
Schepenzaal krijgt lift naar moderne tijd: pronkstuk na zeven eeuwen voor iedereen toegankelijk
· leestijd 3 minuten Algemeen(door Nick de Vries)
KAMPEN - Wie in de zestiende eeuw de Schepenzaal van Kampen binnenstapte, werd via het beeldhouwwerk van Colijn de Nole fijntjes op de zeven deugden gewezen. Bedoeld als reminder voor de rechtsprekers en bestuurders: ‘heren, grote macht geeft grote verantwoordelijkheid’. Anno 2026 greep museumdirectrice Nynke van der Wal de verbouwing van het museum aan om nog twee hedendaagse deugden zichtbaar te maken: inclusie en klimaatbestendigheid. Niet zoals De Nole in zandsteen, maar in liften, routing, isolatie, ventilatie en energiegebruik.
“Druk maar op de knop”, roept Van der Wal naar een collega. “Dan moeten jullie even aan de kant, anders ga je ook mee omhoog”. Het journaille dat zich voor deze eerste verbouwings-perspresentatie verzameld heeft, drukt zich tegen de muur. Een plateau rijst diagonaal uit de vloer. Wie had in 1345, toen het Oude Raadhuis gebouwd werd, kunnen bedenken dat bijna zeven eeuwen later ook rolstoelgebruikers de Schepenzaal zouden kunnen betreden? Van der Wal beziet het met genoegen. “Hiermee is het belangrijkste object van dit museum, de prachtige Schepenzaal, voor het eerst voor iedereen toegankelijk.” De hele routing vanaf de ingang van het museum is herzien en beter toegankelijk gemaakt.
Na de verbouwing beperkt de kunst zich nog minder dan voorheen tot wat aan de muur hangt of achter glas staat. Ook het gebouw zelf doet nadrukkelijk mee en wordt onderdeel van de presentatie.
Duetten
Zoals in de zaal met de kleurrijke patronen van Christie van der Haak. Het hedendaagse, sprookjesachtige patroon knalt van de muren en echoot de enorme kanten molensteenkraag van Catharina van Averenck op het portret uit 1622. “Dit noemen wij duetten”, vertelt Van der Wal. “Wij laten hedendaagse kunstenaars reflecteren op de oudere werken.”
Het is een van de manieren waarop Van der Wal het heden met het verleden wil verbinden. “We zijn er aan toe om nieuwe verhalen te vertellen”, zegt ze. Flexibiliteit was dan ook een belangrijk uitgangspunt van de verbouwing. De oude zalen boden die niet. De vaste presentatie stond sinds 2009 en het museum kon moeilijk inspelen op actualiteiten, nieuwe aanwinsten of stukken uit het depot. Dankzij de nieuwe inrichting kan Van der Wal sneller wisselen en steeds andere verhalen over Kampen en zijn inwoners vertellen.
Ook de openheid van het nieuwe museum draagt hieraan bij. Veel ramen zijn opengewerkt, zodat nu vanuit het museum zelf ook zicht is op de eeuwenoude stad en het hedendaagse leven. Het museum moet zo volgens Van der Wal ‘een andere blik op de wereld bieden’. Figuurlijk, maar ook letterlijk door even uit de ramen te kijken en te genieten van de stad.
Trappenhuis
Ze stapt het statige trappenhuis uit 1888 in. Het gerenommeerde kunstenaarsduo FreelingWaters heeft zich hier vrijelijk mogen uitleven. Een vertrouwen dat Van der Wal durfde te geven gezien de staat van dienst van de kunstenaars Gijs Frieling en grafisch ontwerper Job Wouters die eerder al monumentale, handgeschilderde werken maakten in Museum Boijmans Van Beuningen en zelfs het Grand Palais in Parijs.
Hiermee is het belangrijkste object van dit museum, de prachtige Schepenzaal, voor het eerst voor iedereen toegankelijk
Ze hebben zich niet ingehouden. Het trappenportaal is kleurrijk beschilderd: vogels, vissen, fantasiepatronen, maar ook werken uit het museum zijn in de muurschildering, die drie verdiepingen overspant, verwerkt. Behalve dat het er spectaculair uitziet, is het volgens Van der Wal ook een mooi educatief schilderwerk. “Kinderen kunnen straks op zoek gaan naar alle museumstukken die in de schildering verwerkt zijn.” Van onder in het portaal kijkt ze tevreden omhoog. “Wat een mooi beeld geeft dat vanaf hier, hè?”
Verduurzaming
Terwijl de schilderingen knallend in het oog springen, is van een andere grootscheepse en belangrijke ingreep maar weinig te zien. “En dan heb ik mijn werk goed gedaan”, lacht Ingmar Flier. Flier is gemeentelijk projectleider van de verduurzaming van onder andere het Stedelijk Museum. “Een gebouw als dit verduurzamen is een grote uitdaging. Want je wilt de ingrepen zoveel mogelijk buiten het zicht houden. Kijk bijvoorbeeld naar deze prachtige raampjes”. Hij wijst op het glas-in-lood in de Gouden Zaal, dat als achtergrond van menig Kamper ja-woord gediend heeft. “Hoe isoleer je dit zonder het karakter aan te tasten? Dan moet je compromissen sluiten, maar ik denk dat we daar goed in geslaagd zijn.”
Het is een klein onderdeel van de grootscheepse verduurzaming van gemeentelijk vastgoed dat zo’n 21 panden in Kampen omvat. De gemeente greep de verbouwing van het Stedelijk Museum aan om alvast een deel van de verduurzaming door te voeren. Flier: “Omdat alle muren eruit waren, was dit een ideaal moment om alvast wat voorwerk te doen. We hebben de radiatoren weggewerkt en vloerverwarming aangelegd. Bovendien konden we nu alvast de leidingen aanleggen in aanloop naar de toekomstige verwarming met warmtepompen.”
Tijdens de presentatie waren enkele zalen nog afgedekt. Er wordt nog hard gewerkt, maar de contouren zijn tijdens dit voorproefje voor de pers al meer dan zichtbaar. Nog even dan wordt een periode van een ruim jaar verbouwen bekroond met de grote publieksopening. “We zijn er bijna klaar voor. En we openen met een echte knaller. Dat is uiteraard de tentoonstelling van Avercamp waarin een unieke verzameling werken van Hendrick en Barent Avercamp samenkomt.” Een historisch meer toepasselijke plek is nauwelijks denkbaar. Wie vanuit de expositiezalen een blik uit het raam werpt, ziet de IJssel en het landschap waarin de schilders leefden en werkten en dat in hun werk terugkeert. Heden en verleden komen samen.
Wie de tentoonstelling met ruim vijftien schilderijen en vijftig tekeningen wil zien, kan vanaf 3 oktober in het museum terecht. De expositie loopt tot en met 10 januari 2027.
Spot jij iets dat niet klopt of heb je een aanvulling? Meld het via de links hieronder.































