Afbeelding

De blijdschap om drie kamers en een balkon in boekvorm

· leestijd 2 minuten Algemeen

(door Christiaan Schutte)
KAMPEN - Het ?troosteloze imago' dat naoorlogse stedenbouw en architectuur omhult, is niet terecht. Denk je eens in dat veel mensen vanwege de woningnood na de oorlog bij hun ouders op zolder woonden, waar anderen gedwongen onderdak moesten bieden aan vreemden. De blijdschap om drie kamers en een balkon voor jezelf of de vertrekkende ander is dan opeens heel logisch.

Het boek ?Ambitie en Optimisme, stedenbouw en architectuur 1940 ? 1970' van kunsthistoricus Geraart Westerink over de naoorlogse jaren in Kampen is daarmee niet alleen een kroniek over de bouw en architectuur zelf. Het biedt de lezer tevens een verrassend perspectief, namelijk dat van de mensen van toen. ?Hoe meer je van iets af weet, in dit geval de omstandigheden die bepalend waren voor de naoorlogse stedenbouw, hoe meer waardering je er voor kunt hebben. En hoewel ik het eens ben met de bewering dat het pragmatisme hoogtij vierde, zijn er echt wel mooie gebouwen neergezet. Neem nu de oude Nijverheidsschool waar momenteel het gezondheidscentrum in is gevestigd. Ik ben echt blij dat dit karakteristieke gebouw is blijven staan.?

Megalomaan project
Waar Kampen daarentegen mogelijk is ontsnapt aan een ?megalomaan project' is op de ?locatie Kennedylaan'. Daar was een overdekt winkelcentrum gepland als entree tot de binnenstad. Westerink: ?Het mooie is dat je al zoekende allerlei ontwerpen tegenkomt die nooit werkelijkheid zijn geworden, maar je wel iets vertellen over hoe mensen destijds dachten. In dit geval denk ik dat we blij mogen zijn dat een dergelijk massief stuk beton er nooit is gekomen.?

Westerink schuwt echter de kritiek en is heel feitelijk te werk gegaan. ?Kritiek achteraf is altijd comfortabel. Je moet het bekijken door de ogen van de mensen in die tijd. Zij deden op dat moment wat zij het beste achtten.? Om deze context te schetsen, begint de auteur zijn verhaal vijf jaar eerder en neemt hij dezelfde marge aan de andere kant van de tijdslijn. ?De oorlogsjaren zelf komen ook aan bod, omdat dit een logische aanloop is naar de wederopbouwperiode die zo rond 1965 stopt. Ik houd in mijn boek de periode tot aan 1970 aan, omdat ik zodoende de bouw van West en bijvoorbeeld de bekende Wortmanflat kan meenemen.?

Wat dan meteen opvalt, is het verschil met de iets eerder in de tijd gerealiseerde Hanzewijk. ?Een probleem met de Hanzewijk is dat daar veel verzakkingen zijn geweest omdat men bouwde op opgespoten grond. Kenmerkend zijn tevens de portiekflats. Die heb je niet in of nauwelijks in West, waar je alleen echte hoogbouw hebt en veel eengezinswoningen. Aanvankelijk was in de Hanzewijk meer laagbouw gepland, maar dat bleek kostentechnisch niet uit te kunnen. Vandaar dat men een klein beetje de hoogte in ging wat de leefbaarheid op de lange duur niet bevorderde.?

Bedolven onder documentatie
In drie jaar tijd spitte Westerink heel wat papierwerk door. ?Ikzelf woon in een huis op een plek waar ooit de stadsmuur liep. Het middeleeuwse Kampen fascineert mij enorm, met name ook omdat er nog zoveel te raden valt. Met de naoorlogse bouw is het tegenovergestelde het geval. Je wordt bijna bedolven onder documentatie.?Dat is zowel een voordeel als een nadeel weet de Kampenaar, die veel moest selecteren uit de brei aan informatie. ?Ik heb het overigens met heel veel plezier gedaan en zag van alles voorbij komen. Zoals een bouwbesluit dat liefst twaalf keer is aangepast.?
Westerink schreef het boek in opdracht van de gemeente. De informatie kan dienen als fundament bij het maken van keuzes. Het besef dat de wederopbouwperiode creaties heeft opgeleverd die het behouden waard zijn, al dan niet door deze een monumentale status toe te kennen, schiet wortel in Kampen.

Rest de vraag of de wederopbouw in de oude Hanzestad nog kenmerkende lokale karaktertrekjes had. ?De naoorlogse bouw laat in Kampen veel gelijkenissen zien met het beeld in andere steden. Toch zijn er wel verschillen?, meent Westerink. ?Ik denk dat je wel kunt zeggen dat er in Kampen relatief veel met eigen bouwbedrijven en architecten is gewerkt. Daar zal inderdaad ook een zekere gunfactor hebben meegespeeld. Iets anders is de infrastructuur in en om de stad. Met de inpoldering van dat deel van het IJsselmeer dat nu Flevoland is, kreeg de stad er opeens een heel nieuw achterland bij. Kampen werd van een afgelegen eindpunt een beginpunt.?