
Hondenhoek: waarom jouw huisdier niet graag alleen blijft
· leestijd 2 minuten AlgemeenIn de column Hondenhoek belicht kynologisch gedragstherapeut en doorgewinterd hondenkenner Bert Nieuwenhuis één actueel gedragsthema. Aan de hand van voorbeelden vertaalt hij het naar heldere, direct toepasbare tips voor een harmonieuzer leven met uw hond.
Hoe vaak hoor je van hondenbezitters wel niet de klacht: “Hij is lief maar als we weggaan is hij lastig. Hij wil niet alleen gelaten worden.” Dit is hondengedrag dat al heel veel onenigheid tussen mensen heeft veroorzaakt. En begrijpelijk. Wie geen hond heeft wil ook geen last van van het dier van de ander hebben. En wie wel een hond heeft is gevoelig voor het “verdriet” dat zijn vriend uit tijdens of na het afscheid nemen. Zo zijn er twee tegenstrijdige belangen ontstaan. Als er eenmaal een situatie is geboren waarin de hond zijn afhankelijkheid toont en daarna zijn misgenoegen uit, wordt het heel moeilijk voor de baas om daar iets aan te doen. Wanneer je er niet bij bent kun je nu eenmaal geen correctie toepassen. Daarom is het verstandig om de pup al vroeg te laten weten dat er omstandigheden in zijn leven zullen voorkomen dat hij in onze mensen maatschappij wel eens alleen zal moeten zijn.
Dat kan door gewenning. Las in het begin korte tussenpauzes in waarin je de hond alleen laat zijn, eventueel met wat waardeloos speelgoed. De jonge hond laat zich leiden door zijn speelgedrag en valt daarna ook vaak wel in slaap. Slapen neemt namelijk een groot deel van zijn (jonge) hondenleven in beslag. Als het goed gaat kunnen de pauzes van het alleen laten worden uitgebreid, totdat de hond berust in het soms alleen te moeten zijn.
Evolutionair gezien is het natuurlijk helemaal niet zo vreemd dat de hond zijn (mensen)roedel bij elkaar wil houden. Hij heeft het van zijn wilde voorouders, de wolven, van “holsuit” meegekregen. Het leven in de groep vereist nu eenmaal dat je in nauw contact staat met je groepsgenoten. Samen op jacht gaan, waarin samenwerking, verbondenheid en structuur deel uitmaken van je behoefte om aan de kost te komen was de oorsprong van de levensomstandigheid van onze hond.
Dat is de reden waarom ieder van onze huishonden nog steeds, sinds zijn verwording tot huisdier, trouw is aan die gedragsregels. In ons roedel functionerend betekent dit dat zijn mensenroedel in zijn nabijheid moet blijven met een vorm van regelmaat maar ook met duidelijke communicatie. En door zijn aanpassingsvermogen door de eeuwen heen aan ons, heeft het dier geleerd zich eveneens aan onze wetten te moeten houden. Het zich houden aan regels is dan ook voor hem geen vreemde zaak. En hier kan de hondenbezitter gebruik van maken door aan de hond duidelijke regels te stellen. Dan voelt het dier zich ook veilig in zijn mensenroedel en is hij daar deelgenoot van. Juist het aanleren van 1 van deze regels is de aanpassing aan het vermogen van de hond dat hij ook wel eens alleen moet kunnen zijn in onze wereld.
Natuurlijk brengt dit voor de hondenbezitter wel verantwoordelijkheden mee. Als er door werkomstandigheden overdag helemaal geen tijd is om in de nabijheid van je hond te verblijven, is het al helemaal duidelijk dat dit groepsdier niet de hobby is die je zou kunnen beleven. Zijn beleven is dan niet honds. Met dit dier moet geleefd worden in de zin van wandelen, spelen en bakkeleien met andere honden en eventueel trainen al is het maar aanleren van verschillende oefeningetjes die ook nog eens nuttig kunnen zijn in onze samenleving. Neem hem mee naar gelegenheden waar mensen geen last van hem hebben. En... laat hem mee(be)leven. Dit laatste geldt overigens voor meerdere zoogdieren waarvan wij mensen ook deel uitmaken.
Bert Nieuwenhuis.





























