Van Dokkum en André van Duin. Deel 1 is te vinden in De Brug van vorige week of op www.brugnieuws.nl.
Van Dokkum en André van Duin. Deel 1 is te vinden in De Brug van vorige week of op www.brugnieuws.nl. Foto: Henk Merjenburgh.

Oud-Kamper kunstacademiestudent Van Dokkum heeft eigen museum

· leestijd 3 minuten Algemeen

(door Henk Jans) - KAMEPN - In de editie van De Brug van vorige week vertelde Marius van Dokkum (1957) over zijn tijd als student Illustratie en Publiciteit (1978-1983) op de kunstacademie in Kampen. De kunstenaar had toen niet kunnen vermoeden dat hij jaren later, in 2018 een eigen museum aan de Academiestraat 7 in Harderwijk zou krijgen, dat geopend werd door André van Duin. Zijn schilderijen tonen vaak grappige, schijnbaar alledaagse taferelen. De personages bevinden zich steeds in situaties die een (glim)lach kunnen ontlokken. Hoe verging het hem na de academie en hoe ontwikkelde hij zich onder andere als kunstschilder?

Marius beweegt zich eigenlijk tussen de disciplines Illustratie, boetseren en schilderen. Hij maakt soms een portret in opdracht en boetseert de laatste jaren bustes van mensen die hij bewondert, zoals André van Duin, Albert Schweitzer, of Sierk Schröder. Hoewel hij het liefst en het vaakst schildert, laat hij het illustreren niet los, omdat hij dat ook nog steeds erg leuk vindt. Velen zullen hun kinderen hebben voorgelezen uit de bekende stripverhalenserie ‘Opa Jan’. “Tussen 2000 en nu schreef en tekende ik inmiddels negen delen van ‘Opa Jan’. Ik begon er mee toen mijn twee kinderen nog klein waren. Hun beide opa’s heetten Jan, dus ik vond het leuk om de opa in het verhaal ook zo te noemen”, legt de maker uit. “Het gaat over een oude opa die samen leeft met zijn dieren en allerlei gekke dingen meemaakt. Het is een soort huishouding van Jan Steen. Ik kan daar mijn fantasie wel in kwijt. Mogelijk teken ik in de komende jaren nog een tiende deel”.

Dat Marius zo bedreven is in het tekenen en schilderen van mensen is niet uit de lucht komen vallen. Hij vertelt dat hij vanaf het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw veel heeft getekend in verpleeghuizen, waar hij ook als vrijwilliger heeft gewerkt. “De mensen daar hadden meestal weinig te doen en vonden het prima dat ik ze tekende”, zegt Marius. “Ze bleven rustig zitten en je maakte gelijk even een praatje. Dat heb ik enkele tientallen jaren gedaan. De schetsen die ik maakte duurden nooit lang; meestal een minuut of vijf, maar het ging me dan ook niet om het direct uitwerken van de tekening. Ik vind het nog steeds belangrijk om me te blijven oefenen in bijvoorbeeld houdingen en gezichtsuitdrukkingen”.

Inmiddels is de kunstenaar zo bedreven in het maken van mensfiguren dat hij daar geen voorbeeld meer van nodig heeft. Als Marius een schilderij maakt schildert hij de typetjes, zoals hij die noemt, uit het hoofd. Mocht er een wat ingewikkeldere vorm, zoals een gebouw of een locomotief, nodig zijn, dan tekent hij daarvoor wel eerst een studie of gebruikt hij een voorbeeld van een foto. Gemiddeld één dag per week is hij te vinden in zijn museum, terwijl hij werkt aan een tekening of schilderij. “Ik ben nu bezig met een schilderij waar veel mensen op voorkomen”, verklaart hij. “Als ik soms niet helemaal uit een houding kan komen vraag ik wel eens aan een bezoeker of die even wil poseren. Meestal vindt die dat erg leuk”. De kunstenaar komt nooit op een vaste dag. “Als ik dat doe komen er veel mensen op af en wordt het te druk”, vindt hij. “Bovendien zijn de mensen dan erg teleurgesteld als ik een keer niet kan en men mij zodoende niet aantreft. Dus ik kom gewoon wanneer ik zin heb”.

De kunst van Marius is toegankelijk voor een breed publiek. Deze zit niet ingewikkeld in elkaar en zowel jong als oud kan er van genieten tijdens een bezoek aan het museum. Ziet Marius zichzelf als kunstenaar? “Ik vind die vraag niet belangrijk”, zegt hij zonder aarzeling. “Ik wil gewoon mijn eigen ding doen en of dat nu kunst is of niet, houdt me niet zo bezig. Dat moet een ander maar beoordelen. Zolang je maar dicht bij jezelf blijft”. De kunstenaar Sierk Schröder, van wie Marius het werk erg bewonderd, heeft een mooie definitie voor wat die vindt dat kunst is. Volgens Schröder berust kunst op twee pijlers; dat zijn kunde en bezieling. Van Dokkum vult aan: “ja, ik denk dat het inderdaad vakmanschap moet uitstralen. Dat kan ook abstracte kunst zijn. Maar wat kunst in wezen inhoudt is eigenlijk een moeilijk begrip”.

‘Vrij werk’, zoals dat in het museum hangt verkoopt de kunstenaar niet. “Ik heb dat vroeger wel gedaan, maar in de jaren negentig van de vorige eeuw ben ik eens flink bedrogen door een galeriehouder”, herinnert de kunstenaar zich met spijt. “Ik maakte met deze ‘zeer sympathieke man’ afspraken op basis van vertrouwen. In het begin ging dat goed. Maar op een gegeven moment bleven de betalingen uit en zei hij steeds dat die nog wel gedaan zouden worden. Het bleek achteraf dat hij een gokverslaving had en wat mij toekwam er door had gejaagd. Naar mijn geld kon ik dus wel fluiten. Daar had ik een flinke kater van, want ik had veel schilderijen aangeleverd. Ik dacht: ‘als er zo met mijn werk wordt omgegaan, verkoop ik niks meer’. Dat was rond 1996”.
Dat zorgde ervoor dat Marius een grote collectie schilderijen had, toen hem na een succesvolle expositie in Harderwijk, in 2018 door de directie van het Stadsmuseum Harderwijk van die stad gevraagd werd mee te werken aan een eigen museum.
Humor is een belangrijke factor in zijn werk. Is Marius in het dagelijks leven ook zo’n vrolijk type? “Ik uit dat niet zo, maar ik heb wel veel binnenpret en zie vaak het leuke in van situaties”, zeg hij met een lach. “En ik vind het ook wel humoristisch dat, hoewel docenten op de kunstacademie in Kampen mij destijds afraadden te gaan schilderen omdat dit mijn ding niet zou zijn, ik mij daarin toch met succes ontwikkeld heb”. Op www.mariusvandokkummuseum.nl zijn schilderijen van zijn hand te zien.

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Abonneer gratis

op de digitale krant en op
de wekelijkse nieuwsbrief.