
Eerste editie Kamper Nicolaaslezing over afgehaakt en aangehaakt Nederland
· leestijd 7 minuten AlgemeenKAMPEN - De eerste Nicolaaslezing in de Kamper Sint Annakapel leverde op vrijdagmiddag 14 juni een levendige en constructieve discussie op tussen sprekers, forumleden en toehoorders. De lezing is door de Theologische Universiteit en de gemeente Kampen in het leven geroepen als een blijvende vorm van samenwerking tussen de opleiding en de stad. De bijdragen van de verschillende sprekers in de lezing lieten vanuit verschillende gezichtspunten zien wat het oorzaak is van het verschil en het belang van samenhang in Nederland, om de ‘afgehaakten’ een handreiking te bieden.
De samenwerking tussen de Theologische Universiteit en de gemeente Kampen was er eentje die vraagt om een vervolg, zo was na afloop te horen. Sterker nog: volgens de rector van de TU was zijn universiteit in 170 jaar Kamper geschiedenis nog nooit zo dicht bij de burgers gekomen. En dat alles dankzij een lezing die ging over van alles tussen druiven, voortuintjes, vrijwilligerswerk en de zin (of onzin) van gratis lunches op scholen.
Aan het begin van de middag haalde de Kamper wethouder Richard Boddeus levendige herinneringen op aan de Schooldag die vroeger jaarlijks werd georganiseerd door de TU, een dag in het vroege najaar die onlosmakelijk was verbonden met Kampen. ,,Als jonge jongens mochten wij de programmaboekjes uitdelen, en na afloop gingen de ouderen met een zak druiven naar huis en de jeugd naar discotheek Fame’’, herinnerde Boddeus zich die tijd. Maar met het vertrek van de Universiteit uit Kampen is ook aan die traditie een eind gekomen wist de wethouder, die ook constateerde dat de jarenlange verbintenis van de TU met zijn stad haar sporen heeft nagelaten. “Kampen blijft een plaats van hartelijkheid en bezinning, en waar onderlinge verbindingen worden gestimuleerd.’’ Boddeus gaf daarmee een mooie voorzet voor de rest van de lezing, rondom het thema ‘afgehaakt en aangehaakt Nederland’.
Tuintjes
De daadwerkelijke aftrap van de eerste Nicolaaslezing werd verricht door onderzoeker Josse de Voogd, die samen met collega-auteur René Cuperus de ‘Atlas van Afgehaakt Nederland’ schreef. In die atlas gingen de onderzoekers op zoek naar samenhang tussen bijvoorbeeld gezondheid en politieke keuzes. ,,De kaart van onbehagen is ook de gezondheidskaart’’, aldus de onderzoekers die vooral praktische zaken onderzochten in heel Nederland. ,,Hoe wordt er gestemd op welke plekken, en waarom – en wat voor verhaal zit erachter’’, vatte Voogd dat vraagstuk samen voor de bezoekers van de Nicolaaslezing. ,,Allerlei culturele verschillen werken nog altijd door.’’ Zonder teveel te generaliseren, kon Voogd opmerkelijke en tastbare resultaten uit dat onderzoek moeiteloos opsommen. ,,Mensen die GroenLinks stemmen, hebben de tuin ingericht op een andere manier ingericht dan de PVV-kiezer. De gemiddelde GroenLinkser heeft vaak een geveltuin, bij de PVV’er is de tuin vaker betegeld.’’ Zaken als de coronadiscussie, de toeslagenaffaire en het herstel van de aardbevingsschade in Groningen hebben bijgedragen aan de polarisatie in Nederland, maar volgens onderzoeker Josse de Voogd moeten we die ontwikkeling ook weer niet te groot maken. Want de meest gemiddelde Nederlander woont volgens hem nog altijd in een zogenaamde ‘bloemkoolwijk’, waarbij de huizen zich als bloemkoolroosjes langs een woonerf bevinden. “Daar woont de gemiddelde Nederlander dwars door elkaar; daar woont een GroenLinkser, maar ook een PVV’er.’’
