
Expositie ’Ongekleurd’ in Ikonenmuseum als opmaat naar Stripspektakel
· leestijd 2 minuten Algemeen(door Maarten van Gemert)
KAMPEN – Eind juli is in het Ikonenmuseum de expositie ’Ongekleurd’ van start gegaan. Aan de hand van originele stripplaten wordt het verhaal van het stripverhaal door de jaren heen verteld. Er komen veel striptekenaars en veel stripstijlen langs. De tentoonstelling vormt een prachtige opmaat naar aanstaande zaterdag als de 25e editie van het Stripspektakel de Kamper binnenstad op zijn kop zet.
De beeldende kunst kent ontelbare stijlen en zo is het ook met strips. De expositie ’Ongekleurd’ laat met losse strippagina’s diverse stijlen zien. Recht van de tekentafel van de kunstenaar, vaak met potloodlijntjes, soms een enkel koffievlekje. Dichter bij het ontwikkelingsproces van een stripalbum kun je niet komen. Een aantal originele strippagina’s komen uit de persoonlijke collectie van Paul Reichenbach, organisator van het Stripspektakel. Paul Geerts laat eenmalig een aantal originele stripplaten zien van zijn allerlaatste verhaal ’Het Monsterbos’.
Prikkebeen
De expositie ’Ongekleurd’ begint in de prehistorie. Dat wil zeggen, het verhaal van het stripverhaal begint in de prehistorie. Toen voelden mensen al de behoefte om met beelden een verhaal te vertellen – kijk naar de grottekeningen van volledige jachttaferelen in het Zuid-Franse Lascaux. Het ijkpunt voor de Nederlandse stripgeschiedenis ligt voor Reichenbach bij ’Mijnheer Prikkebeen’ met als met als ondertitel ’Eene wonderbaarlijke en kluchtige historie’. De uitgave in 1858, naar een populair Frans en Duits voorbeeld, was bewerkt door de Groninger schrijver J.J.A. Goeverneur en sloeg enorm aan.
In de zaal van het Ikonenmuseum, bestemd voor wisselende tentoonstellingen, zijn strippagina’s te bewonderen van bekende Vlaamse tekenaars als Marc Sleen, Bob De Moor, Buth, Bob Mau, Karel Biddeloo, Karel Verschuere en vele anderen. Er zijn platen van bekende Nederlandse tekenaars en Franse tekenaars als ook van legendarische medewerkers aan weekblad Robbedoes, zoals Maurice Remacle of Sirius, en van medewerkers van weekblad Kuifje, zoals Dino Attanasio, Greg of Liliane en Fred Funcken.
![]()
De verzamelde stripplaten vertellen het verhaal van het stripverhaal (foto: Maarten van Gemert)
Stripcultuur
De strippagina’s worden uitvoerig met teksten toegelicht. Zo ontrolt zich de geschiedenis en het proces van het stripverhaal. In professionele studio’s werken meerdere tekenaars aan een strip. Soms schrijft een scenarioschrijver het verhaal en is de uitwerking en (kleur)invulling aan de uitgever. Opvallend is het feit dat de stripcultuur in de jaren vijftig enorm bloeide… in België. Misschien dempte toch de calvinistische wind in Nederland de creativiteit. Bekende en populaire strips als Bessy en de Rode Ridder waaiden vanuit België over. Zo is ook het Stripmuseum in Brussel vele malen groter dan haar Nederlandse evenknie in Noordwijk.
De goede kijker kan op de originele stripplaten zien hoe ze soms met bloed, zweet en tranen tot stand zijn gekomen. Het eerste valt wel mee hoewel er soms met scheermesjes gewerkt werd, laten verwijderde vlekken zien. Tipp-Ex kwam pas in de jaren zestig op.
Ikonen
Reichenbach prijst het Ikonenmuseum als een prachtige aanwinst voor de stad Kampen. Ze geven ruimte aan andere kunst waarbij de expositie ’Ongekleurd’ daar bovendien op zijn plaats is. Religieuze kunst heeft raakvlakken met het stripverhaal. Beide zijn kunstvormen die iets te vertellen hebben, die iets willen vertellen. Bovendien zijn sommige stripfiguren ook iconen geworden.
Evelien Jalving, directrice van het Ikonenmuseum, zit in de organisatie van het Stripspektakel en zo was de link snel gelegd. In het programmaboek van het Stripspektakel wordt op pagina 13 gewaarschuwd dat de expositie ’Ongekleurd’ niet interessant is voor hen die alleen maar een goed verhaal wil lezen. De tentoonstelling gaat dieper.
Op de dag van het Stripspektakel opent Stedelijk Museum Kampen een kleine exposite over 25 jaar Stripspektakel. Hiervoor heeft Reichenbach ook materiaal aangeleverd. Hij is vereerd om even in twee musea vertegenwoordigd te mogen zijn. Maar bovenal gaat het Reichenbach om de aandacht voor het stripverhaal. Nederland loopt achter bij landen als Frankrijk, Italië, Spanje en het al genoemde België waar het publiek het medium waardeert als een volwaardige kunstvorm (de negende kunst). Het Ikonenmuseum sluit zich daarbij aan met de expositie ’Ongekleurd’.
![]()
Bezoekers bekijken de unieke eerste stripplaten van Geerts’ laatste album (foto: Maarten van Gemert)
..





























