
De Zuiderzeewrakken vertellen (6)
· leestijd 1 minuut Algemeen
Daar waar vroeger de Kamper schepen de Zuiderzee bevoeren, bloeien tegenwoordig de tulpenvelden. Her en der staan ook de wrakkenpalen als herinnering aan de schepen die hun reis niet voltooiden.
In deze rubriek duiken we in de verhalen achter die schepen.
NE160
Soort: Waterschip
Periode: Circa 1700
Ontdekt: in 1954
Ligging: Aan de Palenweg aan de westzijde van Schokland in Nagele
Op kavel E160, ten westen van de Palenweg in de Noordoostpolder, werd in 1954 een scheepswrak opgegraven. Wanneer het wrak precies werd ontdekt en voor het eerst onderzocht, is niet bekend. Hoewel slechts het voorste deel van het schip bewaard is gebleven, konden onderzoekers vaststellen dat het om een zogenoemd waterschip ging. Deze conclusie werd getrokken op basis van de aanwezigheid van een bun, een ruimte waarin levende vis kon worden bewaard, en de karakteristieke gepiekte vorm van het voorschip. Het wrak bleek bijzonder interessant omdat verschillende constructiedetails afweken van oudere waterschepen die tot dan toe bekend waren. Waar oudere exemplaren meestal een kielplank hadden, beschikte dit schip over een kielbalk. Ook was de scheepshuid karveel gebouwd, waarbij de planken strak tegen elkaar liggen, in plaats van overnaads. Daarnaast werden haaklassen toegepast in de huidgangen, terwijl oudere schepen vooral schuine liplassen gebruikten. Alleen in de zandstrook kwamen deze traditionele verbindingen nog voor.
Ook de inwendige constructie vertoonde vernieuwingen. Het schip was opgebouwd uit leggers met daartussen geplaatste krommers en had een vrijwel gesloten wegering. Deze kenmerken wijzen erop dat moderne technieken uit de bouw van zeegaande schepen werden toegepast, terwijl de laatmiddeleeuwse rompvorm behouden bleef. Mogelijk weerspiegelt dit een verschuiving van kleinschalige scheepsbouw naar grotere werven.
Het schip was naar schatting 20,4 meter lang en 6,1 meter breed. Jaarringonderzoek wijst uit dat het gebruikte hout na 1648 werd gekapt. Tegels uit de inventaris dateren tussen 1640 en 1660.
Door: Silke van Lohuizen • Bron: Joran Smale (MaSS-database) • Foto’s: Nationaal Scheepsarcheologisch Depot, Museum Batavialand
Vrijwilligers van AWN Flevoland dragen bij aan het in kaart brengen van archeologische vondsten. Word ook lid.
Meer hierover is ook online terug te vinden op: www.awnflevoland.nl.
Spot jij iets dat niet klopt of heb je een aanvulling? Meld het via de links hieronder.






























