Dennis Hendriksen is schrijver van het boek Voetbalvlegels.
Dennis Hendriksen is schrijver van het boek Voetbalvlegels. Foto: Aangeleverd.

Voetbalvlegels: Oervoetbal bij 45+

· leestijd 3 minuten Algemeen

(door Dennis Hendriksen)

Onlangs kondigde mijn goede vriend Richard aan dat hij terug zou keren op het voetbalveld. Hij deelde het bericht uit het niets, dus wat volgde was ongeloof in onze groepsapp. Zo veel zelfs dat er een hele bibliotheek aan whatsapp-gifjes met zwaailichten en ambulances voorbijkwam. De voetbalhumor vierde weer als vanouds hoogtij, maar het duurde niet lang voordat de verwondering volgde. Wist hij het zeker? Ja, was het antwoord. Na een ingewikkelde periode, vanwege een maagoperatie, was Richard vastberaden om nog een keer het veld op te gaan. 

De schroeven in zijn rug, geplaatst na drie rugoperaties, hielden hem daarbij niet tegen. En daar stond hij op vrijdagavond in het doel van DOS 45+1, curieus genoeg met slechts één handschoen aan. Onder zijn ploeggenoten op De Maten trof ik veel oude bekenden, waaronder Marcel, die na het schudden van de hand aankondigde dat hij die avond niet zou koppen noch ingooien vanwege een naderende nekhernia…

Waar ik tot voor een aantal jaren geleden nog met 35+ meedeed, keek ik nu voor het eerst vanaf de zijlijn toe. En daar realiseerde ik me dat 45+ voetbal, voetbal is, zoals het ooit in Engeland bedacht werd. Oervoetbal was namelijk een spel dat gespeeld werd met het nodige respect voor elkaars ledematen. En misschien wel het belangrijkste: het was een sociaal evenement, waarbij team en tegenstander zich verheugden zich op een bruisende ‘donderbierjool’ achteraf. 

Het spel van toen draaide meer om scoren dan om doelpunten voorkomen. Hoewel er nog nauwelijks sprake was van tactiek stonden er altijd vijf spelers voorin, die met een lange hijs of een dribbelpoging bereikt moesten worden. Het ‘gezelligheidsvoetbal’ bleek echter een vorm te zijn die niet lang standhield.

Voetbal werd de eerste volkssport, doordat de arbeiders het spel overnamen van de elite. En zo werd de aloude dorpenstrijd nieuw leven ingeblazen en de cultuur in de basis gevormd. De hoffelijkheid verdween rap en voortaan zou de strijd voorop staan. Negentig minuten bloed, zweet en tranen, waarbij het recht van de sterkste voor altijd zou blijven gelden. In een poging deze ‘verloedering’ te keren, probeerden de bolhoeden nog met behulp van prestigieuze universiteiten de beteugeling in te zetten. Dit lukte ten dele met het formuleren van ‘The Laws of The Game’ en het uitroepen van Association Football. Voortaan zou iedereen zich aan deze regels moeten houden, in het Verenigd Koninkrijk en zelfs over de hele wereld. Alhoewel, ‘moeten houden’? Het zou een richtlijn worden die tot op de dag van vandaag met handen en voeten overtreden zou worden.

In Kampen startte voetbal in 1889 netjes en bedeesd, veel later dan in Engeland werd er ontsporing gesignaleerd. Rond 1910 verschenen de eerste berichten over ‘voetbalvlegels’. Hun daden geven in het heden een glimlach. Spelers en supporters bleken destijds namelijk nogal graag met kluiten aarde of groenten naar de tegenstander of de scheidsrechter te gooien. Kwajongensstreken bij wat er later nog allemaal voor zou vallen. De kiem van de ongehoorzaamheid schuilde in Kampen in de grote aanwas van eigengereide burgerclubjes. Deze waren samengesteld uit allerlei pluimage en speelden op De Zandberg in IJsselmuiden. Massaal staken jongens lopend de brug over om vol testosteron een plekje en de eer te veroveren op het militaire exercitieterrein. De strijd om het veld leverde veel gedoe op, maar de echte rivaliteit ontstond in de derbysfeer tegen de ‘Zwolsen’ (daarover in een latere bijdrage meer). Wat wilden ‘we’ die Blauwvingers graag een lesje leren…

Op vrijdagavond was het dus weer zoals het in de eerste vijftien jaren van het Kamper voetbal. Met een paar grote verschillen. Het veld was gehalveerd en er stonden veertien spelers in plaats van tweeëntwintig op het veld. En voor Richard was een ‘kinderdoeltje’ om te verdedigen. De spelers waren ook gemiddeld wel vijfendertig jaar ouder dan die jongens van het gymnasium en torsten substantieel meer gewicht mee. De overeenkomst met hun voorgangers was dat 45+ers ook massaal voorin hingen, gewoon omdat ze nog steeds graag willen scoren. (En het mooie was dat grootmeester Jan Okke Koers ze dat de hele avond voordeed.)

Ook gelijk met vroeger is dat de verschillen in kwaliteit groot kunnen zijn. Als je bij de zwakkere partij (Lees: als de tegenstander fitter is) zit, kan 45+ voetbal zomaar voelen als ‘Alpine Football’ in Oostenrijk. Net als de pijnlijke enkels en knieën door het kunstgras, calculeert iedere speler dat ongemak in. Het samenzijn met gelijkgestemden overwint namelijk alles voor de laatste krijgers van het veldvoetbal (waar nog wel gerend mag worden). Zo ook voor Richard. Ik zag hem na het plotseling uitvallen van de verlichting, nog steeds met een grote glimlach op het veld staan… liefst vierenveertig kilo lichter dan bij zijn laatste optreden.

Dennis Hendriksen is de schrijver van Voetbalvlegels., de voetbalbiografie van Kampen. Het boek is voor €20,- te verkrijgbaar via www.voetbalvlegels.nl of The Readshop Kampen  - Boekhandel Bos.

Nick de Vries

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Abonneer gratis

op de digitale krant en op
de wekelijkse nieuwsbrief.