
Hondenhoek: Dominantie bij honden: misverstand of natuurlijke balans?
· leestijd 2 minuten AlgemeenElke week in Hondenhoek belicht kynologisch gedragstherapeut en doorgewinterd hondenkenner Bert Nieuwenhuis één actueel gedragsthema. Aan de hand van voorbeelden vertaalt hij het naar heldere, direct toepasbare tips voor een harmonieuzer leven met uw hond.
Afgelopen week kwam ik een beledigde baas tegen die zijn naar ons toe rennende hond beschuldigde van altijd dominant te willen zijn. En dat moest de baas dan beantwoorden door daar hard tegen op te treden. Die hond wilde de taak van de baas overnemen maar daar stak de baas ten allen tijde een stevige stok voor. Hij was de baas en de hond niet. Ik kon op vriendschappelijke manier vragen of dit geholpen heeft, want mijn conclusie was dat de hond nog steeds dit gedrag vertoonde. En dan is het tijd om te proberen mijn stelling duidelijk te maken. Dominant zijn wil niet zeggen dat de hond in alle gevallen dominant is. Wel in dit geval waarin hij de baas wilde spelen over mijn hond. Maar als diezelfde hond bij de baas komt bedelen omdat hij een versnapering wil en de baas daar geen gehoor aan geeft, is niet de hond maar de baas dominant. Of als de hond naar de visite wil en de baas hem naar z’n ligplaats stuurt. Wie is dan de “underdog”? Als de hond altijd zou overheersen zouden wij kunnen spreken van dominantie van de hond maar dat gebeurt in de praktijk niet. Genetisch gezien moeten wij stellen dat dit dier op een prettige manier zijn leven in de groep wil doorbrengen. Dat betekent samen leven. Maar dat wil ook weer niet zeggen dat de hond nooit van zich laat spreken want dit gebeurt op sommige momenten wel degelijk.
Mensen doen dit soms ook: neem bijvoorbeeld de druktemaker op een feest. Of: de spreker die de groep enthousiast maakt om een actie op touw te zetten. Of: de vader of moeder die een kind naar bed sturen. Zij zijn in deze gevallen heel erg aanwezig. Maar...er is niet altijd feest voor de feestganger en dan zit die misschien thuis rustig voor zich uit te kijken naar de tv terwijl een spreker van een bepaalde groep zich verontschuldigt voor het brute optreden van zijn groep. En dan gaan wij het niet hebben over die ouder die toch maar toegeeft aan de volhardende vraag van de kinderen of ze nog even mogen opblijven. Ineens zijn die mensen niet meer zo aanwezig, oftewel dominant. Zo werkt het nu eenmaal bij mensen maar ook bij honden. Dat leerde mij dat je niet altijd iets opschiet met druk uitoefenen op de hond. Je schept dan vaak verwarring die uitmondt in onzekerheid bij het dier. Ik hoef niet altijd de roedelleider te zijn maar dat is wel iets anders dan de hond altijd zijn zin geven. Alleen als situaties daar om vragen moet je als begeleider wel eens ingrijpen. Zo’n situatie kan zich voordoen als blijkt dat twee naderende honden, elkaar nauwelijks vertrouwen (aarzelend naar elkaar toe lopen met oren naar voren gericht, staart stokstijf omhoog en elkaar blijvend aankijken). De kans is groot dat er iets staat te gebeuren. Dan is de geleider aan de beurt om de leiding te nemen en de hond aangelijnd af te voeren. Iedere hond zal dit begrijpen maar misschien onder grommend protest toch uiteindelijk meelopen. Achteraf zal hij je dankbaar zijn dat hij aan een gevecht is ontkomen.
Het “begrip” van honden is door MRI-scans enkele keren door de wetenschap volledig aangetoond. Hersendelen en hun functioneren bevestigen deze stellingname. Maar voor deze uitkomsten van testen moeten wij eerbied tonen, want een MRI-scan vereist dat een proefpersoon volkomen stil ligt. Bij mensen lukt dit nog wel maar deze houding is slechts een enkele hond gegeven. Of hij moet door liefdevolle oefening zonder dwang zover gebracht zijn.
Bert Nieuwenhuis.


























