
Stikstof volgens Kampenaar De Heij: andere koers mogelijk voor vastgelopen beleid
· leestijd 1 minuut AlgemeenKAMPEN - Bouwplannen en agrarische ontwikkelingen in de gemeente Kampen lopen vast door stikstofregels. Industriële Club Kampen sprak hierover met Kampenaar ir. Wouter de Heij, die samen met een groep experts begin 2026 een rapport publiceerde over mogelijke oplossingsrichtingen voor de nationale stikstofimpasse.
In de gemeente Kampen lopen projecten steeds vaker vertraging op door beperkingen in de vergunningverlening. Volgens de Industriële Club Kampen raken deze problemen zowel bouwinitiatieven als agrarische bedrijven, die te maken krijgen met uitbreidingsverboden en onzekerheid over hun toekomst. Stikstof vormt daarbij, samen met netcongestie, een belangrijk obstakel.
Zuiderzeehaven
Concrete voorbeelden zijn zichtbaar bij de Zuiderzeehaven, waar bouwen op bestaande kavels moeilijk blijft, en bij plannen voor uitbreiding van het bedrijventerrein richting de Melmerpolder, aan de overzijde van de N50. Deze ontwikkelingen sluiten aan bij de groeiambities van de stad, maar botsen volgens betrokkenen met het huidige stikstofbeleid.
In dat kader sprak de Industriële Club Kampen met Wouter de Heij, procestechnoloog en deelnemer aan het nationale stikstofdebat. Hij werkte mee aan het rapport "De Nederlandse stikstofcrisis: Van verwarring naar verbinding", opgesteld met onderzoekers van Wageningen Universiteit.
Het rapport beschrijft de stikstofproblematiek als een combinatie van een milieu-, ecologisch en juridisch vraagstuk, die volgens de auteurs in de praktijk met elkaar verstrengeld zijn geraakt.
Stikstofuitstoot moet afnemen
De Heij en zijn mede-auteurs stellen dat deze vermenging leidt tot stagnatie in de vergunningverlening. Zij pleiten voor een benadering waarbij wordt gestuurd op meetbare emissiereductie per gebied, in plaats van op modelberekeningen. Ook stellen zij voor om de koppeling tussen vergunningverlening en het rekenmodel te herzien.
Deze voorgestelde aanpak sluit aan bij de bredere consensus dat stikstofuitstoot moet afnemen en natuurherstel meerdere factoren omvat. Over de uitwerking, zoals gebiedsgerichte emissiesturing en een andere inrichting van vergunningverlening, bestaat echter nog geen brede wetenschappelijke of maatschappelijke overeenstemming.
Voor Kampen zou een dergelijke benadering volgens de Industriële Club Kampen kunnen betekenen dat projecten als de ontwikkeling van de Zuiderzeehaven en de uitbreiding richting de Melmerpolder opnieuw in beeld komen, mits deze aantoonbaar bijdragen aan emissiereductie.
De club geeft aan de ontwikkelingen te blijven volgen en het gesprek over mogelijke oplossingen voort te zetten.
John van Weeghel























