Links Jelle en rechts Bart Weever.
Links Jelle en rechts Bart Weever. Paul van der wal fotografie

Jelle Weever: ‘Familiebedrijf brengt ons veel rijkdom’

Ondernemen in Kampen

Door Alex de Jong @ Attest Communicatie

Weever. Een bekend familiebedrijf in Kampen. Gespecialiseerd in aannemerij (Weever Bouw, Weever Sloop en Puinkorrel Kampen), op- en overslag van bulkgoederen (Graansloot) en duurzame energie. Daar hoeven we je niets over te vertellen. Maar hoe is het om als telg in dit familiebedrijf te werken? Hoe vanzelfsprekend is dat?

‘Het lijkt allemaal zo romantisch, directeur zijn van een familiebedrijf’, verwoordt Jelle (1986) de algemene teneur. ‘Maar mensen vergeten dat het ook verantwoordelijk met zich meebrengt. Keuzes.’ Zoals dat pa en ma het over een paar jaar rustiger aan willen doen. ‘Bovendien: hoe vanzelfsprekend is het eigenlijk dat ‘de jeugd’ het familiebedrijf voortzet? ‘Mijn ouders hebben vaak tegen mijn broer en mij gezegd: ‘doe het niet, want het kost zo enorm veel energie…’ Desondanks bevalt het Jelle en Bart goed. Want aan de vrijheid die zij iedere dag ervaren, kun je geen prijskaartje hangen. ‘Rijkdom zit in andere dingen dan in geld; ook dat hebben mijn ouders aan hun kinderen meegegeven.’ Kortom: tijd voor een openhartig gesprek.
 
Bert en Conny Weever hebben vier kinderen. Twee jongens en twee meiden. Alleen de oudste, Bart (1985), leek van jongs af aan voorbestemd om in het familiebedrijf te komen werken. ‘Bart was erg op machines gericht. Techniek vond hij boeiend en interessant’, vertelt Jelle, die zelf een carrière als sportjournalist ambieerde. ‘De nieuwe Jack van Gelder, dat leek me wel wat. Ik was verzot op sport.’ Kortom: het was geen vanzelfsprekendheid om in het familiebedrijf aan de slag te gaan. De beide zusjes, Suzanne (1989) en José (1991) werken inmiddels ook in het familiebedrijf.

 Tegenslag

Bart vertelt dat het aan het begin van eeuwwisseling geen rozengeur en maneschijn was. ‘Mijn ouders hadden het zakelijk erg moeilijk. Vijftien jaar keihard werken ging in één klap verloren. Ineens stond het bedrijf aan de rand van het faillissement. Ze hadden toen net Graansloot overgenomen. Uiteindelijk hebben ze moeten besluiten het vrachtwagen transportbedrijf te verkopen.’ De vier kinderen kregen veel van de ellende niet mee, maar dat een eigen zaak keihard werken was en de nodige zorgen met zich meebracht, dat was wel duidelijk. Sterker nog: Bert waarschuwde zijn kinderen er bij herhaling voor om maar beter niet in het bedrijf te gaan werken. Toch kruipt het bloed waar het niet gaan kan. Bart was de eerste om het familiebedrijf in te stappen; al vanaf zijn twintigste werkt hij er. Jelle trad pas in 2013, op 28-jarige leeftijd, toe. Bert en Conny bleven aandeelhouders van Graansloot, Windkracht b.v. en Puinkorrel Kampen. Vorig jaar namen Bart en Jelle de laatste aandelen over van het sloop- en bouwbedrijf.



Rijkdom
‘Wij zijn opgevoed met het gedachtengoed dat winst maken geen doel op zich is’, weet Jelle. ‘De rijkdom die het geeft, zit veel meer in de vrijheid om zelfstandig te zijn en zelf keuzes te maken waar je achter staat. Ook is het een uitdaging om iedere dag dingen zelf te sturen en mooier en beter te maken. Dat maakt ondernemen superleuk’, vertelt hij. Het hebben van een eigen bedrijf is volgens hem wel minder romantisch dan het lijkt. ‘Mensen vergeten dat je wekelijks veel uren maakt, privé offers moet doen en in je hoofd nooit klaar bent met de onderneming.’

Een familiebedrijf is complex, vertelt Bart. Zo moet de oudere generatie de jongere generatie wel de ruimte geven, maar ook moeten zij er klaar voor zijn. ‘Als ‘kind van’ heb je ook je eigen verantwoordelijkheid hierin. Klanten hebben bovendien eerst met je vader te maken en nu met jou. Dat betekent dat ze jou altijd vergelijken met je vader en met diens werkwijze. Bart vertelt dat ze altijd als volwassenen met hun ouders over de zaak kunnen praten. Soms ziet hij wel dat dit binnen andere familiebedrijven misgaat.

Tekst gaat verder onder de foto.
Bijschrift -

Paul van der wal fotografie

Wij zijn opgevoed met het gedachtengoed dat winst maken geen doel op zich is.

Bloedband
En de relatie tussen de broers en zussen onderling? ‘Als kinderen hadden we natuurlijk ook wel eens spanningen. Leeftijd biedt echter relativering en respect voor elkaar. Je weet wat je aan elkaar hebt en dat je op elkaar kunt bouwen.’ Dat is de basis van ons familiebedrijf.’ Dat deze kernwaarden worden gewaardeerd, blijkt wel uit het lage personeelsverloop dat de Weever-bedrijven kennen. ‘Dat is een groot compliment voor ons als familiebedrijf’, stelt Jelle. ‘We zijn het laatste jaren flink gegroeid. Wij als directie moeten ervoor zorgen dat mensen zich fijn voelen op de plek waar ze zitten; daar met plezier hun werk doen en dat de organisatie minder afhankelijk van ons wordt.’ Een dergelijk groot team vraagt ook om als directeur/eigenaar soms een stapje terug te doen. ‘Nu moet je je team zo motiveren en sturen dat je zelf grip hebt op de inhoud, zonder dat je alles nog in de gaten kunt houden. Daar heb ik wel een tijdje moeite mee gehad.’

Geen curlingouders
‘In de golf omhoog gaat alles vanzelf, maar gaat de golf naar beneden, dan word je als ondernemer mentaal het zwaarst getest. Beide momenten hebben Bart en ik al meegemaakt’, vertelt Jelle. ‘Op momenten dat het onder je lijkt af te breken, moet je positief kunnen blijven en als kapitein sturing kunnen geven.’ Wat dat betreft hebben de broers volop respect voor zijn ouders, die ook in moeilijke tijden nooit de aandacht voor hun kinderen lieten verslappen. ‘Ze hebben hun moeilijke momenten gekend, maar hebben ons dat nooit laten merken. Ze waren altijd positief, liefdevol en geduldig. Ook kan ik altijd mijn ouders om advies vragen. Ze zullen het nooit voor me oplossen. Dat hebben ze ook nooit gedaan toen we kind waren.’ Het fenomeen ‘curlingouders’, waarbij ouders alle obstakels voor hun kinderen wegnemen is hem vreemd.

Kruispunt
‘We staan nu op een kruispunt wat betreft het brede familiebedrijf. Onze ouders zijn nu zestig en we moeten als familie goed nadenken of en hoe we in de komende tien jaar met de verschillende bedrijven als broers en zussen verder gaan’, sluit Bart af.

Afbeelding