Afbeelding
Foto: Pixabay

Nog even dit… Café Dije Leurink

· leestijd 2 minuten Algemeen

(door Henk de Koning)

De ouderen onder ons zullen zich hem nog wel herinneren: de Dije Leurink. Hij exploiteerde in de zestiger jaren een volkscafé, gevestigd op de hoek Graafschap-Burgel richting Oorgat. De Dije was een robuuste in zichzelf gekeerde kastelein die achter zijn toog doorgaans zwijgend met afwezige aandacht zijn dorstige klanten met heilzame drankjes opwekkend bijtankte. 

Zelf stond hij op doktersadvies - het hart eiste het - al geruime tijd droog. Een stuk persoonlijke inpoldering dat hij met wonderbaarlijke kracht succesvol had volbracht. De bierpomp bediende hij sindsdien zonder wroeging, zij het vaak vreugdeloos. Wij jongeren van die tijd zochten de gezelligheid voornamelijk onder elkaar. We waren immers met hetzelfde sop van de zorgeloze jeugdjaren overgoten. We spraken elkaars taal, schreven wollige teksten die we in onze jeugdige overmoed voor literatuur hielden, maakten muziek waaraan wel degelijk het kampvuur kleefde en speelden met veel nadruk toneel in de zoete veronderstelling dat de wereld hierop met ongeduld zat te wachten. 

Televisie lag nog in de kiem te smoren. We lazen boeken van baanbrekende schrijvers als Jan Kremer. Met zijn rebelse boek: ‘Ik Jan Kremer, een bundeling van schuttingwoorden die de nieuwkomers in het leven de weg moest wijzen naar een seksuele hervorming, hoewel die in oprechtheid eerst veel later kwam. Ook hadden we onze eigen drugs. Behalve de sigaret, waarop nog geen ban ruste, het met vrienden en vriendinnen in het weekend je gezamenlijk zuinig bezondigen aan een half litertje Floryn jenever. Clandestien gehaald bij de Dije en dit in gezelligheid gebruiken in de huiselijke kring van een al wat ouder stel dat met die vreugdevolle samenkomsten wat groen blad mee plukte van de nieuwe generatie. 

Ook toen was het een zuinige tijd. Daar de meesten van ons studeerden of aan het begin van een carrière stonden, klonk het gerinkel van onze penningen nog maar vederlicht. Teneinde ons beperkt drankgelach te kunnen bekostigen lapten we met het geld. Bij toerbeurt werd uit de kring één van ons aangewezen het halve litertje op de fiets bij de Dije te gaan halen. Daar het café de noodzakelijke slijterij-vergunning ontbeerde moest het lege flesje achter je jas verborgen worden meegenomen. De plaats delict was een kille, vochtige ruimte direct achter het café gelegen. Met op de natte stenen vloer een kleine hoeveelheid drank uitgestald, verpakt in kisten en mandflessen. Bijzonder in deze ruimte was een kolossale ijzeren bel waarvan het oorverdovende geluid, bij het weer verlaten van de gewaagde plek genoeg decibellen voortbracht om een heel brandweerkorps in rep en roer te brengen. 

Teneinde bij deze handel in contrabande in eerste instantie geen slapende honden wakker te maken betrad onze afgezant met zijn  verborgen flesje op de gebruikelijke wijze het café. Acterend een reguliere klant te zijn. Slechts de Dije vanachter zijn tap doorzag de truc en liet dat met een met een nauwelijks merkbare hoofdknik aan de nieuwkomer merken. Als kastelein uit eigen beweging daaraan nog een subtiele bijdrage toevoegend door onze zendeling, zijdelings nonchalant geleund staand  tegen de tap, ritueel van een consumptie te voorzien.

Geen schrik want prijs daarvan was bij het lappen ingecalculeerd. Na dit glas te hebben geleegd gaf de Dije onze voorpost met een nauwelijks merkbaar hoofdknikje te kennen dat hij hem maar volgen moest. Op de belaadbare plaats aanbeland toverde je het lege flesje tevoorschijn waarna de Dije het, middels een trechter, zwijgzaam vulde met jonge jenever uit een kolossale mandfles. Zwijgend ook incasseerde hij het geld want het bedrag stond vast en was bekend. De ijzeren bel aan de achterdeur galmde als een noodklok bij het weer heimelijk moeten verlaten van deze dubieuze handelsplek.

Niemand in de stilte van de avond die van het oorverdovende geluid enige notitie van. Men was het blijkbaar gewoon. Bij terugkeer bij de vrienden ging een gejuich op. Toch kreeg een ieder maar een glaasje vol. Want we waren met zovelen en dronken werden we alleen al van plezier. ’t Was ook maar een half litertje!

Henk de Koning

Nick de Vries

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Afbeelding
Kamper doommetalproject Phantom Druid duikt dieper de duisternis in Algemeen 21 uur geleden
COPYRIGHT MARCEL JURIAN DE JONG
OV-spreekuur helpt Kampenaren weer op weg Algemeen 21 uur geleden
Mitchell ten Hove en Barbara Lok
Vernieuwend theaterspektakel heeft muzikale elementen uit de Middeleeuwen én een rockopera Ridders & Juffers wordt groots, meeslepend en uniek Zakelijk nieuws lokaal 6 mei, 17:43

Abonneer gratis

op de digitale krant en op
de wekelijkse nieuwsbrief.