
Nog even dit... Fijn dat u terug bent.
· leestijd 2 minuten Algemeen(door Henk de Koning)
Fijn dat u weer terug bent van vakantie. Ik heb u wel degelijk gemist. Niet tot huilens toe, maar toch… Zelf heb ik de vakantie in Kampen doorgebracht. Thuis alles lekker vertrouwd en bij de hand. Iedere morgen je ochtendkrantje in de bus, kaas van het Kampereiland bij het ontbijt en ook je buren zo vertrouwd. Toeristen genoeg in Kampen die zo lang uw leeggevallen plaats kwamen invullen. Maar wat een verschil bij toen u er nog was.
Zo’n toerist staat in de Oudestraat vol bewondering een ons bekend historisch pandje te bekijken. ’Middeleeuws,’ hoor je hem of haar dan in extase mompelen. Wij autochtone Kampenaren stellen meer met de smaak van de inwendige mens vast: ’Chinees restaurant Kota Radja’. ‘Ik ruik de middeleeuwen,’ snuift de toerist zijn neus vol historie. ‘Wij uitsluitend: ’Bami Pangang.’
Je oren tuiten van alle vreemde talen die je in vakantietijd in je stad hoort spreken. Dat voelt opeens wat ontheemd. Een mij bekende Kampenaar vroeg ik daarom: ’Ach Gait, zol ie een paar woordties in ’t Kampers teegn mien kunn proaten? ‘Ik bin er zo aan toe.’
Zijn wij Kampenaren dan zo anders dan de rest van Nederlad? In zeker opzicht wel. Hoe we omgaan met dieren bijvoorbeeld. Bindt de rest van Nederland de kat de bel om, wij Kampenaren doen dat met een vis. Ook een koe aan een toren ophangen om er de braderie mee op te vrolijken vindt elders in ons land geen navolging. Een moslimbezoeker vroeg me verbaasd: ‘Waarom koe aan toren?’ ‘Onze wijze van ritueel slachten,’ legde ik hem uit. De man keek met verbaasd aan en liep toen hoofdschuddend door. Had ik dat grapje beter niet kunnen maken? ’t Is tegenwoordig zo oppassen met wat je zegt en wie je aanraakt. Voor je het weet sta je bij ‘Me Too’ op het schavot. Maar ja, ’t was er uit voor ik het wist.
Inderdaad, een wat vreemd volkje zijn wij soms. PVVV voorman Geert Wilders om zijn minder-minder-politiek principieel afwijzen en tegelijk massaal op hem stemmen. Zijn probleem? ‘Hoe maak je Nederland voor grote aantallen volksverhuizers minder aantrekkelijk? ‘Zet asielminister Marjolein Faber zo uit bed aan de grens,’ bedacht Geert. Marjolein op haar beurt wist het zeker: ‘ Ons land verkeert in een asielcrisis.’ De wet vond dat grensoverschrijdende gedrag. Bestraft moest ze inbinden. Even dacht Faber nog wel geliefd te zijn. Zelfs met sjans vanaf een steiger. Maar ’t bleek de rechter die haar terugfloot.
In vakantietijd nog bijzondere mensen ontmoet? Zeker wel. In de Stadsherberg toen ik daar lunchte. Naast me had een jong echtpaar met drie kinderen plaatsgenomen. Ukkies in de leeftijd van peuter en kleuter. Zo speels en luidruchtig als jonge katjes met een kluwen wol. Al snel ging het eerste glas cola over tafel, zette de kleinste in zijn zitje het vooringenomen op een brullen en trok het al wat oudere broertje zijn kleinere zusje robuust aan de haren. Hij wilde háár knuffel. Hier sprak al vroeg het doemhormoon, nog na-zeurend uit de oertijd, dat de man nu eenmaal bijzondere privileges toekomt. Een weeffout in de schepping man die ook op latere leeftijd vaak moeilijk of in het geheel niet meer te herstellen valt.
Aan tafel nam de ramp alleen maar toe. De vrouw samengesteld uit louter moederschap, vloog van de ene brandhaard naar de andere. Met wapperende haren en verhit voorhoofd. De vader, veilig gezeten in de luwte van het oog van de gezinstornado sloeg de krachten om hem heen onbewogen gade. Even blonk vechtlust in de ogen van de vrouw toen de serveerster, verkeerd geklokt, in fase rood van dit gezinsnoodweer kwam vragen of men al een keuze uit de menukaart had kunnen maken. De man had er de tijd voor genomen: ’De fricandeau met champignons in roomsaus,’ leek hem wel wat. De vrouw in een baby-bag paniekerig op zoek naar een slab om de plas cola van tafel op te dweilen ritste gehaast in bij de keuze van haar man. ’Ja die ook maar voor mij,’ hijgde ze. Vanaf korte afstand bezag ik dit oprechte stukje gezinsleven. Hij leek me iemand van het type waar met sterk bevochten vrije dagen en niet te zwaar mogen tillen de bond achter stond. Zij een Poolse. Gelukkig leken ze me wel.
Henk de Koning



























