
WNF werkt aan herintroductie van de steur in de IJssel
· leestijd 2 minuten Algemeen(door Maarten van Gemert)
BERG EN DAL – In de Millingerwaard bij Nijmegen zijn vorige week vrijdag kleine steuren uitgezet. Via de Waal kunnen ze in de IJssel komen om hun trek naar de zee te vervolgen. Het Wereld Natuur Fonds probeert meerdere in Nederland uitgestorven vissen terug te brengen in de rivieren. De Europese steur gedijde tot de afsluiting van de Zuiderzee goed in de IJssel. De Kampenaren hadden vroeger een grote steur als feestmaal voor de bisschop gereserveerd. Doch ondanks een omgehangen belletje ontsnapte die toch..
Het Wereld Natuur Fonds (WNF), de Nederlandse tak van het World Wide Fund for Nature (WWF), werkt samen met ARK Rewilding Nederland en Sportvisserij Nederland aan de herintroductie van de Europese steur. Dertig jonge Europese steuren zijn vrijdag 16 augustus 2024 uitgezet in de Waal bij de Gelderse Millingerwaard. De volgende dagen zouden er nog 220 verder stroomafwaarts worden vrijgelaten. De nu uitgezette vissen zijn nakomelingen van de laatste wilde steuren in Frankrijk en Duitsland.
Boegbeeld
De drie genoemde organisaties werken samen met zeven Duitse partners binnen het EU Interreg-project Groen Blauwe Rijn Alliantie (GBRA). Daarin staat het belang van vrij stromende rivieren en verbindingen voor trekvissen als elft, paling, houting en steur centraal. Op 1 juni 2021 werden in de Waal bij Nijmegen al elften uitgezet door burgemeester Hubert Bruls van Nijmegen, voor het eerst in Nederland. De elft is één van de zestien soorten trekvissen die moeten kunnen zwemmen tussen zout en zoet water voor hun voortplanting.
Het boegbeeld van deze trekvissen is de uiterst zeldzame Europese steur. De steur is de grootste vis die thuishoort in onze rivieren en leefde duizenden jaren lang in Nederland. Op 26 juni 1952 werd de laatste steur in Nederland gevangen (en gedood) in de Beneden-Merwede. De vis woog 103kg en was 2m60 lang. Het ’steurmeisje’ Janny Slingerland-Klop was als vijfjarige getuige van de laatste steur die in de Rijn werd gevangen.
![]()
Burgemeester Bruls (links) zet de eerste elften uit (foto: WNF - Karsten Reiniers)
Biodiversiteit
Al in 1821 was in Kampen de laatste grote steur gevangen. In 1900 had men reeds geconstateerd dat de vangsten van steur, overigens meestal een bijvangst van de zalmvisserij, sterk terugliepen. De Europese steur werd in 1953 officieel uitgestorven verklaard in Nederland. Er zouden in Europa nog minder dan duizend volwassen exemplaren in het wild leven. Als de steur het redt, zijn de rivieren ook geschikt voor andere trekvissen. Eerdere uitzettingen van gekweekte steuren vonden plaats in 2012 en 2015 in de Rijn en vorig jaar in de Biesbosch.
De 250 nu uitgezette steurtjes van anderhalf jaar zijn uitgerust met identificatiechips en locatiezenders. Die moeten informatie opleveren over hun overlevingskansen en migratiegedrag om in te kunnen schatten of het haalbaar is om de Europese steur terug in de rivieren te brengen. Steuren spenderen het grootste deel van hun leven op zee maar paaien in grote rivieren, waar de jongen opgroeien tot ze zeewaardig zijn.
”De terugkeer van deze vissoort draagt bij aan het herstel van de biodiversiteit in de Nederlandse rivieren,” stelt het WNF. Daarom noemt de natuurbeschermingsorganisatie het van belang om de steur te beschermen. De terugkeer van de steur zorgt voor een grotere biodiversiteit en laat zien dat het natuurlijk rivierensysteem aan het herstellen is.
![]()
De Kamper steur wordt bij de Kamper Stadsbrug gelegd (foto: Richard Tennekes)
Overlevering
In Kampen is de steur bekend om zijn hoofdrol in een Kamper Ui. Kampen stond bekend om de steurvangst, als de grote steuren tussen mei en augustus de rivieren optrokken om zich voort te planten. In de middeleeuwen waren de vissers verplicht om elke tiende steur (en zalm) aan de adellijke heren af te staan. Waar gevangen zalm onmiddellijk een klap met de klomp kreeg, mocht een steur nooit direct gedood worden. De kostbare kuit zou dan te snel bederven. De steur kreeg een touw door de kieuwen, waarmee de vis aan meerpalen werd vastgelegd, zodat deze vers bleef.
Volgens de overleving waren de Kampenaren niet zo vertrouwd met deze techniek. Eén van de Kamper Uien verhaalt over de vangst van een enorme steur in de IJssel, die na rijp beraad weer met een bel om de nek in de IJssel werd losgelaten, zodat de prooi gemakkelijk te lokaliseren was. In werkelijkheid waren de Kampenaren specialisten in de steurvisserij.
Tijdens de Kamper Ui(t)dagen ligt, verwijzend naar deze overlevering, een grote steur bij de Stadsbrug. Als de herintroductie van het WNF slaagt, zwemmen daar straks echte steuren onderdoor.
![]()
Bij de Millingerwaard werd de jonge steur uitgezet (foto: WNF - Frank van der Burg)

























