
Hondenhoek: Wat is taal?
· leestijd 2 minuten AlgemeenIn de column Hondenhoek belicht kynologisch gedragstherapeut en doorgewinterd hondenkenner Bert Nieuwenhuis één actueel gedragsthema. Aan de hand van voorbeelden vertaalt hij het naar heldere, direct toepasbare tips voor een harmonieuzer leven met uw hond.
Wat is taal eigenlijk? Het begint met het produceren van een klank en vaak ontstaat dat vanuit een gevoel. Met een aantal klanken aan elkaar kunnen woorden gevormd worden en woorden achter elkaar kunnen tot een zin aaneengesmeed worden totdat zinnen een verhaal produceren. Althans zo doen mensen dat gedeeltelijk. Want wij zeggen met ons lichaam ook belangrijke zaken. De hond brengt wel klanken voort maar niet vanuit zelfbedachte verhalen. Hij doet het heel sterk vanuit emoties. Hij is blij, boos, heeft stress of is angstig. Voor al deze emoties heeft de hond wel een lichamelijk uitdrukking. Als hij stress heeft kijkt hij weg en laat daarbij veel oogwit zien, hij gaat gapen en misschien wel trillen. Is hij boos dan verschijnen er rimpels boven zijn neus, kan gepaard gaan met grommen, de tanden worden ontbloot, geeft een snauw en in het uiterste geval wordt een beet uitgedeeld. Angst bij het dier wordt door de meeste mensen direct herkend. Blijheid laat onze viervoeter horen door hoog te blaffen en kan hij tonen door rondjes om je heen te rennen. Honden zijn overigens het vaakst blij. Zij hebben (evolutionair) gezien geleerd dat het leven soepeler verloopt als je lacht dan dat je met een fles azijn rondloopt. Toen zo’n 40000 jaar geleden onze hond al een relatie met de mens kreeg omdat hij wild kon opsporen, voertuigen kon trekken of waakzaam was, waren dat al eigenschappen die hem tot fijne metgezel maakten.
In onze huidige maatschappij zijn de functies van de hond veranderd. Hij is van gebruiksvoorwerp geworden tot gezinslid. Hiervoor is het nodig dat er van de hond aanpassing op een ander niveau wordt gevraagd en dat hij zijn taal ook aanpast. Maar dat kan het dier als geen ander omdat hij al zo lang omgang met mensen heeft. Hij houdt zich op een wonderlijke manier staande. Echter, dat doet hij op z’n best te midden van mensen die hij vertrouwt. Hij kijkt je dan recht en doordringend in de ogen, iets wat eerder onbeschoft dan beleefd overkomt. Met dit soort beleefdheden houdt hij geen rekening. Hij wil van zijn mensenvriend weten wat die precies bedoelt. Vreemde mensen krijgen meestal niet de kans dat oogcontact met de hond te maken. Recht in de ogen kijken kan dan zelfs voor de hond bedreigend over komen. Dat doen zij wel onderling als soortgenoten elkaar niet vertrouwen. Daarom lopen vreemde kinderen die op ooghoogte van de hond staan een beetje risico als ze plotseling voor de hond verschijnen. Maar een goed gesocialiseerde hond loopt dan wel even naar de andere kant en dat is het signaal voor de eigenaar om met de ouders van het kind te praten. Gelukkig ervaar ik onderweg eigenlijk alleen maar dat kinderen tegenwoordig hebben geleerd om de vraag te stellen: “Mag ik hem aaien?” Dan moeten de ouders een compliment krijgen dat ze hun kind op dit vlak zo goed hebben opgevoed. Maar niet alle mensen vinden honden leuk en daar hebben zij volkomen het recht toe. Hondeneigenaren moeten dan hun hond niet al te opdringerig laten worden en moeten hem dus ook niet de gelegenheid geven om contact met deze mensen te maken. Door de hond afzijdig te houden laten wij met lichaamstaal, eventueel aangevuld met een mondelinge, vriendelijke toevoeging, aan onze soortgenoten zien dat wij hun zienswijze accepteren en respecteren. Dan is taal toch een prima communicatiemiddel?
Bert Nieuwenhuis.





























