Afbeelding
Foto: Aangeleverd

Rustidge: ‘Hardlopen is meer dan de ene voet voor de ander zetten’

· leestijd 1 minuut Algemeen

KAMPEN – “Hardlopen is meer dan de ene voet voor de andere zetten. Met een goede techniek kom je verder, houd je het langer vol en voorkom je blessures.” Aan het woord is Jacqueline Rustidge van atletiekvereniging (AV) Isala ’96. De Kamper atlete heeft in de afgelopen weken een grote groep lopers klaargestoomd voor de 2Bruggenloop die in maart wordt gehouden in Kampen. 

Weekblad De Brug portretteerde vijf van die lopers en als afsluiting van deze miniserie laten we ditmaal Rustidge aan het woord. Zij laat allereerst weten positief verrast te zijn door het niveau van de deelnemers. “Voor mij was dit de eerste keer om training te geven aan een grote groep lopers die je niet kent. Dan is het lastig om in te schatten wat ze kunnen. Op een enkeling na had iedereen al wel ervaring al varieerde de mate waarin wel sterk. Er zit een loper bij die op de halve marathon een persoonlijk record van 1 uur en 37 minuten wil verbeteren. Dan praten we over een serieus snelle tijd.”

Anderen gaan voor de 5 of 10 kilometer en hebben een eigen doel. Voor de een is dat een tijd neerzetten, voor de ander gewoon uitlopen. Wat ze gemeen hebben, is dat ze plezier beleven aan de sport en dat de 2Bruggenloop niet het eindstation is, maar een katalysator. Rustidge: “De lopers werken allemaal toe naar een doel en dat is de 2Bruggenloop. Wat ik daarbij veel terug hoor is dat mensen het ook heel leuk vinden in om hun eigen stad te lopen, in hun Oudestraat en over hun twee bruggen. Tegelijkertijd kijken de deelnemers die ik heb getraind alweer verder en stellen ze nieuwe doelen.”

Rustigde hoopt dat de lopers verslingerd raken aan de sport. Aan de motivatie zal het niet liggen. Ze komen wekelijks bijeen voor een training bij Isala, maar ze doen het verder toch helemaal zelf, met vaak meerdere trainingsuren in eigen tijd. Niettemin reikt Rustidge de lopers wel adviezen aan. Bijvoorbeeld over de juiste pasfrequentie. 

“Een ideale frequentie is tussen 170 en 180 per minuut. Je frequentie verander je echter niet van het ene op het andere moment. We hebben de lopers op een metronoom laten lopen, ingesteld op 180 passen per minuut, om inzicht krijgen in hun eigen pasfrequentie. Verder zijn er andere zaken van belang, zoals de houding van de romp en de manier waarop je je armen gebruikt. Maar ook de juiste gewichtsverdeling (op het standbeen, red.) en dat de lopers niet verkrampen, met de schouders omhoog, lopen.” 

Belangrijk is ook het juiste schema. Hardlopen is nooit zomaar vol gas gaan. Doelen bereik je met de juiste opbouw en intensiteit, al is het maar om blessures te voorkomen. Wat betreft het laatste zegt Rustigde: “We hebben ook twee avonden gehad met fysiotherapeut Maarten Papegaaij en die heeft heel bruikbare tips gegeven.”

Veder heeft Rustidge de groep twee keer onderworpen aan een cooper test, twaalf minuten zo hard mogelijk lopen om te kijken hoe het staat met de basis. Het is tevens een manier om progressie te meten. Het belangrijkste blijft niettemin dat de deelnemers het plezier in het lopen hebben ervaren.

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Abonneer gratis

op de digitale krant en op
de wekelijkse nieuwsbrief.