
Nog even dit: Loosdrecht en vis van Klappe
· leestijd 2 minuten AlgemeenJa er was de afgelopen periode heel wat loos in Loosdrecht. Klopt de oude zegswijze: ’Nomen est Omen’ ( de naam is een voorteken) dan zeker van toepassing op Loosdrecht. Terwijl de wijkgemeente van de protestantse kerk: ‘De Open Hof’ in Kampen eervol werd onderscheiden vanwege zijn barmhartige opvang (Kerkasiel) van vluchtelingen, sloeg in Loosdrecht juist de vlam in de pan, met verzet tegen de noodopvang van vluchtelingen.
Het glasgerinkel daar, de vernielingen, de vlammen en het bedreigen van specifieke bevolkingsgroepen deed me weer denken aan een eng mannetje met een snorretje, dat met zijn handlangers aldus een wereldoorlog ontketende, die miljoenen mensen het leven kostte, en tal van steden in puin legde. Wat een merkwaardig volkje zijn we soms toch. Enerzijds barmhartig en sociaal meelevend, anderzijds grimmig de spreidingswet afwijzend, die gemeentes verplicht evenredig aan de asielopvang bij te dragen. We verfoeien Wilders, doch tillen hem tegelijk op het schild, door massaal op hem als radicaal politiek persoon te stemmen.
Een ‘split personality’ noemen de Engelsen dat. Het zit hem denk ik in de aard van ons volkje. Al in 1650 verzetten we ons met Jan Pieterszoon Coen middels inspectietochten (‘hongitochten’) verwoed tegen de ongewenste aanwezigheid in onze Indische koloniën van sultans, die met opstandig gedrag onze lucratieve handel in specerijen bedreigden. Voor Coen een standbeeld als schild.
Een mooie opsteker nu dan ook voor Kerkenraad van de Kamper ‘Open Hof,’ die namens de landelijke stichting: ‘Over Holland,’ een bijzondere humanitaire prijs mocht ontvangen. Deze, ‘Over Hoop’ geheten, en waaraan een geldbedrag van 25.000 euro is verbonden, werd in 2017 nationaal ingesteld met als doelstelling het belonen van ‘sympathieke burger initiatieven die respect afdwingen’. De ‘Open Hof’ doet dat, aldus de stichting, met het in bescherming nemen van een al lange tijd in Kampen verblijvend vluchtelingengezin met drie kinderen. Weliswaar uitgeprocedeerd en om die reden uitgewezen, echter naar het nog altijd onveilig Syrië. Het gezin door de kerk, middels onafgebroken erediensten met vrijwilligers in bescherming genomen, waardoor een onaantastbaar bolwerk ontstond.
Aan die humane actie moest ik denken, al wandelend richting plantsoen. Het viel me op zoveel karakteristieke panden in de binnenstad na verloop van tijd ingrijpend zijn veranderd. Zo ook het pand aan de Broederweg dat ik me nog uit mijn jeugd herinner als het winkeltje van vishandel Klappe. Een rustiek nerinkje, maar eens per jaar op Hogeschooldag exploderend in een zakelijk goudmijntje. De stad dan overspoeld door honderden afgescheiden gelovigen. Groepsgewijs in kerken en zaaltjes bijeen komend om er eendrachtig met diensten hun aangescherpt geloof te vieren. De eigen, tot predikant opleidende Hogeschool aan de Broederweg, dan de hartenklop van deze, als een zwaluwenzwerm op trektocht zich even bundelend in Kampen. Tal van kraampjes met etenswaren deden dan in de middagpauze goede zaken, want de vele kerkgangers waren, na lang tijd uitgebreid bij de kansel te hebben getafeld, intussen wel toe aan een wat meer aardse versterking. Een visje wou er wel inl! Petrus was immers een visserman. Hoewel Klappe met vooruitziende blik en juiste handelsgeest bijtijds zeer ruim had ingeslagen,was hij na dat piekuur in de middagpauze weldra door al zijn vis heen. Een prestatie die chef redacteur Hans Wiersma van het Nieuw Kamper Dagblad in zijn krant inspireerde tot het volgende gedicht: ’Jeruzalem doe los de poort. De Hogeschooldag gaat beginnen. Straks hebben ze ‘Het Woord,’ en alle vis van Klappe binnen!’
Klappe, zelf een gelovig mens, daarbij in de roes van die dag verkerend, plaatste ter geruststelling van zijn vaste klanten in de stad dan een bordje in zijn compleet lege etalage, vermeldend: ‘DV ‘ (‘Deo Volente’) morgen weer verse vis!’ Een meer bezielde reclameboodschap uit het kleinbedrijf heb ik daarna nooit meer te zien gekregen. En waarachtig, het pand stond er nog steeds. Maar nu als woonhuis. Nieuwsgierig wierp ik een blik naar binnen. Er zat een vrouw bladerend in een tijdschrift op de bank. Een kind speelde op de grond. Er heerste nu Deo Volente een huislijke rust.
Henk de Koning




























