Afbeelding
Foto: Aangeleverd

Eigen team en nieuwe competitie brachten Ricardo Brink titel als sublieme beloning

· leestijd 3 minuten Sport

IJSSELMUIDEN - Nog één keer dit jaar wilde de kersverse kampioen van de superbikes vlammen. Dat motorcoureur Ricardo Brink ook met de titel op zak nog tot het gaatje ging tijdens de onlangs verreden race in het Franse Croix tekent hem als sportman. Nu het seizoen er definitief op zit, blikt de 25-jarige IJsselmuidenaar graag terug op zijn meest succesvolle seizoen ooit.

Dat het een memorabel jaar zou worden, stond eigenlijk vooraf al vast. Na vijf seizoenen te zijn uitgekomen in het Internationale Deutsche Motorradmeisterschaft (IDM) Superbikes, een race-competitie onder de vlag van de Duitse bond, maakte Brink de overstap naar het Open Nederlands Kampioenschap (ONK) Superbikes en de BeNeLux Trophy Superbikes. Wat ook nieuw was, was dat Brink voor het eerst aantrad met een heel eigen team. En omdat alles dus net even anders was dan gewend, was het vooraf absoluut geen zekerheidje dat hij zijn favorietenrol zou waarmaken. 

Brink: “De laatste vijf jaar kwam ik uit in de IDM Superbikes. De eerste jaren ging dat prima, maar de laatste twee jaar was het minder. De samenwerking in het team liep niet optimaal en het zat op een aantal momenten tegen. Om die reden besloot ik de overstap te maken naar het ONK Superbikes. Op het laatste moment heb ik nog een team moeten formeren en alle randzaken eromheen geregeld. Dat was best gedurfd.” Helemaal nieuw was het team overigens niet. Een belangrijke spil in het team is Robert de Gram, een monteur met wie Brink al jarenlang heeft samengewerkt. Nieuw in de tandem is Joran Meuleman, een vriend van Brink en een talentvolle monteur. En dan is er nog de Belgische data-engineer David Moerloose die elke wedstrijd tot in details analyseert. 

Het belang van een goed team om je heen hebben valt moeilijk te overdrijven. De resultaten vallen of staan nu eenmaal met een optimaal geprepareerde motor. Brink illustreert dat aan de hand van de vering, een essentieel aspect van motorrijden. Brink: “Ik ben een vrij agressieve rijder die laat remt. Dat is mijn sterke punt. Als je laat remt heb je een stugge vering nodig om te voorkomen dat de achterkant van de motor te ver omhoog komt bij het remmen. Een andere coureur, die eerder remt, heeft daar geen baat bij en kan dat in bochten juist als een nadeel ervaren.” Anders gezegd is de ideale motor er eentje die de coureur op het lijf is geschreven, een unieke symbiose tussen machine en mens, waarbij vertrouwen het toverwoord is. 

Dat vertrouwen was vanaf het begin goed dit seizoen. De eerste races wist Brink al meteen op zijn naam te schrijven, al moest hij wel serieus strijd leveren met Sander Claessen en Thijs Peeters. Vervolgens wist Brink zijn voorsprong verder uit te bouwen en reed hij tamelijk onbedreigd aan kop. Met als climax de twee races op het legendarische circuit van Assen. In het Nederlandse Walhalla van de racesport kon Brink zijn titel veilig stellen. De opdracht was simpel. In de eerste race eerste worden en in de tweede race zijn directe concurrenten voor blijven. “De eerste race won ik. Op basis van de eindklassering bleek een vierde plek in de tweede race voldoende te zijn. De tweede race heb ik voor mijn doen vrij defensief gereden en op safe gespeeld. Eigenlijk tegen mijn natuur in. Van de andere kant: Het laatste dat je wilt is dat je onder toeziend oog van dertigduizend toeschouwers, sponsoren, familie en vrienden je motor in het grind parkeert”, blikt Brink terug. 

De motorcoureur zegt daarbij geleerd te hebben van het kampioenschap een aantal jaren eerder. Destijds lag hij eveneens op titelkoers, maar maakten twee valpartijen een einde aan de droom. Voor dat moment althans. Dat Brink nu alsnog kampioen is, bracht hem een intens gevoel van euforie dat juist door eerdere tegenslagen misschien nog wel grootser was dan het anders zou zijn geweest. Brink: “Ik heb denk ik wel twee uur lang met tranen in mijn ogen rondgelopen.” De emoties die los kwamen, gingen terug tot het moment dat Brink voor het eerst op een motor zat. Het 8-jarige jongetje dat niets liever wilde dan de snelste zijn. Toen nog niet wetende dat hij ooit met topsnelheden van rond de 300 kilometer per uur over het circuit zou razen. Het zijn duizelingwekkende snelheden waar Brink gewend aan raakte. 

Brink heeft erg hard moeten werken om te komen waar hij nu is. Nog steeds daagt hij zichzelf uit. Illustratief daarvoor is zijn deelname afgelopen seizoen aan de race in Hengelo, voor de BeNeLux Trophy, de titel die hij eveneens wist te pakken. Hengelo is een van de twee stratencircuits op de kalender, een type circuit wat Brink van nature wat minder ligt. Brink: “Een stratencircuit brengt wat meer riscico’s met zich mee en ik ben er niet per se een fan ben. We besloten toch mee te doen omdat ik ook de BeNeLux-titel wilde pakken. Tot mijn verbazing won ik de eerste race. In de tweede race werd ik tweede. Ik ben heel blij dat ik niets heb laten liggen.” Mede daardoor kan Brink terugkijken op een fantastisch seizoen. Hij hoopt die lijn door te trekken in het ONK of mogelijk een ander kampioenschap. Alle opties zijn nog open.

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Abonneer gratis

op de digitale krant en op
de wekelijkse nieuwsbrief.