
‘Voor Haar’ brengt Frans Halsema en gouden jaren kleinkunst tot leven
· leestijd 4 minuten AlgemeenKAMPEN - De musical ‘Voor Haar’ over cabaretier en zanger Frans Halsema is op 11 november om 20.15 uur te zien in de Stadsgehoorzaal in Kampen. De voorstelling vertelt niet alleen het verhaal van Halsema, maar blikt ook terug op de gouden periode van de Nederlandse kleinkunst in de jaren 60 en 70. Hoofdrolspeler Soy Kroon, producent Albert Verlinde en Marijn Halsema, zoon van Frans, vertellen over de man achter bekende liedjes als ‘Voor Haar’, ‘Vluchten kan niet meer’ en ‘Zondagmiddag Buitenveldert’.
Marijn was zestien toen zijn vader in 1984 op 45-jarige leeftijd overleed. De herinneringen aan hem zijn nog altijd levendig. Toen producent Albert Verlinde hem benaderde met het idee voor een musical, vond hij dat een grote eer. Wel had hij een belangrijke boodschap voor de makers.
“Het beeld van Frans is door de jaren heen tamelijk eenzijdig geworden: Frans Halsema, de melancholicus, de poëet, de filosoof... Zeker, dat zat in zijn werk, maar in het dagelijks leven was hij helemaal niet zo’n serieuze, sombere man. Hij was juist ontzettend vrolijk, enthousiast en uitgelaten. Frans kon enorm veel plezier hebben. Dat is voor mij belangrijk om te vertellen, omdat ik hem als kind vooral op die manier kende.”
Grote bekendheid
‘Voor Haar’ is genoemd naar het lied uit 1977 waarmee Halsema sinds 1999 onafgebroken in de Top 2000 staat. Ook met ‘Vluchten kan niet meer’, zijn duet met Jenny Arean, ‘Zondagmiddag Buitenveldert’ en ‘Kees’ verwierf hij grote bekendheid.
De musical gaat tegelijkertijd over de periode waarin Halsema werkte. “Juist die periode willen we op het toneel tot leven wekken”, zegt Verlinde. “‘Voor Haar’ is niet alleen een ode aan Frans Halsema en zijn eigenzinnige kijk op een veel te kort leven, maar ook een loflied op de kleinkunst uit die periode. De tijd van de musicals van Annie M.G. Schmidt, van Wim Kan, cabaret Lurelei, van Jasperina de Jong en Gerard Cox.”
Verlinde produceerde eerder biografische musicals over Toon Hermans, Ramses Shaffy en Wim Sonneveld. Voor hem moet de hoofdpersoon van zo’n voorstelling iemand zijn die bij het publiek herkenning oproept. Halsema voldoet volgens hem aan die voorwaarde. Met Soy Kroon heeft hij bovendien een hoofdrolspeler gevonden die kan zingen en acteren en de humor van Halsema kan overbrengen. “Hij bezit datzelfde stoute van de charmeur Halsema.”
Nieuwe generatie
Kroon (31) kende aanvankelijk niet het volledige repertoire van Halsema. “Toen Albert me vroeg, begon ik me in hem te verdiepen. Ik luisterde zijn albums en dacht: verdorie, wat staan daar ontzettend veel mooie nummers op. Het is een eer om als jonge artiest een nieuwe generatie kennis te laten maken met onze kleinkunsthistorie. Er is toen zoveel moois gemaakt - zonde als die schat aan liedjes en sketches nog slechts bij een oudere generatie bekend zijn.”
De regie is in handen van Michiel van Erp, die daarmee zijn debuut maakt in het musicalgenre. De Gouden Kalf-winnaar maakte eerder onder meer de miniserie ‘Ramses’ over Ramses Shaffy. Volgens Verlinde brengt Van Erp een filmische blik naar de voorstelling en besteedt hij veel aandacht aan het acteerwerk en de dialogen.
De makers willen voorkomen dat het tijdsbeeld een aaneenschakeling van imitaties van bekende artiesten wordt. Tijdgenoten met wie Halsema samenwerkte, onder wie Gerard Cox, Jenny Arean en Adèle Bloemendaal, komen voorbij, maar Halsema blijft de centrale figuur.
