
Brink over tweede plek Legendarische race: ‘Onbeschrijflijk zwaar, maar het mooiste ooit’
· leestijd 3 minuten AlgemeenIJSSELMUIDEN – Honderd procent focus. Hopen dat er niets stukgaat. Uitputting. Pure blijdschap. Wat de 24 uur van Le Mans doet met een coureur laat zich louter in superlatieven vatten. En dan nog is het niet echt in taal uit te drukken. Motorcoureur Ricardo Brink uit IJsselmuiden, die samen met drie teamgenoten tweede werd in de klasse Superstock, noemt dit WK-podium zijn mooiste moment ooit in de sport.
En dat zegt wat. Want Brink werd een jaar eerder nog kampioen in de IDM Superstock met louter overwinningen. “Dit is onbeschrijflijk. De 24 uur van Le Mans (bekend van zowel de auto- als motorsport, red.) is ’s werelds meest legendarische race waarbij het aankomt op uithoudingsvermogen.”
De aanloop ernaartoe was bijzonder. Brink had na zijn succes een jaar eerder gehoopt door te dringen tot het hoogste podium van de superbikes. Dat bleek echter tegen te vallen. De reden lag niet op sportief vlak, maar in het feit dat je wel erg veel geld moet meebrengen. Om die reden koos de IJsselmuider motorcoureur voor het FIM Endurance. Dit is een wereldkampioenschap met verder ook de 8 uur van Suzuka, de 8 uur van Francorchamps en de 24 Bol d’Or Paul Ricard.
Le Mans slaat volgens Brink echter alles. “Ruim 76.000 motorliefhebbers zijn naar Le Mans gekomen om ons in actie te zien.” Vooraf had Brink al wel het gevoel dat er wat te halen viel. Het team van Honda No Limits is gewoon goed. Dat geldt ook voor de drie andere coureurs met wie Brink de klus moest klaren. Brink: “Het gaat om twee Italianen en een Spanjaard die Italiaans spreekt. Het zijn jongens die allemaal jarenlange ervaring hebben op hoog niveau.”
Bij de 24 uur van Le Mans is het zo dat je elkaar aflost. Elke coureur rijdt een uur, heeft dan drie uur om bij te komen om daarna weer op de motor te stappen. Je rijdt als coureur zes stints. Brink: “Om je een indruk te geven: veel races bestaan uit ongeveer 17 rondes. Hier rijd je er 34 in een uur en dat zes keer.”
Na de vijfde stint was Brink al aardig gesloopt. “Het is echt ongelooflijk zwaar”, aldus Brink, die opvallend genoeg in de nacht net zo goed presteerde als overdag. “De meeste andere coureurs hebben een verval per ronde van zo’n seconde of iets meer. In het donker rijden is nu eenmaal anders. Het circuit is weliswaar verlicht, maar het is compleet anders dan overdag. Ik ga er alleen goed op en wist me prima te focussen. Daarmee was ik ook van meerwaarde voor het team.”
Misschien wel het zwaarst was de zonsopkomst. Waar de gemiddelde wereldburger er energie van krijgt voor een nieuwe dag, was Brink al aardig kapot. De druk was groot. Brink: “Het laatste wat je wilt, is een crash meemaken. Daarmee verpest je het niet alleen voor jezelf, maar voor een heel team. Je kunt wel de hele tijd op de limiet rijden voor de snelste ronde, maar met een enkele valpartij doe je dat teniet. Ik heb jongens zien terugvallen van P3 naar P14. Dan telt die ene seconde dat je sneller bent opeens niet meer.”
De vier coureurs beseften dat terdege. Het plan was helder: “Heel hard rijden, maar wel zo dat iedereen het kon volhouden en in staat was om scherp te blijven zonder enorme risico’s.” Het pakte verrassend goed uit. Van P7 ging het naar P6 en P5 en na een valpartij van een concurrent naar P4. Het eindigde dus op de tweede plaats.
Brink: “Dit is meer dan waarvan ik heb kunnen dromen, wat mijn debuut was op Le Mans. Maar je moet ook gewoon geluk hebben. Je kunt vallen door jezelf, maar ook door een ander. Daarbij moet de motor het ook maar uithouden. Je vraagt het uiterste van zo’n machine en je zou niet de eerste zijn die in het laatste uur met pech de wedstrijd moet staken. In plaats van met een ongelooflijk gevoel van blijdschap stap je dan met je ziel onder je arm van het circuit. Zo dicht ligt het bij elkaar.”
Behalve een goed strijdplan en een helpend handje van Vrouwe Fortuna bleken de coureurs ook gewoon in erg goede doen. Het toeval wil dat de andere coureurs, net als Brink, lang en relatief zwaar zijn. “Dat helpt absoluut. Je moet een motor hebben waar iedereen mee uit de voeten kan en wij wilden alle vier wat zwaardere vering. Was een van ons een Italiaan geweest van 1,65 meter en 60 kilo, dan had diegene het heel lastig gehad.”
De enige tegenvaller in de race was daarentegen van medische aard. Brink: “Een van de coureurs kreeg last van zijn maag. Je moet nu eenmaal goed op je voeding letten. We hebben een aanpassing gedaan in de stints en daarmee is het goed gekomen.”
Zelf had Brink na zijn vijfde stint al een goed gevoel. “Ik wist toen dat ik nog maar één keer hoefde”, aldus de coureur, die zoals tijdens elke race wel een aantal spannende momenten beleefde waarbij op het scherp van de snede werd geracet. “Eigenlijk valt de topsnelheid op het circuit met zo’n 280 kilometer per uur nog best mee. Tuurlijk, het is heel hard. Op andere circuits tikken we de 330 aan. Bij Le Mans komt het meer aan op de bochten en het voortdurend scherp blijven.”
Des te groter was de euforie nadat het team als tweede wist te finishen. “Ikzelf ben nog redelijk nuchter gebleven. Monteurs van mij heb ik zien huilen en je valt elkaar in de armen. Op dat moment besefte ik waarvoor ik het allemaal doe. Met ook al die kilometers hardlopen om in conditie te blijven, terwijl ik daar weinig mee heb. Deze prestatie is het mooiste dat ik in deze sport heb meegemaakt.” Van de andere kant is hij alweer bezig met het volgende en hoopt hij op een eerste plek bij een volgende 24 uur van Le Mans.

























