
Op de Koggewerf wordt uitgezien naar komst opgegraven en herstelde IJsselkogge
· leestijd 1 minuut Algemeen(door Huib Strengers)
KAMPEN – “Namens de Koggewerf partners kan ik zeggen dat we blij zijn dat er een definitieve locatie keuze is gemaakt door B&W de IJsselkogge een plaats te geven op de Koggewerf”, aldus Aalt van den Hult in de raadscommissie waar het onderwerp vorige week ter sprake kwam.
Volgens Van den Hult, actief op de Koggewerf, betekent de komst van een IJsselkoggepaviljoen een kans op uitbreiding van activiteiten op de werf. Minder te spreken was hij over het feit dat het college van B&W beheer en exploitatie volledig onder de verantwoordelijkheid van de gemeente wil laten vallen, met het Stedelijk Museum Kampen als uitvoeringsorganisatie. “Wij wijzen er op dat de cultuur en werkwijze binnen de stichting van heel andere orde is dan de toch wel museale cultuur binnen het museum”.
Komende donderdag is de laatste raadsvergadering voor het ‘reces’ -de vakantie- van gemeenteraad en B&W en wordt de plek van de IJsselkoge op de Koggewerf hoogstwaarschijnlijk definitief. In de raadscommissie waren nog wel twijfels bij de ChristenUnie. De fractie baart zich zorgen over de kosten, 5,6 miljoen euro en het geringe aantal parkeerplaatsen. De SGP, nooit een groot voorstander van de komst van de IJsselkogge noemt de dekking in het voorstel van B&W “fantasierijk”.
Het geringe aantal parkeerplaatsen is volgens raadslid Jacolien van de Wetering (CDA) geen probleem. “We hebben ook de Bovenkerk als toeristische trekker. Die bezoekers kunnen dan ook naar de IJsselkogge”. Dat de afstand tussen de toeristische toppers bijna drie kilometer is en vooralsnog niet meer parkeergelegenheid is te verwachten, liet het CDA in het midden.
Kampereiland
Al geruime tijd verschillen de meningen over de betaling van bewoners op het Kampereiland. Het gaat om burgerwoningen (76), 22 woningen en 54 (oud) boerderijwoningen. De bewoners hebben recht van opstal. Deze burger opstalhouders zijn eigenaar van de woning, maar de ondergrond is eigendom van de Stadserven, de instelling die de werkzaamheden van de gemeente voor haar rekening neemt. Voor het recht van opstal betalen de burgers een bedrag aan Stadserven. Al geruime tijd bestaat er onvrede bij de bewoners en bij de leden van de gemeenteraad. Woensdag werd er in de raadscommissie uitgebreid over gesproken. Vorig jaar heeft het college een uitwerking voor ‘systeem verandering’ voorgesteld. Dat ging over de duur van de overeenkomst (50 jaar) en de hoogte van de huur. Raadsleden met kennis en betrokkenheid bij de kwestie op het Kampereiland gingen vorige week in de raadscommissie uitvoerig in op een nieuw voorstel van B&W. Met name VVD-er Holtland en SGP lid Van den Bosch gaven zich niet direct over aan het collegevoorstel. Het betekent voor burger opstalhouders ‘implicaties’ in wat betreft de woonlasten. Ze zijn er lange tijd, achteraf ten onrechte vanuit gegaan, dat de betaling van het ‘insteekrecht’ eenmalig was en de lage retributie (huur) eeuwigdurend was. Donderdag in de raad zal blijken of de belangen gaan tussen inwoners van Kampereiland of het algemeen belang.





























