
Werkstraffen voor vechtpartij tijdens stappen in Oudestraat
· leestijd 1 minuut AlgemeenKAMPEN (JPZ) – Er wordt geschopt, geslagen en het slachtoffer krijgt een kopstoot. De 24-jarige Thomas F. en 25-jarige Ahmed E. gaan op 9 maart van dit jaar, tijdens het uitgaan, nogal tekeer. “Angst”, zegt E. vrijdagmorgen tegen de politierechter.
Volgens de beide verdachten dreigde het slachtoffer hen te gaan steken met een mes. De rechter kijkt bevreemd op: “Ik vind dat nergens terug.” Maar die woorden zijn wel gevallen, reageert F. “Hij zei: ‘Moet ik jullie neersteken?’ en toen is het misgegaan.”
Na een paar tikken op zijn borst door F. zou het slachtoffer zijn begonnen over het steken. “En ik zei: ‘Doe dan, laat maar zien dat je dat durft’”, vertelt F., die vervolgens nog een schop en een kopstoot uitdeelt.
E. komt bij de ruzie met de gedachte dat er een gezellig gesprek gaande is, maar komt er al snel achter dat dat niet het geval is. Hij stelt voor om met een taxi te vertrekken en zo een einde te maken aan de ruzie, zegt hij. Maar dat gebeurde niet.
“Hij zei: ‘jullie gaan bloedspetters zien, we gaan jullie neersteken’”, merkt E. op. “Het is niet de juiste manier van handelen, maar uit angst ga je dingen doen.” Hij slaat het slachtoffer in zijn gezicht.
Volgens de officier van justitie hadden de twee makkelijk weg kunnen lopen. Helemaal F., die een dag eerder in hoger beroep nog werd veroordeeld voor geweld. “U moest uw taakstraf nog uitvoeren, maar kwam toch weer in zo’n situatie.”
Daarom wil ze dat F. dit keer de gevangenis ingaat: vier maanden, waarvan twee voorwaardelijk. Tegen E. eist ze een taakstraf van 120 uur. De advocaat van F. vraagt om hem niet naar de gevangenis te sturen, omdat hij zijn leven gebeterd heeft. “Hij drinkt een stuk minder alcohol.”
De rechter veroordeelt beiden tot een werkstraf van 120 uur op. Bij F. komt daar, omdat het de tweede keer is, nog wel een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden bij. Ook verplicht ze hem tot een gedragscursus en moet hij zich melden bij de reclassering zolang die dat nodig acht.
John van Weeghel
