Dat gemiddelde van Nederland laat zich ook zien in de verkiezingsuitslagen van de afgelopen jaren liet hij zien op basis van kaarten en statistieken. ,,De grote massa woont in groeikernen als Nieuwegein, Etten-Leur, Pijnacker’’, liet De Voogd zien. ,,Of in middelgrote stadjes zoals Kampen’’, waarmee hij op vrolijke wijze even verwees naar de locatie van de eerste Nicolaaslezing. Van een ouderwetse links-rechts verdeling is in Nederland al lang geen sprake meer leerde Josse de Voogd zijn gehoor in de kapel. ,,De nieuwste ontwikkeling is ook; vertrouw je nog de overheid. En corona is daar een versnelling in geweest.’’ Daarmee belandde De Voogd bij zowel het onderwerp van zijn ‘Atlas van Afgehaakt Nederland’ als het onderwerp van de Nicolaas-lezing namelijk: afgehaakt zijn. Een term die nuancering behoeft, wat hem betreft want afhaken is ‘niet een zwart wit iets’. ,,Er zijn mensen die niets zien in een traditionele partij, maar lokaal heel actief betrokken zijn.’’ De term ‘afgehaakt’ draaide De Voogd handig om; veel mensen zien de ‘afgehaakten’ als de groep die niet langer stemt of actief meedoet. ,,Maar wij leggen de verantwoordelijkheid ook bij de bovenkant van de samenleving, misschien is het wel die bovenkant die zichzelf heeft ontkoppeld. Afhaken gaat om begrip en sturing in je eigen leven.’’ De oplossing voor dat afhaken; begrip, volgens De Voogd. ,,Erkenning wederzijds, voor alle problematieken.’’ Met behulp van kaarten – De Voogd blijft natuurlijk een ‘atlasmaker’ – liet hij zien hoe de verdeeldheid in Nederland eruit ziet, en waar kwetsbaar en ontevreden Nederland woont. Niet uniform verdeeld, maar gespikkeld. ,,Je ziet ze gauw over het hoofd, maar ook in Kampen zijn er bepaalde straten van waar mensen kwetsbaar zijn. Terwijl Kampen er helemaal niet uitspringt als een kwetsbare plek, het hoort bij dat deel van Nederland waar de sociale samenhang heel sterk is. Maar als je inzoomt is er meer aan de hand.’’ Niet alle instrumenten waarmee de politiek de ‘afgehaakten’ erbij probeert te halen zijn succesvol volgens De Voogd. Bijvoorbeeld de gratis schoollunches die in achterstandswijken worden uitgedeeld. ,,Knuffelbeleid’’, volgens de atlasschrijver. ,,Dat gebeurt vaak alleen maar in gebieden waar ouders een laag inkomen hebben. Dat beleid haalt de middelgrote gemeenten niet, je beloont als het ware de steden waar men al in een bubbel leeft. Deel het dan aan iedereen uit.’’
Zorgverschillen tussen cholera en euthanasie
,,De regionale verschillen in de zorg zijn groot – maar er is geen patiënt die het weet.’’ Spreker en professor Stef Groenewoud van de Theologische Universiteit Utrecht haakte met die stellingname aan het begin van zijn deel van de Nicolaaslezing naadloos aan bij zijn voorganger. Groenewoud kon als bewijs voor zijn stelling terugvallen op een historisch Kamper onderzoek naar de uitbraak van cholera in 1866. Niet alleen sloeg de ziekte harder toe in Kampen dan in vergelijkbare steden langs de IJssel, maar ook in de stad zelf waren de verschillen op wijk- en zelfs straatniveau groot. Hoe dat kwam bleek uit onderzoek onder de Kamper bevolking in die tijd; de drinkwatervoorziening was slecht, veel mensen werkten in de sigarenindustrie en de invloed van de toenmalige Zuiderzee was merkbaar in het Kampen van weleer. De huidige cijfers rondom het zorgaanbod blijven tegenwoordig achter, was de kritiek die de professor uitte in zijn lezing. ,,Er is niet een goed actueel en samenhangend overzicht van te geven. Het onderzoek vindt te gefragmenteerd plaats.’ Maar anno 2024 blijft de zorgvraag in Kampen verschillen van de gemiddelde landelijke trends, wist de gezondheidswetenschapper uit eigen onderzoek tussen 2013 en 2017. In die onderzoekstijd werden zaken als de behandeling van darm- en longkanker onderzocht, maar ook het toepassen van bijvoorbeeld euthanasie. En daar waar het landelijk gemiddelde van euthanasie bij sterfgevallen in de periode van het onderzoek rond de vier procent lag, kwam Kampen in diezelfde tijd nog niet eens aan de één procent. Hoe die grote, lokale verschillen ontstonden onderzochten de TU-professor en zijn collega’s aan de hand van een aantal variabelen, waaronder stemgedrag en zorgaanbod maar ook de kerkgang en de hoeveelheid vrijwilligers in een gemeente. ,,Het informele zorgaanbod’’, zo beschreef Groenewoud die laatste variabele. ,,Een goede indicator ook voor sociale samenhang en cohesie.’’ In Kampen valt het lage aantallen euthanasie misschien te verklaren uit de hoeveelheid vrijwilligers; bijna 1/3e van de Kampenaren doet aan vrijwilligerswerk. ,,U bent nog geen Diemen’’, complimenteerde Groenewoud zijn grotendeels Kamper gehoor met een verwijzing naar die Noord-Hollandse gemeente met het lage aantal vrijwilligers.
