikken over de eigenschap dat zij de plek waar het vee graast tot hun territorium rekenen en dit bij onraad willen verdedigen.
Dit maakt dat de kuddebeschermer, als die al in de bebouwde kom wordt gehouden door alleen maar huisdierenbezitters, niet zo geschikt is om daar te bivakkeren. Omdat de hond door zijn instinct wordt bestuurd en gedreven, zal hij vanzelfsprekend zijn terrein tegen vermeende indringers beschermen. Het is dan ook niet verstandig om even uit te proberen of een dergelijke hond vriendelijk door ons mensen benaderd kan worden, ook al zal de hond niet direct de gevechtshouding aannemen tegenover de mens. Daar is hij niet voor gefokt, maar hij is wel gecreëerd om rekening mee te houden.
Deze creatie heeft alles te maken met het instinct van het dier en de stadseigenaar die dit over het hoofd ziet heeft een probleem, want de hondenrassen waarover wij het nu hebben, zijn al eeuwen geleden aangehouden om vee te beschermen. De honden die dit het best deden, werden ingezet om mee door te fokken en zo werden die eigenschappen in de hele populatie vastgelegd. En vastleggen betekent dat in ons geval de eigenschappen van waakzaamheid over de kudde en beschermingsdrift diep ingeworteld werden in al die honden die de kudde beschermden. Zo ontstond er in het brein van die honden dat zij in tijd van nood die eigenschappen spontaan, zonder te hoeven denken, naar voren lieten komen. Dit noemen wij instinct. Echter, dit wil zeggen dat het dier in noodsituaties niet anders kan dan handelen zoals dit wordt ingegeven. Op deze manier is binnen zoveel rassen binnen in hun brein een manier van handelen ontstaan die spontaan optreedt ook al heeft het individu nooit van tevoren geleerd om daar een oplossing voor te bedenken. Een hondengeleider zal dus wel degelijk rekening moeten houden met instinct, voordat hij erin stinkt en het verkeerde ras kiest dat niet aan zijn verwachtingen voldoet.
En de kuddebeschermingshonden: het zou kunnen dat zij op den duur in ons land ook een rol gaan vervullen. Hier wordt al spaarzaam aan gewerkt.
Bert Nieuwenhuis.



























