Afbeelding
Marjan van Houwelingen.

Wethouder Economische Zaken Bas Wonink: ‘Kampen mag best grotere ambities hebben’

Ondernemen in Kampen

Door Alex de Jong @ Attest Communicatie
Als scholier luisterde hij vol ongeloof naar de verhalen over hoe Kampen, als Hanzestad, oorlog voerde met Denemarken. ‘En de strijd won!’, vertelt hij vol overgave. ‘Kampen was rijk, kon met gemak huursoldaten betalen en streed voor haar handelsrechten.’ Een roemrucht verleden dat hem als kind al zeer aansprak, maar waarvan hij dacht dat het een geromantiseerd verhaal was. Inmiddels weet hij beter. 

De historie klopt. Maar dat niet alleen. We kunnen ook leren van de ambitie van toen. Het verklaart deels waarom de kersverse wethouder dolgraag met ondernemers/bewoners in conclaaf gaat. Want we mogen ‘best grote ambities’ hebben, vindt hij. Graag hoort hij wat er leeft, wat ondernemers zoeken, missen of ambiëren in Kampen. ‘Wat is als ondernemer jouw stip op de horizon?’ Samen kunnen we daarnaartoe groeien, stelt hij. Al heeft groei ook één grote beperking. ‘De strijd om de schaarse ruimte is begonnen.’
 
Tijd voor een kennismaking met Bas Wonink (47), die zijn werk bij het Hoogwaterbeschermingsprogramma tijdelijk ‘on hold’ zette om voor het CDA het wethouderschap, na het vertrek van Geert Meijering, weer in te vullen.

Brede portefeuille

Was er niet kort sprake van dat er gewacht zou worden met het invullen van deze positie tot na de verkiezingen in maart 2022? ‘Dat was een discussie waarin ik meer lijdend voorwerp dan deelnemer was’, grapt hij. ‘De portefeuille van Geert was zo groot, er zat zoveel werk in en er komen nog zoveel besluiten aan, dat Kampen ook in die tussenliggende periode echt wel een vierde wethouder verdient. Dat was ook de uitkomst van de raadsvergadering van 14 oktober, waar mijn voordracht met unanieme stemmen werd aangenomen.’ De CDA portefeuille is breed. Bas somt op: ‘Economie waaronder havens, agrarisch en familiebedrijven, sport, jeugdhulp, evenementen en citymarketing, Kampereiland, gemeentelijke organisatie en de doorontwikkeling daarvan en vergunningverlening… ook de terugkeer van de IJsselkogge valt onder mijn verantwoordelijkheid.’

Bas Wonink kwam op zijn vierde in Kampen wonen, volgde er de lagere en middelbare school en ging daarna studeren in Enschede. ‘Aan de Universiteit Twente heb ik chemische technologie gestudeerd, daarna in Hellevoetsluis gewoond en drie jaar op een olieraffinaderij gewerkt.’ Toch heeft hij Kampen altijd gemist, vertelt hij. ‘In 2001 ben ik weer teruggekomen. Samen met mijn vrouw en drie kinderen, alweer twintig jaar geleden.’ Inmiddels is de oudste zoon afgestudeerd en aan het werk, waar de tweeling nog studeert in Groningen. ‘Vanwege de jongens ook veel als voetbaltrainer en als grensrechter actief geweest.’ Daarnaast was hij ook in zijn eigen jonge jaren een frequent sporter en leerde hij vele sportverenigingen kennen.

Wat maakt Kampen een mooie stad?
‘Wat ik mooi vind aan Kampen - en wat ik miste toen ik weg was: Kampen kent een hele mooie, hechte samenleving en verenigingscultuur. Als je hier op Koningsdag bent, dan wordt er voor jong tot oud wat georganiseerd; de Kamper Oranjevereniging, de Brunneper Oranjevereniging, IJOV, ook alle andere verenigingen, zoals fanfare en muziekverenigingen, maar ook sportverenigingen die een korfbaltoernooi of avondvierdaagse organiseren. Dat alles is hier zo gemeengoed, dat je bijna zou denken dat het overal ‘normaal’ is. Maar geloof me: ik heb in de Randstad gewoond en daar was dat niet zo. Daar miste ik dit leven dus ook.’ Ook roemt hij de gemoedelijkheid van Kampen. ‘Dat, als je hier mensen op straat tegenkomt, je elkaar gewoon groet. Een stukje naar het westen kom je dat niet meer tegen. Dat maakt dat we best wel een heel hartelijke stad zijn. Een stad met een bruisend verenigingsleven. Er is hier altijd wel wat te doen.’

