Afbeelding
Foto: Koen Meijeringh

Gerards Coronakrabbels: Deel 49: Prikkie Prikkie (2)

Sport

Het coronavirus regeert. Dikwijls beseffen we nauwelijks wat we meemaken en verlangen we terug naar de goede tijden waarin we leefden als ‘God in Nederland’. Een periode die nog maar even achter ons ligt, maar toch zo ver weg lijkt. In de huidige moeilijke periode probeer ik wat verlichting te brengen met een reeks ‘Coronakrabbels’. Over alledaagse dingen in de wondere wereld waarin het coronavirus voorlopig nog steeds de dienst uitmaakt.

Ik ben gevaccineerd. Op dezelfde dag dat de eerste naald in mij is gedrongen, lees ik dat er inmiddels 6.042 mensen in Nederland zijn overleden aan het virus. Ik ben blij dat ik iets kan betekenen voor mijn medemens.

Maar dat wil niet zeggen dat alles is opgelost. Op 4 juni heb ik me groen en geel geërgerd aan de laatste uitzending van Beau. “We hebben corona verslagen”, roept Beau. Er wordt een misplaatst feest gevierd in de talkshow. In de uitzending wordt de indruk gewekt dat we voortaan zonder corona door het leven gaan. Ik kan het niet geloven. Ik heb de berichten gelezen dat gevaccineerden het coranavirus gemakkelijk door kunnen geven. Dat belooft weinig goeds. Dat blijkt.

Op 28 juni kondigt Israël nieuwe coronamaatregelen af door de komst van de nieuwe deltavariant van het coronavirus. Israël is koploper wat betreft vaccinaties, maar de mondkapjes moeten daar weer op. Nederland is niet onder de indruk. “Dansen met Jansen”, roept Hugo de Jonge, demissionair minister van Volksgezondheid, Welzijn en sport, eind juni. In de maand juli lopen de cijfers weer op.

Op 14 juli haal ik mijn tweede prik. Wederom is de IJsselhallen de locatie, maar het is allemaal veel kleiner opgezet. “Je mag doorlopen naar priklocatie 8”, krijg ik van een streng uitziende meneer te horen. Ik kom in een ruimte met zes stoelen en een stoplicht als blikvanger. Het doet me even denken aan de tijd dat ik me uitstekend vermaakte in waterpretparken in Portugal, Spanje en Turkije. Bij elke attractie stond een stoplicht. Bij groen licht was het jouw beurt en mocht je naar beneden roetzen

Ik krijg het met mijn mondkapje op Spaans benauwd en het zweet breekt me uit. Gelukkig ben ik al snel aan de beurt. “Heeft u het bewijs van de vorige keer meegenomen?” Deze vraag verbaast me. “Nee, is mijn antwoord. “Dat is niet erg. Dat bewijs kunt u weggooien.” Het komt op mij wat onsamenhangend over. Een andere vrouw ziet mijn zweetdruppels en vraagt of ik me wel goed voel. “Even ontspannen. Het is al klaar”, zegt ze niet veel later. 

Ik spreek mijn dank uit en vertrek naar de wachtkamer. Ik ga even zitten, maar al snel probeer ik de benen te nemen. “U moet echt even een kwartier blijven zitten”, zegt een dame. “Dat is niet nodig”, is mijn antwoord. “U moet echt even zitten. Dat is een dringend advies. Verschillende mensen zijn in het verkeer onderuit gegaan toen ze te snel weggingen”, schreeuwt een andere vrouw met een luide stem. Ik ben het niet van plan. De atmosfeer in de IJsselhallen is mij te beklemmend. “Dat gebeurt mij niet. Ik ga wel even buiten zitten”, is mijn reactie en ik maak me snel uit de voeten.

Eenmaal buiten geniet ik als een hardloper, die verlangt naar zoveel mogelijk zuurstof. Maar ik heb nog wat te doen. In een ander gebouw kan ik mijn vaccinaties laten registeren in mijn gele boekje. Handig voor in het buitenland. Na een kwartier zit het er allemaal op. Ik pak mijn fiets op en rij weg. Ik fiets door de Kamperpoort en zie een opvallend bord. ‘Alleen nu nog even laten testen! Spoedtest.nl’, luidt de tekst. Even later zit ik op het terras bij Café Stroomberg. Er staat een grote vrachtwagen aan de zijkant van het pand. Twee vaten van ieder 500 liter bier worden volgepompt. Ik hoop dat dit bier de juiste weg weet te vinden.

‘s Middags lees ik dat er 10.426 nieuwe coronabesmettingen zijn geregistreerd. Het hoogste aantal sinds eerste kerstdag en een verdrievoudiging met een week geleden. Ik zucht en zoek verlichting in de muziek. “It’s a beautiful day”, hoor ik Bono van U2 schreeuwen. “Toch nog één die positief blijft in coronatijd”, zeg ik met een moeizame glimlach.