Twijfel en melancholie
Kroon zoekt in zijn vertolking naar het evenwicht tussen de humor en melancholie van Halsema. Ook diens breuk met Gerard Cox speelt daarin een rol. De twee vormden jarenlang een populair duo.
“Frans vond dat wat ze samen maakten te plat bleef. Hij wilde verder, dieper, meer naar binnen gericht. Het ging te weinig over hemzelf. Die tegenstelling is mooi: hij wilde iets maken over zijn eigen bestaan, maar zodra hij echt bij zichzelf moest komen, werd het moeilijk. Wanneer hij zijn eigen hart moest onderzoeken, kwamen aarzeling en angst.”
Een uitspraak van Halsema is Kroon tijdens zijn voorbereiding bijgebleven: “Twijfel is mijn belangrijkste waarheid.”
“Voor mij voelt dat als de kern van zijn persoonlijkheid. Hij bleef zoeken. Als hij iets mooi vond, dacht hij al snel dat het nóg mooier kon. Altijd het gevoel dat je er nog niet bent.”
Ook de minder gemakkelijke kanten van Halsema krijgen een plaats. Marijn wilde nadrukkelijk niet dat zijn vader als een heilige zou worden neergezet. Volgens Kroon maakt juist dat de rol interessant. “Ik wil hem niet neerzetten als een egotripper, maar wil ook niet verbergen dat zijn keuzes gevolgen hadden voor anderen.”
Gerard Cox
De later verstoorde verhouding tussen Halsema en Cox komt eveneens terug. De twee ontmoetten elkaar nog op het ziekbed van Halsema en spraken volgens Kroon af opnieuw samen een voorstelling te maken als Halsema beter zou worden. “Dat is een ontroerende lijn in de voorstelling omdat er uiteindelijk ook vergeving in zit.”
Voor Marijn kreeg die geschiedenis in 2026 een bijzondere dimensie. Gerard Cox overleed 42 jaar na Halsema, op de verjaardag van zijn voormalige collega en eveneens aan slokdarmkanker.
“Gerard en mijn vader horen voor veel mensen bij elkaar omdat ze samen een belangrijke periode in het Nederlandse cabaret vertegenwoordigden. Dat maakt zo’n bericht extra bijzonder. Het zijn verbanden waar je niet omheen kunt, juist omdat de geschiedenis van beide mannen op verschillende momenten zo is verknoopt.”
Blijvende liedjes
In ‘Voor Haar’ krijgen de liedjes van Halsema vanzelfsprekend een belangrijke plaats. Kroons persoonlijke favoriet is ‘Zondagmiddag Buitenveldert’. “Daarin vertelt hij een verhaal dat je helemaal voor je ziet. De sfeer is zo raak getroffen. Het is zondagmiddag, het weer klaart een beetje op, er vliegen vogels over en twee mensen proberen elkaar te vinden. Tegelijkertijd voel je hoe troosteloos hun omgeving eigenlijk is.”
Ook Marijn noemt juist dat lied als voorbeeld van de kracht van zijn vaders repertoire. “Veel oudere liedjes hebben hun tijd gehad. Bij mijn vader heb ik dat niet. De kern blijft overeind, de observatie is herkenbaar, het gevoel blijft werken.”
Dat het werk opnieuw wordt uitgevoerd, vindt hij belangrijk. “Mijn vader neemt in de Nederlandse kleinkunst een belangrijke plaats in. Hij heeft werk gemaakt dat mensen blijven onthouden. Bijzonder, want theater is in de kern vluchtig. Zijn liedjes ruiken anno 2026 niet naar aardappels en oma’s oude jas. Zijn werk mag opnieuw worden uitgevoerd en hoeft niet onder een stolp te worden gezet. Een goed lied verliest zijn zeggingskracht nooit.”
Kroon hoopt dat de musical daardoor verschillende generaties bereikt. “Hoe geweldig zou het zijn als opa’s en oma’s met hun kleinkinderen naar ‘Voor Haar’ gaan. Dan wordt het in het theater een ontmoeting tussen generaties. Samen luisteren naar liedjes en sketches die de een nog kent en de ander voor het eerst hoort.”
Spot jij iets dat niet klopt of heb je een aanvulling? Meld het hieronder. Heb je mooie foto’s gemaakt of een leuk filmpje van dit evenement? Deel ze dan via de links onder dit artikel.




























