
Nog even dit: Piep
· leestijd 2 minuten Algemeen(door Henk de Koning)
Ik wandel flierefluitend door Kampen als ik besef dat van een rustige wandel in deze snelle tijd feitelijk geen sprake meer is. De techniek holt vooruit en ik, inmiddels gerijpt tot een leeftijd waarop wijnen niet meer te betalen zijn, strompel er wat achter aan. Waar is de tijd gebleven die eerst zo eindeloos leek? Die van de kleine genoegzaamheid.
Kampen is in mijn jonge jaren nog een ingetogen samenleving, lange tijd enigszins weggestopt in Noord West Overijssel. Dat verleende Kampen een bijzonder karakter. Oud burgemeester Sybren van Tuinen zag het zo: ’Kampen is een stad, dorp en eiland tegelijk. Raak getypeerd vond ik en diende hem - geboren Fries - van repliek door de gleufhoed, die hij als heer van stand vrijwel onafscheidelijk droeg, te typeren als een ‘Tjeukemeer Sombrero. Nog hoor ik hem lachen.
Niemand had nog van digitaal gehoord. Al werkte de winkelier van die tijd al wel met een weegschaal volgens het principe van wat je nu zou noemen: ‘Kunstmatige Intelligentie.’ Kwam je in een winkel voor een pondje kaas hield weegapparaat er al net zo een eigen intelligentie op na hetgeen de winkelier bij het afwegen noodzaakte je te vragen: ‘Mag het een onsje meer zijn?’
Juist die kleine, makkelijker te begrijpen menselijke handelingen gaven, zo denk ik nu, veel houvast aan het leven. De melkboer kwam nog zelf aan de deur met zijn op hoge toon gemotoriseerde ventwagen. Daarop gemonteerd de blinkend chromen melktank van waaruit hij, een handig pompje met kijkglas heen en weer bedienend, steeds per halve liter je gewolkt emaille BK (Berk Kampen) pannetje naar believen vol tapte.
Maar in mijn jeugdjaren boeide de kolenboer me toch het meest. Zijn door zweet en kolengruis gemarkeerd gezicht van waaruit twee oogbollen je angstwekkend wit priemend aankeken, deden je rillend denken aan Zwarte Piet. In de decembermaand dan nog met roe en zak een schrikbewind voerend onder kinderen, die feitelijk het kwaad nog moesten uitvinden.
Je huis verwarmen deed je met een corpulente Jaarsma-haard, gevoed met antraciet en eierkolen die de kachel met likkende vlammentongen behaaglijk opconsumeerde. De kolenboer sjouwde, in ons geval, de zakken met kolen op zijn rug tweehoog de trap n aar een bergplaats op zolder. Met de complimenten van kolengroothandel Lijs en Bosch.
Groningen verraste Nederland toen nog vooral met zijn exclusieve Groninger gekruide snijkoek. Als provincie korte tijd later Nederland verrassend met een enorme aardgasbel onder de Martinitoren. Daarmee ons land dompelend in een nieuw soort gouden eeuw. De voorraad kon niet op. We verbouwden er massaal zelfs onze fornuizen voor en bleven de grond in het noorden met ‘Ja-Knikkers’ zo driftig opjagen dat het Groninger veld uit zelfbehoud tenslotte krachtig ‘Nee’ schudde.
Nieuwe technieken dienden zich aan. Windmolens, zonnepanelen, elektrisch tanken en nu ook in de supermarkt zelf je boodschappen scannen. Middels een mobiel apparaatje met een ‘piep’ vanuit het schap antwoord krijgen van een zak suiker, een pak melk, zelfs van ‘Zeeuws Meisje, zodra je ter kennismaking met een scan maar de hand naar ze uitstak. Zo’n hyper moderne supermarkt herken je meteen aan de enorme batterij scans die je bij binnenkomst in een rek al wenkend staan op te wachten. Of je de intensive care van een ziekenhuis bezoekt in plaats van een supermarkt.
En het aantal piepjes bij het boodschappen doen neemt alleen maar toe. ’Binnenkort nog zo’n scan er bij,’ stootte ik onlangs in een supermarkt zo’n pieper-de-piep-klant aan. Uit nood want in deze steeds meer aan chips over latende wereld honger je soms naar wat menselijk contact. ‘Er komt een apparaatje’, legde ik uit, ‘om de schappen ook zelf weer te vullen,’ De persoon in kwestie legde z’n scan, die hij juist op een pak Brinta richtte, even het zwijgen op, keek me onderzoekend aan en sprak: ’Is ’t werkelijk zo? Als ze maar niet denken dat ik er een vrije dag voor opneem’. Die reactie verbaasde me want ’t was maar een geintje. Gelukkig zijn antwoord ook. Er is dus nog hoop.
Henk de Koning





























