Afbeelding
Rick meinen.

Kamper Tweede Kamerlid Hilde Palland: “Familiebedrijven ruggensteun geven bij de uitdagingen van deze tijd”

Ondernemen in Kampen

KAMPEN – Tweede Kamerlid Hilde Palland (CDA) uit Kampen heeft een initiatiefnota geschreven die aandacht vraagt voor familiebedrijven. Palland vond dat er te weinig aandacht vanuit Den Haag was voor familiebedrijven, terwijl zij in haar ogen juist ‘de stabiele ruggengraat van onze economie’ zijn. Door haar inzet heeft de Tweede Kamer familiebedrijven nu meer op het netvlies staan. “Ik zou het mooi vinden als het onderwerp ‘familiebedrijven’ in het regeerakkoord terugkomt.”

Door Niek Teune  

Wat is nu eigenlijk een familiebedrijf?  
“Van een wereldberoemd merk als Heineken tot de lokale bakker; het zijn allemaal familiebedrijven. ‘Het familiebedrijf’ bestaat eigenlijk niet. Overal zie je ze terug. In Overijssel zijn zij hele belangrijke werkgevers in bijvoorbeeld de maakindustrie, horeca of agrarische sector. Familiebedrijven zijn de stabiele ruggengraat van onze economie.”

Wat is bij uitstek kenmerkend voor een familiebedrijf? 
“De bedrijfsvoering van familiebedrijven is gericht op de lange termijn. Centraal staat het gezond doorgeven van het bedrijf aan de volgende generatie. Daarnaast zie je dat een familiebedrijf vaak erg betrokken is bij de stad of het dorp waar de familie vandaan komt. Ze zijn ‘lokaal geworteld’ en vaak de dragers van het lokale verenigingsleven. Dit type bedrijvigheid zou de overheid moeten willen faciliteren. In Den Haag is de aandacht voor familiebedrijven wat toegenomen in de afgelopen jaren, maar dit vertaalt zich nog niet in specifiek beleid. We doen op te moment te weinig om familiebedrijven te helpen bij de uitdagingen waar zij voor staan, vind ik.”

U hebt daarom de afgelopen twee jaar gewerkt aan een initiatiefnota voor de Tweede Kamer, speciaal over familiebedrijven. Wat is een initiatiefnota eigenlijk? 
“Elk Tweede Kamerlid kan het initiatief nemen om een beleidsvoorstel te doen, op papier. Dit beleidsvoorstel gaat over een onderwerp waarop nog geen beleid is of over een onderwerp dat nog niet de aandacht van het kabinet heeft gekregen.”

Waarom speciaal een initiatiefnota over familiebedrijven? 
“Allereerst omdat er nog geen landelijk beleid voor familiebedrijven was, terwijl familiebedrijven wel een enorme meerwaarde voor onze samenleving hebben. Toen ik in 2017 kandidaat was voor de Tweede Kamer, heb ik aan toenmalig partijleider Sybrand Buma een pamflet overhandigd met ‘de wijsheid uit het Oosten’. Overijssel loopt namelijk echt voorop in het ondersteunen van familiebedrijven. Bij het LEF (Landelijk Expertisecentrum Familiebedrijven, red.) van Windesheim wordt veel onderzoek gedaan. De Provincie Overijssel heeft specifieke regelingen, zoals Family Next. Lerende vanuit Overijssel, denk ik dat wij als landelijke overheid meer moeten kijken hoe wij de positieve kanten van familiebedrijven voor het voetlicht kunnen brengen en de kwetsbaarheden kunnen ondersteunen.”

En toen u daadwerkelijk Tweede Kamerlid geworden was, kon u in Den Haag zelf aandacht vragen voor familiebedrijven?  
“Precies. In de vorige kabinetsperiode was ik woordvoerder op een aantal onderdelen van Economische Zaken, waar Familiebedrijven ook onder valt. Daarom heb ik na de zomer van 2019 binnen de fractie de ruimte gekregen om met de initiatiefnota aan de slag te gaan. Vervolgens heb ik veel informatie verzameld en veel werkbezoeken afgelegd. Van Broshuis en Uitgekookt tot Burgers’ Zoo en Van Bommel Schoenen. Tijdens de Dag van de Ondernemer op 20 november 2020 heb ik mijn nota overhandigd aan de toenmalig staatssecretaris van Economische Zaken, Mona Keijzer.”