Door datzelfde bruisende verenigingsleven, rolde hij het bestuur van het Waterschap binnen. ‘Op de lagere school had ik les van Pieter Treep. Ik sprak hem, toen de kinderen klein waren en aan de Avondvierdaagse meededen, over de Waterschapsverkiezingen. Of dat niet iets voor mij was?’ Het is 2008 en Bas komt in het bestuur van Waterschap Groot Salland terecht. Hij deed dit werk naast zijn baan bij Rijkswaterstaat ‘zoals anderen naast hun werk in de gemeenteraad zitten’ en kent zo dus het klappen van de bestuurlijke zweep. De aanstelling was toen nog op persoonlijke titel, maar zou later partijgebonden worden. ‘Ik werd door meerdere partijen aan mijn jasje getrokken, maar heb in 2008 bewust gekozen om me bij het CDA aan te sluiten.’ Vanwaar die keuze? ‘Ik vond dat hun partijprogramma het dichtst bij mij stond. Nog steeds. Of dat nu gaat om de opvang van asielzoekers, economie, of zelfredzaamheid in de samenleving, solidariteit, duurzaamheid; ik kan me heel erg vinden in de grondbeginselen van het CDA.’

Logisch dat hij nu, voor datzelfde CDA, wethouder wordt. ‘Ik raakte met mensen van het CDA in gesprek over de vacante positie van wethouder en zei ‘als jullie nog iemand zoeken, dan denk ik wel dat ik het kan regelen met mijn werk; ik ben rijksambtenaar en kan politiek verlof nemen. Bel me maar als je me nodig hebt.’ Aldus geschiedde. Volgens hem zijn er volop urgente zaken die niet kunnen blijven liggen; die schreeuwen om een wethouder. ‘Denk aan de transitie en transformatie van de binnenstad, de ontwikkeling van Melmerpark, het onderzoek dat is opgestart vanuit het samenwerkingsverband Port of Zwolle over de toekomstbestendigheid van onze industrie en havens als het gaat om duurzaamheid, energietransitie en circulariteit… Maar ook de terugkeer van de IJsselkogge is een actueel thema geworden. Daar is ook haast mee geboden. Ik stond erbij op het Van Heutszplein toen het in de spanbanden hing. We moeten de IJsselkogge een plek geven die het Hanzeverleden recht aan doet.’

Rijkswaterstaat
‘Ik werkte bij de programmadirectie van het hoogwaterbeschermingsprogramma; de grootste versterkingsoperatie sinds de Deltawerken. Alle dijken in Nederland en overige primaire keringen moeten in 2050 aan de nieuwe norm voldoen.’ Wat hem vanuit dit werk nu enorm van pas komt, is zijn ervaring met projectmatig werken. Dat wil hij in Kampen ook meer introduceren. ‘Ik wil met bewoners en ondernemers in gesprek. Waar wordt Kampen blij van en hoe komen we gezamenlijk tot een keuze voor de toekomst? Welk doel streven we na? Het is belangrijk dat mensen zich uitspreken, vertellen wat ze willen, hun stip op de horizon met ons delen. Natuurlijk kunnen we het niet iedereen naar de zin maken, zijn er altijd tegengestelde belangen en is er te weinig ruimte om alles te kunnen. Maar alles begint met kenbaar maken waar je naartoe wilt. Win-win situatie zoeken. Hierin hebben we als gemeente niet altijd direct een mening, we zijn dienstbaar aan de ondernemers en inwoners van Kampen.’

Geschiedenis herleven
‘Kampen is een hele oude stad. Rond 1100, toen Amsterdam nog niet eens bestond, waren wij al heel belangrijk. We waren een Hanzestad en we waren in die tijd zo groot en rijk, dat we om handelsrechten in oorlog raakten met Denemarken. Een strijd die we wonnen. Zodat we met onze krakkemikkige bootjes hachelijke avonturen ondernamen door ermee naar de Zwarte Zee te varen. Zo ver Rusland in, dat we zelfs in verbinding kwamen met de Zijderoute. Moet je je voorstellen: dat je, als je eenmaal terugkwam in Kampen, je schat-hemeltje-rijk was. Die Hanzetijd was een wereldmarkt. Een miljardenindustrie, het huidige Silicon Valley overtreffend. Gewoon hier, in Kampen. Ik moest dat verhaal over Kampen heel vaak uitleggen aan collega’s bij Rijkswaterstaat. Het is een belangrijk onderdeel van de vaderlandse geschiedenis. Vandaar dat het nu ook is opgenomen in de Canon van Nederland’, vertelt hij enthousiast. ‘Met dit imago, met dit verleden, moeten we iets doen. Daarom ook is de vondst van de IJsselkogge zo belangrijk. Dat is niet zomaar een vondst, maar een vondst XXL. Daar moeten we apentrots op zijn. Die moeten we niet wegstoppen en er vervolgens weinig mee doen. Daar mogen we best ambitieus mee zijn. Een breder publiek mee aanspreken; publiek dat geïnteresseerd is in ons verleden, dat het leuk vindt om een stadswandeling te maken, die overnacht in een hotel of op Europarcs; mensen die zelfs nog wel eens terug willen komen…’

‘We moeten het mooie van Kampen behouden en verder kijken, met de Kamper maat en bril, naar waar we verder gelukkig van worden. Daarin moeten niet te terughoudend zijn. Soms denk ik: we mogen best een beetje meer verlangen, zolang het maar bij ons past. We zijn geen Amsterdam, geen Almere. Wij zijn Kampen.’


