Afbeelding
Foto: Koen Meijeringh

Gerards Coronakrabbels: Deel 54: Hugo en Ernst

Sport

Het coronavirus regeert. Dikwijls beseffen we nauwelijks wat we meemaken en verlangen we terug naar de goede tijden waarin we leefden als ‘God in Nederland’. Een periode die nog maar even achter ons ligt, maar toch zo ver weg lijkt. In de huidige moeilijke periode probeer ik wat verlichting te brengen met een reeks ‘Coronakrabbels’. Over alledaagse dingen in de wondere wereld waarin het coronavirus voorlopig nog steeds de dienst uitmaakt.

Corona en Hugo de Jonge waren onlosmakelijk aan elkaar verbonden, maar Hugo is niet meer. In coronatermen dan wel te verstaan. Gelukkig heeft hij de zware baan als ‘coronaminister’ overleefd, maar hij mocht zijn klus niet afmaken. Misschien is dat ook wel verstandig, want Nederland was een beetje Hugo-moe. Ik vermoed dat Hugo dit jaar niet hoog gaat scoren in de lijst van populairste babynamen. Als troostprijs mag Hugo verder als minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en mag hij het huizenprobleem oplossen. Zowaar lijkt met dat een nog zwaardere missie dan het coronavraagstuk en sinds corona is zijn gezicht al behoorlijk afgetakeld. Kan het nog minder? De praktijk zal het uitwijzen.

Nu krijgen we wat corona betreft te maken met Ernst Kuipers, die dus verder gaat als minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Iemand zonder politieke ervaring, maar wel iemand uit de praktijk. Hij was voorzitter van het Landelijke Netwerk Acute Zorg en verantwoordelijk voor de spreiding van coronapatiënten in de ziekenhuizen. Ernst Kuipers, iemand met een grote medische achtergrond, maar hij was geen lid van D66. Wel heeft hij volgens een artikel in het NRC wel meegedacht over de zorgparagraaf in het verkiezingsprogramma van de partij.

Sinds het begin van de coronacrisis dook Ernst Kuipers regelmatig op in televisieprogramma’s om zijn visie te geven. Nu mag hij het zelf waarmaken. Al snel zijn de verwachtingen hoog. Helemaal als zijn aantekeningen bij de eerste ministerraadsvergadering ineens op social media opduiken. ‘Ernst Kuipers doet sport van het slot’, kopt een dag later een krant uit het noorden van het land.

Ik moet het nog maar zien. Ernst praat eerst zijn mond voorbij, maar is later toch wat voorzichtiger. Is hij op de vingers getikt door zijn collega’s in het nieuwe kabinet? Eén ding is er niet veranderd. Nog steeds lekt bijna al het nieuws uit in de aanloop naar een persconferentie. En dat gaat verder dan wat oudewijvenpraat, ‘Idle Gossip’, zoals de pretpunkband The Toy Dolls dit zo treffend typeert. Het nieuws ligt al op straat. De sport gaat open. Maar hoe dan? Worden de amateurcompetities weer opgestart? 

Vrijdagmiddag krijg ik een telefoontje. “De sport gaat weer helemaal open. We kunnen weer”, klinkt het aan de andere kant. Ik ben niet zo optimistisch. Maar het blijft afwachten. Vrijdagavond komt het antwoord. Hugo is er helemaal klaar voor. Voor het eerst sinds de coronacrisis zit hij aan de andere kant. Hij ligt op de bank. Nootjes binnen handbereik en een flesje alcoholvrij bier. Hij ziet dat de wisselwerking tussen minister-president Mark Rutte en Kuipers niet nog goed gaat. Mark geeft een knikje om aan te geven: ‘Het is jouw beurt Ernst’. Hugo heeft het naar z’n zin en wenkt zijn vrouw. “Geef me toch maar een Grolsch. Nee! Geen alcoholvrij! En kun je die bak met nootjes nog even bijvullen?” 

Ernst beleeft zijn eerste vuurdoop. Met enkele grafiekjes probeert hij het een en ander te verduidelijken, maar in mijn ogen wordt het voor diverse mensen alleen maar ingewikkelder. Ik ben niet onder de indruk en blijf met gemengde gevoelens achter. Ik kan weer naar de sportschool en ben blij voor de sportschooleigenaren. Ook is het fijn dat we weer kunnen sporten bij een vereniging, overdag en ‘s avonds, buiten en binnen. Maar wedstrijden zijn alleen onderling toegestaan. Wanneer gaan we verder versoepelen?