Is de initiatiefnota ook een stimulans geweest voor nieuw beleid, speciaal gericht op familiebedrijven?  
“Een paar weken eerder, op 5 november 2020, heeft het CDA bij de behandeling van de begroting van Economische Zaken onder andere gepleit voor het behoud van de fiscale bedrijfsopvolgingsregeling (BOR). Dat is een belangrijke voorziening voor familiebedrijven om bedrijfsopvolging überhaupt mogelijk te maken voor een volgende generatie. De hele Tweede Kamer heeft daarmee ingestemd. Daarnaast heeft het kabinet de opdracht gekregen om in kaart te brengen welke factoren bijdragen aan een goede bedrijfsopvolging en met welke opties die kunnen worden versterkt.”

Is de initiatiefnota na die begrotingsbehandeling nog opnieuw onderwerp van gesprek geweest? 
“Jazeker. Ik ben blijvend in gesprek met deskundigen en ondernemers hierover. Zo ben ik begin 2021 met Jacco Vonhof (voorzitter MKB-Nederland, red.) en Jelle Weever (voorzitter MKB-Nederland Regio Zwolle, red.) op werkbezoek geweest in Nieuwleusen. Ik heb mijn initiatiefnota rond die tijd ook formeel ingediend als bespreekpunt voor de commissie van Economische Zaken. Zo heb ik het onderwerp letterlijk op de agenda gezet. Tegelijkertijd heb ik het verzoek gedaan om voorafgaand aan de behandeling een rondetafelgesprek te houden. Dat is in juni van dit jaar geweest. Onder Nyenrode, branchevereniging FBNed en familiebedrijven uit het hele land, groot en klein, zaten aan tafel. Ik vond het een mooie, informatieve bijeenkomst. Naar aanleiding van dit rondetafelgesprek hebben VVD, Groep Van Haga en CDA de oproep aan het kabinet gedaan om onderzoek te doen naar het efficiënter maken van de BOR.”

De behandeling in de commissie van Economische Zaken was op maandag 11 oktober. Hoe ging dat?
“Vroeg in de ochtend heb ik bij Goedemorgen Nederland op de behandeling vooruit mogen blikken. Daarna was de behandeling in Den Haag, waarbij ik mijn eigen nota mocht verdedigen. Er zijn tijdens de behandeling een aantal moties ingediend. Bijvoorbeeld over het verkennen van toegang tot financieringsmarkt voor familiebedrijven, delen van lokale voorbeelden van familiebedrijvenbeleid en een loket voor familiebedrijven bij de Belastingdienst. Al die moties zijn op 26 oktober aangenomen. We hebben nog één motie over bedrijfsopvolging bij agrarische familiebedrijven, waar we nog overleg over voeren en waar we later over gaan stemmen. Hopelijk wordt ook die aangenomen.”

Hoe gaat het nu verder met de initiatiefnota? 
“De nota is nu behandeld, dus in die zin is de nota klaar. Maar we moeten familiebedrijven in het oog blijven houden. Het is nu zaak voor mij om in de gaten te houden hoe het kabinet de moties gaat uitvoeren. Ik zou het mooi vinden als het onderwerp ‘familiebedrijven’ in het regeerakkoord terugkomt.”

Wat beschouwt u als de grootste winst van de initiatiefnota, tot op heden?
“Een meerderheid van de Tweede Kamer heeft familiebedrijven nu meer op het netvlies staan. We hebben samen uitgesproken dat wij familiebedrijven belangrijk vinden en dat wij in de gaten moeten houden hoe het met hen gaat. Het moet nu vertaald worden in daadwerkelijk faciliteren van familiebedrijven. Ik vind dat wij familiebedrijven ruggensteun moeten geven bij de uitdagingen van deze tijd, zoals digitalisering, energietransitie en bedrijfsopvolging. Daar zal het CDA aandacht voor blijven vragen.”