
‘Toekomstboer’ biedt inspiratie voor Kamper agrariërs
· leestijd 2 minuten Ondernemen in KampenHoe ziet de toekomst van het boeren in Kampen eruit? Een grote groep agrariërs ging met de gemeente op bezoek bij een moderne boer om inspiratie op te doen in een sector die onder druk staat door regelgeving. ‘’Die regels zorgen voor onzekerheid, maar de gemeente denkt graag mee’’, zegt wethouder Bas Wonink.
Ruim twintig Kamper boeren stappen na een rit van drie kwartier uit de bus het erf op van boer Erik Back in Lutten, gemeente Hardenberg. Het bezoek is ze aangeboden door de gemeente Kampen om kennis op te doen en te delen, zegt economiewethouder Bas Wonink ter plaatse. ‘’En om hier het gesprek aan te gaan: wat heb je nodig om boer van de toekomst te worden?’’ Op dit erf in Lutten wordt volop geëxperimenteerd. Direct vallen de twee ronde stallen op met zeildoek als dak die als houten bouwpakket door een Kamper aannemer geplaatst zijn. De koeien liggen in de zon in het stro te herkauwen, een schril contrast met de oudere gesloten stal verderop waarin de dieren op een grijze betonvloer staan. Op het erf staat eveneens een mestvergister voor de opwekking van biogas, ernaast wordt eendenkroos gekweekt. Nieuwe initiatieven die wel een prijs hebben, zegt de boer van Future Farm. De ronde stallen zijn duurzaam maar kosten een ton per stuk extra, de biogascentrale ging helaas failliet en met de eendenkroos moet hij nog verder experimenteren om er brood mee te verdienen.
Lokale afstemming
Kampen heeft een grote ‘agrofoodsector’, zegt de wethouder terwijl de groep langs de moderne stallen loopt. ‘’Deze sector is groter dan enkel de agrarische ondernemers. Denk ook aan loonwerkers of de leverancier van landbouwmachines. Van oudsher is deze sector groot in onze gemeente met veel ommeland.’’ Op het moderne erf valt het woord ‘regelgeving’ vaak. Regels vanuit Europa, Den Haag, de provincie en wat minder van de gemeente. Hoe kan Kampen haar boeren hiermee helpen? Zo kijken Den Haag en de provincie veelal naar kalenderlandbouw, legt melkveehouder Arie den Uijl uit Kamperveen uit. Dat betekent dat boeren op bepaalde data, ongeacht het weer, mogen maaien, oogsten of zaaien. ‘’Maai je een uur te vroeg, dan heb je al een probleem.’’ Het is vanuit het oogpunt van handhaving begrijpelijk, zegt zijn collega Arjen van der Kamp. Dan heb je overal dezelfde regels. ‘’Maar je ziet juist dat lokale afstemming veel beter is voor de dieren. En dat je dan voor de natuur meer kunt bereiken.’’
De Kamper boeren kijken hun ogen uit. Want ondanks de steeds knellender regelgeving in ons land, zien ze hier hoe er veel ook wel kan. Melkveehouder Den Uijl werkt in Kamperveen mee aan een proef waarbij land bemest wordt met zogeheten mineralenconcentraat als vervanger van kunstmest dat onder meer uit een mestvergister komt, vertelt hij terwijl de groep bij de vergister van boer Back staat. De regelgeving rondom het gebruik van dat concentraat is nog niet rond. ‘’Maar is dat er door samen met de plicht bij te mengen met groen gas dan denk ik dat elke boer wel met biogas wil beginnen’’, zegt Den Uijl. ‘’Biogas heeft veel potentie en daar is ook veel belangstelling voor in en rondom Kampen’’, vult melkveehouder Van der Kamp aan. ‘’Maar het moet je wel passen. Je moet de tijd hebben om die markt te ontwikkelen en erachteraan te gaan. Want uiteindelijk ben ik boer geworden om met vee aan de slag te gaan.’’
Beide boeren zitten in een gebied met uitdagingen. In Kamperveen klinkt de bodem in. Dat kun je tegengaan door het grondwaterpeil te verhogen maar dat betekent weer dat het bewerken van de grond voor een boer lastiger wordt. Op het Kampereiland heeft Van der Kamp te maken met strengere regelgeving omdat het rijk aan nieuwbouw in buitendijkse gebieden strengere voorwaarden stelt. ‘’Als ik nu een vergister wil plaatsen kom ik buiten mijn toegestane bouwblok’’, legt de melkveehouder uit. Dan is het fijn als hij een ingang bij de gemeente heeft. Het helpt als de gemeente samen met ons het gesprek aangaat met het ministerie, zeggen beide boeren, want vaak zijn er in het gebied zelf al goede oplossingen bedacht waar men in Den Haag geen weet van heeft.
Constructief
Wethouder Wonink omschrijft de rol van de gemeente tegenover de ondernemer als ‘ondersteunend’. De deur van het gemeentehuis staat open. ‘’Niet dat ik overal een oplossing voor heb, maar de gemeente kan meedenken met respect voor ieders rol.’’ Hij hoort ook over de druk van regelgeving die boeren ervaren. Regels die niet vanuit het gemeentehuis komen. ‘’In de agrarische sector is veel onduidelijkheid over regelgeving en dat zorgt voor onzekerheid over de toekomst. Dat is een risicofactor voor een ondernemer.’’ Wonink hoort dat ondernemers vooral behoefte hebben aan een contactpersoon die constructief meedenkt. ‘’Deze sector is waardevol en die willen we behouden.’’
De toekomst van het landelijk gebied
De gemeente stelt dit jaar een toekomstvisie op voor het landelijk gebied. Waar is tot 2050 ruimte voor agrariërs en waar voor natuur, woningbouw of recreatie? Een adviesgroep met daarin onder meer boeren, het waterschap, Staatsbosbeheer en dorpsverenigingen denkt al vroeg in drie bijeenkomsten mee. Dit vooruitkijken is volgens wethouder Bas Wonink nodig om voorbereid te zijn op de toekomst. Hij benadrukt dat het een visie is, niet een in beton gegoten plan. ‘’Zo’n vooruitblik is nodig zodat je bij een verwachte stijging van het inwonertal weet waar je woningbouw wil plegen. En ook zodat een stal gebouwd wordt op een plek waar die kan blijven staan.’’




























