
Het tragische levenseinde van Casparus Johannes Spat
· leestijd 1 minuut AlgemeenKAMPEN - CultuurZIEN schrijft ieder maand in De Brug een column over de geschiedenis van Kampen, dit keer over het levenseinde van Casparus Johannes Spat. In 1855 begon Casparus Johannes Spat als conrector aan het Stedelijk Gymnasium in Kampen. Een flinke stap voorwaarts voor deze zoon van een onderwijzer in Kralingen. Ruim twintig jaar later eindigde zijn leven in een krankzinnigengesticht.
Op 1 maart 1824 werd in het gezin van Muus Casparus Spat en Johanna Maria Barnouw een zoon geboren: Casparus Johannes. Vader Muus was onderwijzer in Kralingen bij Rotterdam. Waarschijnlijk leerde zoon Caspar het vak van onderwijzer in de praktijk en van zijn vader. Caspar bekwaamde zich verder als docent in Winschoten, Assen en Groningen. Daarna werd hij huisdocent op een landgoed nabij Beetsterzwaag in Friesland.
Naar Kampen
In 1855 volgde de benoeming van Caspar Spat tot conrector aan het Stedelijk Gymnasium in Kampen. Opvallend is dat in 1855 ook Augustinus Lycklema à Nijeholt uit Beetsterzwaag zijn studie begon aan het chique instituut aan de Koornmarkt. Zouden leerling en huisonderwijzer samen de overstap naar Kampen hebben gemaakt?
In 1857 promoveerde Caspar Spat tot doctor in de letteren aan de universiteit in Groningen. Op 30 juli 1857 trouwde Caspar met Henriëtte Wilhelmine Meijboom, dochter van de muziek- en tekenmeester in Assen. Caspar en Henriëtte vestigden zich aan de Cellebroedersweg, in het rijtje huizen langs het grachtje ‘’de Cellespijp’’. Na een jong overleden dochtertje, werden Catharina Margaretha (1862) en Claas (1865) geboren. Ergens tussen deze twee geboorten verhuisde het gezin Spat naar de Ijsselkade, naast de Stadsherberg. Het zijn de jaren waarin Caspar Spat regelmatig publiceerde in het tijdschrift ‘’’De Tijdspiegel, Vaderlandse Letteroefeningen’’. Deze publicaties houden na 1867 op.
Opgenomen in het krankzinnigengesticht
Pas in 1874 wordt Caspar Spat weer genoemd. Hij blijkt dan op 11 juli opgenomen te zijn in ‘’het krankzinnigengesticht’’ te Zutphen, waar hij op kosten van de stad eerste klasse wordt verpleegd. Aanvankelijk werd gehoopt op een korte verpleging, gevolgd door een gedeeltelijk of geheel herstel. Maar in 1877 begon door te dringen dat Caspar Spat zowel geestelijk als lichamelijk juist verder achteruit ging. Op dat moment werd aan Caspar een pensioen van f 960 uitgekeerd en werd voor f 900 aan verpleegkosten betaald.
Nadat Caspar Spat nog een jaar in de tweede klasse te Zutphen was ondergebracht, werd hij op verzoek van zijn familie vanaf 20 september 1878 in Rheden verpleegd. Dit proefverblijf in Rheden duurde maar enkele weken: Casparus Johannes Spat overleed op 10 oktober 1878. Hij werd 54 jaar oud.





























