
Accijnsverhoging op tabak is voor De Olifant wellicht de doodsteek
· leestijd 3 minuten Ondernemen in Kampen(door Alex de Jong @ Baba Tonka Business) Volgend jaar, in 2026, bestaat de tabaksindustrie in Kampen tweehonderd jaar. Je zou denken: dat is reden voor groot feest bij De Olifant, de Kamper sigarenfabrikant. Het tegendeel is waar. Ten eerste omdat Thomas Klaphake, directeur/eigenaar van De Olifant totaal geen reclame voor zijn tabaksartikelen mag maken. Maar vooral omdat de aanstaande Europese harmonisatie van accijnzen hem ernstige zorgen baart. ‘Het zou kunnen betekenen dat een sigaar van tien euro nu, straks 16,50 of 17 euro moet gaan kosten’, stelt hij. En dat zou wel eens het einde van een stukje rijke Kamper historie kunnen worden…
Niet dat Thomas zich zomaar gewonnen geeft, hoor. ‘Als ik naar de laatste twintig jaar kijk, en naar wat er allemaal aan regelgeving op ons af is gekomen, dan heb ik wel vaker gevoeld dat we een dolk in de rug kregen. Toch hebben we dat dolkje iedere keer weer kunnen verwijderen door creatief te zijn in onze bedrijfsvoering.’ Het betekende onder meer dat hij niet volledig op de inkomsten van De Olifant dreef, maar ook met De Eenhoorn andere genotsmiddelen (lees: koffie en thee) begon. Hoewel er de afgelopen twintig jaar een ware heksenjacht op tabak gaande is, ziet hij ook een verontrustende algemene trend: ‘De opeenstapeling van wetgeving in de afgelopen twintig jaar maakt het niet alleen in de tabak, maar voor alle kleine ondernemers, steeds lastiger om het hoofd boven water te houden.’
Brussel graait
Welke bedreiging steekt er nu de kop op? Thomas: ‘Er is in Brussel bedacht dat alle 27 aangesloten landen naar een gelijkstelling op het gebied van accijnzen en btw moeten.’ Nu verschilt dat percentage heel erg per lidstaat, weet hij, en zoomt in op de accijnzen: ‘De bandbreedte ten aanzien van accijns in Europa is groot. In Duitsland is het vier procent, in Frankrijk is het veertig! Dat is een bandbreedte van 36%. En reken er maar op dat, als er gelijkstelling komt, we niet naar de vier procent van Duitsland gaan, maar naar de veertig procent van Frankrijk. Immers: die accijnzen zijn een potje voor Brussel, en die moet zo groot mogelijk worden. Dus komt er in Duitsland 36% bij en bij ons (we hanteren in NL nu een accijnspercentage van 11 procent, red.) een stijging van 29%. Dat betekent dat waar ik een sigaar nu voor tien euro verkoop, deze straks 16,50 tot 17 euro moet gaan kosten.’ Hoewel er nog geen besluit is genomen, verwacht hij dat dit niet lang op zich zal laten wachten. ‘De lidstaten hebben dit plan nu al op hun bureau liggen en ik verwacht niet dat dit in een laatje verdwijnt. Dit gaat om geld. Dit gaat om antirookcampagnes. Dit blijft op de agenda staan en er komt vandaag of morgen een keer een beslissing, waar landen zich aansluitend allemaal aan moeten houden.’ Met verregaande consequenties voor De Olifant, weet hij. ‘Onze thuismarkten zijn Nederland en Duitsland, dus de impact hiervan op om onze prijzen is gigantisch.’
‘Begin van het einde’
Jullie producten vertegenwoordigen luxe; jullie klanten betalen nu al tien euro voor een sigaar om daarvan lekker lang te kunnen genieten. Maakt de prijs dan echt zoveel verschil? ‘Zeker wel. Natuurlijk zullen er mensen zijn die ook best bereid zijn om die prijs te betalen, maar er zullen ook mensen stoppen, of minder vaak een sigaar kopen. Het betekent sowieso dat mijn volume daalt.’ Thomas schetst in het kort het dilemma van hem als producent: ‘Tot circa 2005 heb ik amper prijsverhogingen gehad. Daarna moest ik wel. Vanwege allerlei nieuwe regeltjes. Eerst de waarschuwingsstickers op de kistjes, daarna track & trace, noem maar op. Allemaal regelgeving die de consument niet eens ziet, maar die ik wel heb moeten doorberekenen in de kostprijs, wilde ik mijn marge behouden. Ook nu moeten de prijzen omhoog. En ik weet met zekerheid: hierdoor gaat het volume naar beneden. Door de hogere prijs kun je wellicht je omzet behouden, maar je marge daalt, want een steeds groter deel van de omzet moet je afstaan aan accijns en btw.’ Terwijl het volume daalt, gaat dat wat hij verdient om de vaste kosten te dekken, rap omlaag. Dat kan niet zonder gevolgen blijven.
‘We produceren nu 300.000 sigaren per jaar. Daar is onze huidige bedrijfsvoering mede op afgestemd. Ervaring leert ons dat het volume bij flinke prijsverhogingen drastisch daalt. Tot misschien wel de helft minder. En ja, als er minder sigaren geproduceerd gaan worden, dan moet ik afscheid nemen van mensen. Dat wil ik helemaal niet. Dat heb ik in het verleden al gedaan en dat wil ik niet nog eens hoeven meemaken.’ Het betekent dat hij van drie, vier man in de sigarenproductie naar hooguit twee zal moeten. Hij voorspelt dat dit het begin van het einde zal betekenen voor De Olifant. ‘Want hoe kleiner de volumes worden, hoe moeilijker ik de volgende wetgeving het hoofd kan bieden. Anders gezegd: het wordt dan steeds makkelijker om te zeggen ‘dan moet ik er maar helemaal mee stoppen’.’ Het is een doemscenario dat nu als een zwaard van Damocles boven zijn hoofd hangt; eentje waar hij, anders dan voorheen, de oplossing nog niet voor heeft gevonden...






























