Afbeelding

Ingezonden brief: Staande ovatie

· leestijd 1 minuut Algemeen

Laatst waren we in de Stadsgehoorzaal om een voorstelling bij te wonen van Pieter Derks. Het bleek een prima voorstelling te zijn; scherp, actueel en de grapdichtheid zou ik als ruim voldoende willen beoordelen. Ondanks het feit dat Pieter Derks van nature geen groot zanger is, had hij toch enkele liedjes in zijn programma opgenomen, die wel degelijk ontroerden. Kortom, het was een zeer geslaagde avond waarbij we na afloop ook nog een aantal bitterballen aanschaften. Tevreden, zeer tevreden zelfs, keerden wij huiswaarts. De voorstelling was vrij hoopvol geëindigd, wat we wel konden gebruiken nu er allerlei dingen gaande zijn in de wereld. Belangrijke en minder belangrijke dingen waren behandeld, onze kijk op dingen was een beetje bijgesteld, prima dus.

Dan nu het einde. Na de laatste zin te hebben uitgesproken, ging het licht uit. De mensen begonnen te klappen, het licht ging weer aan, de drie muzikanten kwamen naar voren en gevieren bogen ze voor het publiek. Een aantal mensen ging staan, zodat de rest ook wel moest gaan staan. Een staande ovatie dus.

Zonder voor zuurpruim te willen doorgaan, moet ik toch zeggen dat dit mij altijd een beetje verwondert; Als een voorstelling heel slecht is dan kan je weglopen, je kan boe roepen en vroeger ging men nog wel eens met tomaten gooien. Als een voorstelling leuk is en goed en heel vermakelijk, dan klap je na afloop, een wat korter applaus als het voldoende was en een langer applaus als het echt wel goed was. En tenslotte als de voorstelling briljant was, als je nog nooit van je leven zoiets hebt meegemaakt, als woorden tekortschieten en je met kippenvel en tranen in je ogen in die zaal zit, dan ga je staan en geef je die mensen een staande ovatie. Dat zijn volgens mij ongeveer de verhoudingen, zoals die ooit golden. Ergens in de laatste twintig jaar is dat verschoven. Nu krijgt iedereen een staande ovatie, iedereen die het maar waagt een stap op het toneel te doen krijgt een staande ovatie. Ik heb verschillende voorstellingen gezien, variërend van een beetje leuk/goed tot erg goed en zelfs een beetje slecht of gênant. Voor het publiek na afloop maakt het niet uit; staande ovatie! Zelf moet je dan ook wel gaan staan, want blijven zitten is een daad van verzet geworden; je gooit dan roet in het eten en dat wil natuurlijk niemand. Bovendien zie je dan niks meer.

We kunnen dat natuurlijk niet meer veranderen, dat is nu eenmaal zo. Dingen veranderen en blijven zelden zoals ze waren. Alleen blijf ik met een praktische vraag zitten: Wat doen we als het werkelijk geniaal was? Wat doen we bij de voorstelling van de eeuw? Hoe laten we nu de extra waardering blijken? Moeten we dan springen, joelen?

 

Gertjan Prins

Kampen 

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Abonneer gratis

op de digitale krant en op
de wekelijkse nieuwsbrief.