Egbert den Engelsman, directeur bedrijfsvoering en vastgoed van IJsselheem: “Verantwoordelijken voor woningbouw onderschatten noodzaak huisvesting ouderen.”
Egbert den Engelsman, directeur bedrijfsvoering en vastgoed van IJsselheem: “Verantwoordelijken voor woningbouw onderschatten noodzaak huisvesting ouderen.” Foto: Huib Strengers.

Engelsman over unieke ouderenzorg in voormalig schoolgebouw

· leestijd 3 minuten Algemeen

(door Huib Strengers)

KAMPEN – Egbert den Engelsman (47) is directeur bedrijfsvoering en vastgoed van IJsselheem en als zodanig verantwoordelijk voor de immense verbouwing en restauratie van de voormalige HBS annex gymnasium aan het Engelenbergplantsoen. Gebouwd naar een ontwerp van stadsarchitect Willem Koch en in 1883 betrokken. Hij spreekt over de unieke formule die in het bijzondere Rijksmonument gehanteerd gaat worden. 

“Het gebouw met 44 huurappartementen voor ouderen met een intensieve zorgvraag is in de optiek van IJsselheem dé oplossing voor de groep ouderen die veel hulp nodig hebben maar toch zo zelfstandig mogelijk willen doorgaan met hun leven. We willen een plek creëren waar echtparen zich thuis voelen en waar zij eveneens de mogelijkheid hebben om zo zelfstandig mogelijk te wonen én te leven. Ook als een van hen of beiden zorg nodig hebben. Ze mogen hier blijven doen wat ze zelf kunnen, samen met hun partner, familie, vrienden en anderen uit hun netwerk. Ze maken hun eigen keuzes, blijven eigenaar van en over hun leven”, zegt Egbert. “Om die zelfredzaamheid van de toekomstige bewoners te behouden, of zelfs te vergroten, kunnen zij ondersteund worden door ‘zorgtechnologie’ wat betekent dat sommige handelingen in huis worden geautomatiseerd. “In Nederland bestaat dit aanbod nog niet. Net zoals bij overlijden van één van de partners de weduwe of weduwnaar kan blijven wonen. Misschien kunnen ze dan andere bewoners helpen als daar behoefte aan is; een soort mantelzorg bij verpleegzorg aan huis”.

Verdubbeling zorg

Ondanks dat IJsselheem, in de zesde zorgvestiging met een voor Nederland nieuw concept komt, stelt Den Engelsman dat er een verdubbeling van woonruimte noodzakelijk is voor ouderen die veel zorg nodig hebben. “Dat is in het hele land zo, ook in Kampen. Wat wij doen is een voor de hand liggende investering, maar van de huidige vijf locaties van IJsselheem naar tien locaties in Kampen in de komende jaren zal niet gaan. 

“Jammer genoeg wilde de gemeente niet meebetalen aan herstel van het gebouw”, zegt Egbert, “want er moet wel heel erg fors geïnvesteerd worden: 14 miljoen euro. (Ondanks dat de gemeente het volumineuze gebouw voor één euro heeft overgedragen, en gelukkig wel meewerkt aan overdracht van subsidies vanuit de Provincie). “Het is onze keuze geweest om de HBS in eigendom over te nemen van de gemeente. We maken er 44 appartementen voor ouderen met een intensieve zorgvraag en 15 appartementen voor PGVZ die deze gaat bestemmen voor hun doelgroep. Maar we moeten ons als IJsselheem eigenlijk niet te veel bezig houden met vastgoed. Dat is onze core business niet”, zegt Egbert. Wel is hij van mening dat de verantwoordelijken voor woningbouw wat hem betreft nog onvoldoende urgentie laten zien in realiseren van veel meer passende huisvesting voor ouderen met een intensieve zorgvraag die vanwege de vergaande vergrijzing zo hard nodig zijn. “Steeds gaat het om plekken voor de jonge generatie en te weinig voor ouderen met zorgbehoeften. Terwijl als er gebouwd gaat worden voor senioren, al dan niet met een zorg- en ondersteuningsbehoefte, zal dat leiden tot enorme doorstroom in de huisvestingsmarkt. Hierdoor zullen vervolgens ook plekken vrijkomen voor jonge mensen en gezinnen”.

Rijksmonument

Egbert nodigt mij uit het, voor Kampen bijzondere Rijksmonument, te gaan bekijken, waarbij hij wijst op de verzakking aan de kant van de Engelenbergstraat. Met de kennis van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, voorheen Monumentenzorg, gaat het gebouw, zeker van buiten, zijn authentieke vorm behouden en zoals bij de renovatie van het voormalige ziekenhuis zullen veel monumentale onderdelen in het pand bewaard blijven. “Maar we kunnen de toekomstige bewoners geen oude schoolklassen aanbieden”, stelt de directeur bedrijfsvoering en vastgoed. De letters ‘Gymnasium’ op het gebouw aan de zijde van de IJsseldijk worden hersteld, zoals dat ook bij de voormalige Theologische Universiteit aan de Koornmarkt is gebeurd, nadat het gebouw een andere functie kreeg.

In 2024 moet het klaar zijn.

De gemeente Kampen mag dan niet méér geld hebben willen investeren, na het bijzondere gebaar het gebouw voor één euro over te doen aan IJsselheem, de provincie Overijssel heeft een subsidie toegezegd voor het achterstallig onderhoud en de Stichting Verenigde Gasthuizen gaat bijdragen aan specifieke elementen in het gebouw. Het bouwbedrijf Salverda Bouw uit ‘t Harde, met experts in herstel van monumenten in eigen dienst, is verantwoordelijk voor de verbouwing. In 2024 moet het klaar zijn.

Inspraak

Er zijn al een aantal avonden geweest waarbij belangstellenden kennis konden nemen van de plannen en of het hun wat leek om er op het noodzakelijke moment te willen wonen. Tegelijkertijd werd en wordt iedereen uitgenodigd om mee te denken met ontwikkeling van het unieke concept ‘Thuis, met zorg van IJsselheem’. 

Met omwonenden en de ontwikkelaars van het plan aan de Bovenhavenstraat, waar na de sloop van onder andere de villa en een oude fabriek, nog geen activiteiten plaats vinden, zal uitgebreid overleg worden gevoerd. Bij de naastgelegen in 1951 opgerichte speeltuin ‘Speelpoort’ ontstonden zorgen, na een bericht dat de speeltuin moest wijken voor een parkeerterrein. Egbert den Engelsman: “De speeltuin blijft wat ons betreft bestaan op de huidige plek. Er vindt al goed overleg plaats over de mogelijkheden van de omgeving van het gebouw, de Speelplaats, de Engelenbergschool, Myosotis, Isala, het notariskantoor en de buurt. Ook de gemeente onderstreept het belang om met elkaar te komen tot een algehele nieuwe inrichting van dit openbare gebied. Kampen heeft nu een unieke kans om dit deel van de stad mooi en toekomstbestendig te maken”.

Nick de Vries