
naar de bus
Ingezonden IngezondenSoms is het duidelijk dat hij blij is. Dan maakt hij een soort keelgeluiden die met wat goede wil kunt vergelijken met kirren. Ook schommelt zijn bovenlichaam wat meer heen en weer bij het lopen.
Het duurde een paar maanden voordat ik hem regelmatig zo zag. Blijkbaar was hij blij me te zien - of om naar de dagbesteding te gaan, of gewoon om met de bus te gaan. De woonbegeleiders zeiden steeds vaker “Otto is er” in plaats van “de bus is er”. Zij hielden het er op, dat Menno blij was met de chauffeur.
Met hem deed ik iets wat best uitzonderlijk is voor mijn omgang met de klanten. Ik liet hem zelf zijn tas dragen. Eigenwijs van me, want iedereen droeg de tas voor hem, maar eigenwijsheid houdt het leven spannend. In het begin betekende dat, dat we tijdens de 30 meter lopen drie keer moesten stoppen, omdat hij zijn tas weer moest oprapen. Maar na drie weken dagelijks oefenen, was dat nog maar een keer, of helemaal niet. En al spoedig lieten een paar van de woonbegeleiders hem ook zelf de tas dragen, als ik hem kwam halen.
Zo simpel. Zo leuk.
Het mooiste dat ik met hem bereikt heb, is dat hij bij de woonlokatie 30 meter liep naar de woonbegeleider die op hem wachtte, zonder dat ik zijn hand vasthield. In het begin weigerde hij te lopen als niet iemand zijn hand vasthield. Zo kenden we hem. Maar, net als met de tas, met geduld en oefening ging het wel.
Natuurlijk blijf je als chauffeur niet altijd dezelfde mensen rijden. Als ik hem later tegenkwam, zag ik steeds minder vaak dat hij zelf zijn tas droeg.
Soms, als ik hem nu toevallig zie en hij naar de bus van een collega moet, pakt hij mijn hand, en dan breng ik hem naar die bus. Dag, Menno. Leuk je te zien.
Otto Stam



























