
Kampen in de Staten: een maidenspeech en woningbouw in Overijssel
· leestijd 1 minuut AlgemeenZes mensen uit de gemeente Kampen zijn actief in de Provinciale Staten van Overijssel. Niet iedereen weet wat daar gebeurt. Om meer bekendheid te geven aan wat er in de Provinciale Staten besproken wordt, vertellen de Kampenaren om beurten over hun werk. Vandaag een bijdrage van Alwin Pleijter (BBB) en Co Florijn (SGP).
Alwin: Afgelopen woensdag kwamen drie belangrijke onderwerpen in de Provinciale Staten vergadering aan de orde. Allereerst de motie “Kwaliteit Natuurbodems in beeld”. Deze motie werd ‘vreemd’ ingebracht door ons collega BBB-statenlid Gerrit Versteeg. Voor hem zijn maidenspeech: zijn eerste toespraak in de Statenvergadering. Hij deed dat in het Nedersaksisch. Omdat het de maand van het dialect is, spraken we in de Staten ons eigen dialect. Het is fantastisch dat deze motie de goedkeuring heeft gekregen van alle statenleden.
Het tweede wat ik wil noemen, is het “Provinciaal Inpassings-Plan, Wieden 2” waar we een amendement voor hebben ingediend met de SGP. Hebben we als BBB benadrukt dat de menselijke maat gehanteerd moet worden.
Het derde wat aan bod kwam is het “Inter-Provinciaal Overleg”, het IPO. Daar gaat collega BBB-statenlid Martien van ‘t Hul de provincie Overijssel vertegenwoordigen.
Co: Dat er te weinig woningen gebouwd worden, weet iedereen wel. Overijssel zet zich hier ook voor in, en met resultaat; onze provincie is de enige die de afgelopen jaren meer woningen realiseerde dan de doelstelling was. Tegelijk merken we dat woningbouw niet vanzelf gaat. Naast opgelopen kosten door hoge inflatie, kost planvorming tijd en kan regelgeving in de weg zitten.
Voor de provincie heeft woningbouw prioriteit. Dat zie je allereerst doordat ze voortvarend meewerkt aan bouwplannen, zowel direct als indirect. Op gebieden waar de provincie bevoegd gezag is, hebben we direct invloed. Daar probeert de provincie vlot te zijn met vergunningen en mee te denken. Ook bij overleg in groter verband probeert de provincie moeilijkheden op te lossen om zo te blijven bouwen.
Indirect is er ook veel te doen. Vooral kleine gemeenten kunnen het moeilijk hebben met planvorming. Want om een wijk of straat te kunnen bouwen, moeten er vanuit wet- en regelgeving allerlei beleidsstukken en -plannen klaarliggen. En er moeten onderzoeken gedaan worden naar allerlei zaken op gebied van milieu, bodem, water, verkeer, enzovoorts. Nutsvoorzieningen moeten gepland worden. Dat kost allemaal ambtelijke capaciteit. Niet alle gemeenten hebben die capaciteit over. De provincie heeft een team ambtenaren dat zulke gemeenten kan helpen met het versnellen van planvorming. Zonder papier kun je geen gebouw (meer) van de grond krijgen.





























