Afbeelding
Foto: Aangeleverd

‘Teruggevonden fietsen en onverwachte hulp in oorlogstijd: Verhalen van Groot-IJsselmuiden’

· leestijd 3 minuten Algemeen

(door Robert van den Belt) 

De meivakantie betekent voor mij twee weken wat anders doen. Dit jaar was het een rondreis door Ierland. Ik had met mezelf de afspraak gemaakt om in de vakantie zo weinig mogelijk op Whatsapp en op de mail te kijken. Maar het jeukte toch een beetje. In het plaatsje Shannon zat ik aan een heerlijke cappuccino en checkte toch even mijn telefoon. Ik zag een mailtje van Nick de Vries, met daarin een voicemailbericht. Ik zette het zachtjes aan, maar ik verstond er niks van. Nog iets dichter bij mij oor en ik hoorde de stem van Albert van de Scheer. Twee maanden later rijd ik naar zijn huis. 

Ik parkeer mijn auto op de oprit van de familie van de Scheer. De deur staat op een kier. Albert zit al met smart op mij te wachten. Ik plof op een stoel. Op tafel liggen: een fotoboek, een boekje over de mobilisatie geschreven door Koen Alderriessen, waarin het huis van de familie van de Scheer bij de mobilisatie een belangrijke rol heeft gespeeld, daarnaast nog wat losse foto’s die Albert mij één voor één geeft. 

Aan tafel 

Albert wordt geboren op 30 december 1934 aan de Zande. “Hier aan de overkant ben ik geboren. Mijn opa was Egbert-Jan van de Scheer en mijn oma Berendje Leeffers.” Vol trots meldt Albert dat zijn opa 99 jaar is geworden. “Ik ben al een goed eindje op weg.” De familie van de Scheer blijft trouw aan de Zande en de plek waar zij woonden wordt dan ook geregeld omgebouwd naar de wensen van de kinderen. “Toen mijn vader opgroeide stond er op het terrein een varkensstal, ook hadden ze koeien en een moestuin. De kinderen moesten altijd meehelpen. Mijn vader had twee broers en één zus. Mijn vader heette Siemen Aart. Maar ze noemden hem vaak Siem. Mijn vader trouwde met Harmpje Selles. Mijn moeder kwam van ’s-Heerenbroek. Samen hebben zij later de boerderij overgenomen met mijn ome Johan. Het huis werd opgedeeld.”

Mobilisatietijd 

“In 1939 was mijn vader oproepbaar voor het Nederlandse leger. Door zijn landbouw en veehouderij ervaring moest hij paarden gaan ophalen in het noorden van het land. Het is er alleen nooit van gekomen, omdat de oorlog al was uitgebroken. Inkwartiering hebben wij nooit gehad in huis. Mijn ooms Roelof en Johan hebben hier wel mee te maken gehad. De soldaten sliepen in de hooischuur.”

Het is oorlog

“Toen de oorlog uitbrak was mijn vader gelegerd in Voorschoten, wat tussen Leiden en Den Haag ligt. In die meidagen werd rondom Den Haag hard gevochten. Mijn vader vertelde dat ze tegen het einde de paarden loslieten in de duinen. Ze wilden niet dat ze in handen kwamen van de Duitsers.” 

Albert is zes jaar wanneer de oorlog uitbreekt. Hij gaat dan naar school in Kamperveen. “Wij waren nog snotjongens. We liepen vanaf de Zande via de Hogeweg naar school. Op de school zaten in die tijd ongeveer 50 leerlingen. Onze schoolmeester was gewoon een huisschilder. Hij had zich om laten scholen. Maar in die tijd hoefde je nog niet zoveel te weten. Tegenwoordig is dat wel anders.”

Toen de oorlog uitbrak moest Albert evacueren. Ze gingen in de richting van het Zuideinde. “Voor de veiligheid zijn wij als kinderen nog even weggeweest van huis. We sliepen toen in de koeienstal van de familie Immeker. Daar was het veiliger. Ons huis stond op de rand van de IJssellinie.” Ik vraag aan Albert hoe hij het vond om in een koeienstal te slapen. “Ik weet het niet meer soms gaat er ook weleens iets door de zeef.” Wanneer ik deze anekdote zou vertellen in mijn klas denk ik dat de nekharen van mijn leerlingen overeind gaan staan. Met de gedachte ‘Waar kan ik mijn telefoon dan opladen?’ “Na een paar dagen gingen we terug naar huis.”

Hulp bieden 

“Mijn opa, oma en ome Johan hadden onderduikers. Ik kan niet precies vertellen wanneer het geweest moet zijn, maar ik weet wel dat er in één keer een meneer Mekking bij mijn opa inwoonde. Wij als kinderen mochten toen niet weten wat dat betekende. Na de oorlog kreeg ik te horen dat dit burgemeester Oldenhof was de burgemeester van Kampen. Hij was in 1942 afgezet als burgmeester en opgevolgd door een NSB burgemeester.”

De uitspraak: ‘Als kind weet je niet veel, maar je ziet wel veel’. Doet mij aan Albert denken. “Ik kan mij nog herinneren dat mijn opa met meneer Mekking via de weilanden in de richting van de belten liep. Concreet gezegd in de richting van de familie Vinke. Daar hadden ze na horen een geheime zender. In de loop van de oorlog waren er bij ons thuis ook onderduikers. Ik herinner mij dat deze mensen voornamelijk uit het westen van Nederland kwamen. Zo hebben we een onderduiker uit Amsterdam gehad en een onderduiker uit Velp. Ik weet de namen ook nog. Hennie van Zwieten: Haar vader was chauffeur bij het Vrije Volk en Bertus van Dijk: Zijn vader was schoolmeester. We onderhielden nog lang contact.”

Het einde inzicht 

“Tegen het einde van de oorlog waren we onze fietsen kwijt. Voor honderd procent wisten we dat betekende. De moffen hadden onze fietsen meegenomen. Maar niets was minder waar. De Duitsers hadden onze fietsen verstopt onder het hooi, zodat ze niet meegenomen zouden worden. We hadden in Oorlogstijd ook wel Duitsers ingekwartierd. Bij ons zaten geen slechten. Zij kregen ook maar opdrachten om uit te voeren en dat waren ook gewoon maar mensen. Na de oorlog hebben we de fietsen weer teruggevonden.”

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Afbeelding
Jeugd ontdekt vrijheid en plezier op het water bij ZC ’37: vaarseizoen van start Algemeen 3 mei, 09:28
Afbeelding
Wit-Blauw start veldcompetitie met zege op CSL Algemeen 2 mei, 21:46
Afbeelding
Jeugd ontdekt vrijheid en plezier op het water bij ZC ’37: vaarseizoen van start Algemeen 2 mei, 12:44

Abonneer gratis

op de digitale krant en op
de wekelijkse nieuwsbrief.