Archieffoto Henk de Koning.
Archieffoto Henk de Koning. Foto: Foto Tennekes

Nog even dit… Uit met de trekschuit

· leestijd 2 minuten Algemeen

(door Henk de Koning)

Terwijl velen ook deze zomer weer vanaf Schiphol, samengeperst in een buis met vleugels op weg gaan naar zonniger oorden wil ik het eens in alle rust met u hebben over reizen in vroeger tijden met... de trekschuit.

Neem voldoende mee in uw valiesje want hoewel de tocht over water vanaf de Trekvaart – die naam knipoogt al naar de trekschuit- van IJsselmuiden naar Zwolle slechts 15 km bedraagt, zijn we toch geruime tijd onderweg.

De schrijver G. Brugman is met zijn in 1929 verschenen boek: ‘Nederland onder de Loep’ onze gids op deze vaartocht uit een ver verleden. Bij vertrek, vroeg in de ochtend, heerst een drukte van belang. Reizigers elkaar opgewonden begroetend: ‘ Of goa’j ook met de trekskuute noa Zwolle? Antwoord in ochtendhumeur: ‘Wat denk ie anders da’k ier stoa?.’

Gestaag vult de circa 30 meter langgerekte houten, groen geschilderde opbouw van de schuit zich met reizigers. Het dak van het schip, vanwaar de dekknecht het vaartuig afwisselend met de ‘boom’ (vaarstok) aandrijft, is tegen uitglijden bedekt met een laag gestampte mosselschelpen. Bij iedere stap krakend als brekend glas. 

De dekknecht blaast op zijn koehoorn. Teken van vertrek. Ook de laatste reizigers zijn ingestapt. Van de opbouw van het schip is de voorsteven verdeeld in twee compartimenten. De roef, het grootste deel, herbergt de eerste klas reizigers, het kleinere, voorste deel de tweede klasse. Daar ook bevindt zich de vracht: stapels zakken, kisten, vaten en balen. 

Op een tafel in het midden van de roef staat een koperen komfoor (aansteker) waarin een minuscuul vuur gloeit. Het bakje er naast is voor devan de sigaren van de heren. Tegen kouwelijke damesvoetjes in de winter staat in de roef een met turf gestookte stoof van aardenwerk gereed. Alle reizigers nemen tegenover elkaar plaats op met kussens gestoffeerde banken aan weerszijden tegen de wanden van het schip vast gezet. Het murmelen van water tegen de boeg vertelt: we varen. 

De ruime roef, aldus Brugman in zijn getuigeverslag, geeft via een ranke dubbele deur toegang tot een kleine, smaakvol ingerichte kajuit. Het verblijf van de schipper. De vier, soms zes vensters zijn huiselijk uitgedost met rode en witte gordijntjes. 

Bedaard zijn pijpje rokend, moeiteloos zijn oude, vertrouwde route volgend bestuurt de schipper vanaf de achtersteven zijn vaartuig. De mast strijkend bij iedere brug die we passeren. Aan de top een lijn bevestigd waaraan een paard gespannen dat op het ‘jaagpad’ (pad langs het kanaal) met de getrainde tred van 7 km per uur de schuit voorttrekt. Geleid door een jonge ruiter: de ‘postiljon’ of ‘jager.’ De dekknecht ‘boomt’ de schuit afwisselend met de vaarstokuiterst zorgvuldig om op smalle vaarstroken tegemoet komende schuiten niet te hinderen.

Terwijl het landschap traag in een orkest van oprechte geluiden aan ons voorbijtrekt, afgewisseld door de paukenslag van een loeiende koe, wordt in het reizigersdeel geschreven, gegeten en op langere tochten zelfs overnacht. ‘In een groot gemeenschappelijk bed slapen mannen en vrouwen. ‘Deugdzaam gekleed naast elkaar.’, benadrukt Brugman in zijn verslag. Al lezend hoor ik de vrouwenstem die in de nacht de slapende man naast haar aanstoot en waarschuwt: ‘Olt ies op met det gesnork.’ Want die kreet is van alle tijden. 

Passagiers op verre tochten worden voor het slapen gaan door de schipper uitgenodigd op het achterdek met hem een kopje thee te komen drinken. Daartoe bewaart hij kopjes, suikerpot en een trekpot van zwart aardewerk in een speciaal kastje. Het theewater ‘zingt’ op een klein turfvuur, gevat in wat lijkt op een omgekeerde emmer, fraai versierd met Chinees lakwerk. Voor mij bij de thee staat er een brandenwijntje bij. De pers te vriend houden heet dat. 

En zie, eer de nacht diepdonker valt hebben we Zwolle bereikt. Stram, maar uitgerust verlaten we de trekschuit. De toren van de Peperbus, hoog oprijzend van tussen de stadsbebouwing, is met bronzen urenslagen opeens weer bij de tegenwoordige tijd. Zo ook de taxichauffeur die mij met een vaartje van honderdtien kilometer terug naar Kampen rijdt. Plichtmatig belangstellend informerend: ‘Heen met het treintje geweest?’ Wat zeg je dan? Nee met de trekschuit? Veel mensen geloven journalisten toch al niet op hun woord...

Henk de Koning

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Abonneer gratis

op de digitale krant en op
de wekelijkse nieuwsbrief.