
Overijsselse ouderen doen het vaakst beroep op huishoudelijke hulp via Wmo
AlgemeenREGIO - In de eerste helft van 2025 deed 22,2 procent van de Overijsselse 75-plussers (zo’n 21.100 mensen) een beroep op huishoudelijke hulp via de Wmo. In dezelfde periode in 2021 ging het nog om zo’n 17.700 aanvragen: een stijging van ruim 18,9 procent in vier jaar. In Twenterand werd het vaakst huishoudelijke hulp aangevraagd. Dit blijkt uit onderzoek van thuiszorginstelling Zuster Jansen, op basis van cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek.
Het percentage Overijsselse 75-plussers dat in de eerste helft van 2025 een aanvraag deed voor huishoudelijke hulp is een stuk hoger dan het landelijk gemiddelde van 18,1 procent. De provincie scoort hiermee het hoogst van alle Nederlandse provincies. Limburg volgde met 21,5 procent. In Noord-Holland lagen de aantallen juist het laagst: hier vroeg ‘slechts’ 16 procent van de 75-plussers hulp in huis aan.
“Deze cijfers laten zien dat de druk op de Wmo niet overal gelijk is”, aldus mevrouw Knol, vestigingsmanager bij Zuster Jansen. “Gemeenten en provincies met veel oudere inwoners moeten zich voorbereiden op een blijvend hoge vraag naar huishoudelijke hulp, terwijl de beschikbare capaciteit vaak al onder spanning staat.”
Binnen de Overijsselse gemeenten zijn er grote verschillen. Twenterand is de koploper van heel Nederland: hier rekent ruim 1 op de 4 ouderen op huishoudelijke hulp. In Zwartewaterland daarentegen wordt deze maatschappelijke ondersteuning met 16,6 procent relatief weinig benut.

