In de huidige universiteitsstad Utrecht zet de Theologische Universiteit na het vertrek uit Kampen haar onderzoeken voort, momenteel rondom het thema ‘kwetsbaarheid en hoop’. Een onderzoek dat Groenewoud het liefst vergelijkt met een batterij. ,,Kwetsbaarheid en hoop, als de plus en min van een batterij.’’ Jammer dat ‘zijn’ universiteit uit Kampen vertrok, liet de professor nog even weten die wel wist dat de Hanzestad uitkijkt naar de viering van haar 800-jarig bestaan. ,,Helaas zonder theologie in de stad, maar wel als hoopvolle en florerende gemeenschap die omziet naar elkaar – tot en met het levenseinde.’’
Forumdiscussie; over vlaggen, gratis lunches en de jeugd
Tijdens de forumdiscussie na afloop van beide lezingen bleek dat de woorden van atlasschrijver Josse de Voogd en TU-professor Stef Groenewoud doel hadden getroffen. ,,Het lijken twee verschillende verhalen’’, wist voormalig CDA-kamerlid Hilde Mulder beide bijdragen samen te vatten. ,,Maar het blijkt maar weer hoe de sociale context bepalend is voor hoe levens geleid worden, en wat mensen ervaren en beleven en hoe ze keuzes maken.’’ Rondom het thema ‘afgehaakt Nederland’ erkende ze dat de tijd waarin de Nederlandse vlaggen ondersteboven werden opgehangen een ingewikkelde tijd voor haar als kamerlid was. ,,Het zette ons aan het denken’’. Vanuit haar expertise vroeg directeur Ina Rook-Van Urk van de Kamper Prisma-school voor primair speciaal onderwijs om vooral blijvende aandacht te blijven geven aan de jeugd als het gaat om het aanhaken. ,,Ik wil ervoor pleiten om onze kinderen, of ze nou kwetsbaar zijn of niet, de noodzaak en het nut ervan in laten zien om betrokken te blijven bij de maatschappij’’, aldus mevrouw Rook. ,,Want de groep die zo boos is horen we niet zoveel meer, maar ze geven het wel door aan de volgende generatie.’’ Bestuurder Karin Leferink van zorgorganisatie IJsselheem riep iedereen in de Annakapel op om de verschillen in de nationale gezondheidszorg nooit te accepteren. ,,Gewoon als recht. Het kan niet zo zijn dat wij in een land als Nederland zoiets toestaan.’’ Haar eigen organisatie doet wat ze kan tegen inkomensongelijkheid, zo mogen haar werknemers de overgebleven maaltijden uit de restaurants meenemen naar huis als daar behoefte aan is. ,,Dat mag misschien niet volgens de regelgeving en de Belastingdienst, maar dat interesseert me niks.’’ Vanuit de zaal kwam de vraag wie er nou eigenlijk is afgehaakt, een vraag die ook werd opgeworpen door een bezoekster die zichzelf als ‘afgehaakt’ opwierp. ,,Wie is er afgehaakt, en wie niet’’, vroeg ze zich hardop af. ,,Ik kom uit het onderwijs, maar daarop ben ik afgeknapt omdat ik niet de kinderen mocht volgen in een talent. Ze moeten een materialistisch goed leven leiden, terwijl het ergens anders om gaat’’, aldus de bezoekster die voor die conclusie een applaus ontving.
Zingend afsluiten; zing, vecht, huil, bid….
De eerste Nicolaaslezing werd afgesloten door een dankwoord van George Harinck van het College van Bestuur van de Theologische Universiteit Utrecht. Harinck was onder de indruk van de betrokken, eerste editie van de Nicolaaslezing. ,,Ons doel is geslaagd’’, sprak de rector ook namens de gemeente Kampen als mede organisator van de lezing. ,,We zijn volgens mij in de afgelopen 170 jaar als universiteit nog nooit zo dicht bij de burgers gekomen als deze middag.’’ Dat de bezoekers van de lezing die mening deelden, bleek wel uit de muzikale afsluiting van de middag: toen zanger Henk Kraaijeveld als afsluiting op de piano het lied ‘Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder’ inzette werd dat door menigeen in de volle Sint Annakapel spontaan en luidkeels meegezongen.





























