
Overijssel ziet groei aantal starters, maar opvallende stijging stoppers door één sector
· leestijd 1 minuut AlgemeenOVERIJSSEL - Overijssel telt op 1 april 145.625 vestigingen, een lichte groei die samenvalt met landelijke tekenen van stabilisatie. In het eerste kwartaal van 2026 steeg het aantal starters, maar nam het aantal stoppers in de provincie juist sterk toe.
De provincie Overijssel laat een gemengd beeld zien in de nieuwste cijfers van de Kamer van Koophandel. Het aantal nieuwe ondernemingen kwam in het eerste kwartaal uit op 3.370, een stijging van 5% per 10.000 inwoners ten opzichte van een jaar eerder. Daarmee volgt Overijssel de landelijke trend waarin het aantal starters weer groeit na een eerdere daling.
Veel zzp’ers
Opvallend is het grote aandeel zelfstandigen zonder personeel onder de starters. Van de nieuwe bedrijven bestaat 75% uit zzp’ers, goed voor 2.543 ondernemingen. In totaal bestaat 64% van alle vestigingen in Overijssel uit zzp’ers, met 92.939 geregistreerde bedrijven.
Opvallende stijging
Tegenover de groei van starters staat echter een sterke toename van het aantal stoppende ondernemers. In het eerste kwartaal stopten 4.983 bedrijven, wat neerkomt op 41 stoppers per 10.000 inwoners. Dat is een stijging van 33% ten opzichte van een jaar eerder, terwijl in de rest van Nederland juist sprake is van een daling. Volgens de Kamer van Koophandel komt deze stijging door een uitzonderlijk hoog aantal bedrijfsbeëindigingen binnen één concern in de groothandel in voedingsmiddelen, dranken en genotmiddelen.
Het aandeel zzp’ers onder de stoppers ligt in Overijssel met 44% aanzienlijk lager dan het landelijk gemiddelde van 68%. Dit wijst erop dat de recente stijging vooral door grotere of anders georganiseerde bedrijven wordt veroorzaakt.
Voorzichtige stabilisatie
Landelijk gezien is sprake van een voorzichtige stabilisatie. “Door onzekerheid over regelgeving en schijnzelfstandigheid zien we dat zzp’ers en opdrachtgevers een nieuwe balans zoeken. In sectoren met traditioneel veel zelfstandigen, zoals zorg en cultuur, resulteert dat in minder starters”, aldus Josette Dijkhuizen.




























