
Nog even dit… Poeslief
· leestijd 2 minuten Algemeen(door Henk de Koning)
Wonton en Dimsun, genoemd naar Chinese voorgerechten, zijn de wat wonderlijke namen van twee Europese, kortharige katers. Beide dieren kregen die exotische namen door een vorige eigenaar toebedeeld maar intussen domicilie gekregen bij mijn zoon en schoondochter luisteren beide katjes er ook dan nog vrijblijvend naar.
De speelse capriolen van beide dieren zijn aandoenlijk maar meer nog valt de absoluutheid op waarmee ze zich in hun nieuwe onderkomen autoritair opstellen. Alsof niet zij, maar hun baasjes slechts inwonend zijn. Dit eigenzinnig gedrag doet me denken aan onze vroegere buurtkat Elmoo. Lang geleden bij haar dood schreef ik er dit dierenvaarwel over.
Elmoo, onze buurtkat is dood. ’t Is maar een kater, maar na zestien jaar zijn eigen willetjes op onze buurt te hebben gedrukt voelde het toch aan als een groot verlies. Elmoo behoorde toe aan onze buurman Harry die, om zijn vrijgezellenbestaan wat op te vrolijken, het beestje als kitten van een boerderij had meegenomen. Daar maakte Elmoo deel uit van een kluwen broertjes en zusjes: het vruchtbare resultaat van een nacht bandeloos stappen van moe; een al wat oudere poes, die in het vrije boerenland toch nog tegen een willige kater was opgelopen.
Met blauwe oogjes, stralend als diamantjes gaf Elmoo bij aankomst in onze buurt dadelijk al te kennen zich hier best thuis te zullen voelen. Zo bloeide een hechte wederzijdse vriendschap op. In de maanden die volgden begon het jonge nieuwkomertje met gedurfde uitstapjes de omliggende tuinen op toegankelijkheid te verkennen. Argwanend beloerd door zeven reeds lang ingeburgerde, volwassen katten die met het plaatsen van geurvlaggen geruime tijd eerder al de beschikbare tuinruimte met onderling respect hadden verkaveld. Gelukkig werd de vrede met nieuwkomer Elmoo nog even bewaard.
Nu verloopt een kattenleeftijd sneller dan dat van de mens, zodat Elmoo al puberde, eer wij er goed en wel erg in hadden. ‘Hij sproeit!’ riep mijn vrouw op een dag verschrikt toen ze door het keukenraam Elmoo tuin na tuin bezig zag met geurvlaggen uitzetten, zich daarbij wel erg veel lebensraum toemetend. Zo’n dier speelt dan met de gevolgen en ja hoor, nog geen week later bracht buurman Harry het verlossende nieuws: ‘Elmoo is geholpen…’
Het beroofd zijn van zijn libido compenseerde Elmoo door met waar dictatorschap te heersen over alle tuinen in de buurt. Vooral in nachtelijke uren regeerde hij met ijzeren gezag. ‘Dat onder die dieren nog geen dooien vallen is mij een raadsel,’ merkte mijn partner verbaast op toen Elmoo de volgende morgen, na een wilde nacht vol krijsende kattengeluiden, weer eens zegevierend uit het strijdperk trad. Oortjes gerafeld en een stukje tapijt uit zijn vacht, ten teken dat hij in zijn veroveringsdrift de tegenstander weer eens een ferme nederlaag had toegebracht.
Met Elmoo’s castratie was ook zijn sociale medegevoel ten aanzien van de overige katten tot het nulpunt gedaald. Zelfs de krolstijd, voordien een van zijn favoriete periodes, vond hij niks meer aan. Dat Elmoo mij als enige tot zijn boezemvriend rekende vond zijn oorzaak in een blikje vis en het schoteltje melk dat ik hem, verblind door dierenliefde, iedere ochtend bij het ontbijt in onze keuken serveerde. Dwingend miauwend aan de voordeur in zijn eis om ogenblikkelijk binnengelaten te worden. Gestalkt worden door een kat komt wel degelijk voor.
Maar plots begon hij te sukkelen. De ouderdom sloeg hardvochtig toe. Een tumor woekerde in zijn keeltje. Zo haalde de dood Elmoo stukje bij beetje naar zich toe. ‘Elmoo is dood!’ Buurman Harry vertelde het in het voorbij gaan.’ Ik vond hem vanmorgen dood in het washok. Ook al een beetje stijf.’ Kennelijk vond de buurman het van belang dat dit ernstig verlies ons zo waarheidsgetrouw bereikte. De hele buurt stond er bedrukt bij toen we voorgoed van Elmoo afscheid namen. Opgebaard in een kartonnen doos. Een roos uit eigen tuin op zijn verkilde buik. ‘Hij ligt er mooi bij,’ sprak een buurvrouw die het verlies van zo’n geliefd dier wel erg menselijk zag. Zo hebben we Elmoo toen begraven. Poeslief.
Henk de Koning.


