{KADER 1}
‘Leegstand binnenstad loopt snel terug’

 Praat je over de binnenstad van Kampen, dan hoor je in één adem de leegstand. Dramatisch. Maar volgens wethouder Bas Wonink (EZ) is het allang geen drama meer. ‘Dat beeld klopt niet meer. De leegstand is een halt toegeroepen. Sterker nog: de leegstand is in Kampen zelfs wat afgenomen. Er is de laatste tijd winkelaanbod bijgekomen.’

Dit goede nieuws is te danken aan de inspanningen van Binnenstad Management Kampen (BMK), waarin ondernemers, vastgoedeigenaren en de gemeente samenwerken aan een nieuwe visie op de aanpak van leegstand. ‘Zij geven al een aantal jaren gezamenlijk vorm aan een nieuw beleid dat er inmiddels met kleine stapjes toe heeft geleid dat de leegstand in de binnenstad terugloopt. De gezamenlijke aanpak zorgt ervoor dat er nieuwe ervaringen worden opgedaan in de binnenstad, waardoor er een ander investeringsklimaat ontstaat. We zien dat het plan voor een vitale, levendige binnenstad werkt.’

Mooie plannen
‘Mensen willen een gezellige stad vol reuring. Het winkelend publiek wil graag allemaal leuke winkeltjes’, weet hij. ‘Daarnaast is het echter een trend dat het benodigde winkelvloeroppervlak afneemt, doordat mensen meer internetaankopen doen, en grote ketens zich liever op een andere manier in een stad vestigen en niet meer in kleine winkels of boetiekjes willen zitten. Dat de leegstand in de binnenstad iets is teruggelopen betekent overigens niet dat we achterover kunnen leunen. Het veranderend winkellandschap is een trend die blijvend is ingezet. Daarom ligt er inmiddels een toekomstvisie voor de binnenstad: ‘de transitie en transformatie binnenstad Kampen
dat door de raad zal worden besproken. Het behelst plannen en ideeën, met zes deelgebieden. Door bepaalde functies te concentreren, houd je de binnenstad mooier en vitaler. Toekomstbestendiger. De BMK heeft dit plan uitgewerkt en wanneer de raad dit omarmt, gaan we ervoor.’ Daarmee heb je niet van vandaag op morgen alles zoals je dat zou wensen, maar het tij is gekeerd, stelt de wethouder. ‘Er zijn al resultaten geboekt, en dat is positief. De leegstand is een halt toegeroepen en inmiddels teruggedrongen. We hebben meer winkel- en horeca-aanbod dan een paar jaar geleden.’

Ruimte voor het bedrijfsleven

In een recent onderzoek over welke gemeente het meest MKB-vriendelijk was, kwam Kampen er nogal bekaaid vanaf. Is de gemeente Kampen door de jaren heen haar bedrijfsleven vergeten? Wethouder Bas Wonink (EZ): ‘Die indruk heb ik zeer zeker niet. Kijk maar naar de revitalisering en uitbreiding van industrieterrein Spoorlanden. Door mijn voorganger geïnitieerd. Familiebedrijven als Postuma en Van Marle, wat nu Uitgekookt heet, zijn voor de gemeente behouden. Revitalisering van het industrieterrein is in volle gang. Er zijn inspanningen geleverd.’

En die lage positie in het onderzoek? ‘Klopt, daar kwamen we niet heel goed uit. Maar ik zou heel graag aan de ondernemers willen vragen; willen jullie op 1 komen te staan? Is dat wat jullie willen? Als dat de gezamenlijke ambitie is, gaan we een stappenplan maken en een pakket met maatregelen, om op die positie te komen. Samen.’

Uitverkocht
‘In een overleg waar ik vandaag zat, werd gezegd dat de slag om de schaarse ruimte is begonnen. Ook in Kampen.’ Dat kan remmend gaan werken, weet de wethouder. ‘Een bestemmingsplan voor een nieuw bedrijventerreinen loopt via de provincie. Dat traject duurt van idee tot realisatie zeker vier tot vijf jaar’, stelt hij. ‘Op dit moment hebben we nog drie, vier kavels over op bestaande bedrijventerreinen waar bedrijven al een optie op hebben genomen. Als deze bedrijven hun plannen uitvoeren, dan zijn we volledig uitverkocht. Dan is elk stukje ruimte aan industrieterrein in Kampen benut.’ Dat betekent niet een einde aan de groei, verzekert hij. ‘In ‘Port of Zwolle verband’ wordt ook geïnventariseerd hoe de toekomstbestendigheid van bestaande industrieterreinen in onze gemeente is. Daarbij kijken we naar trends en ontwikkelingen, zoals circulaire economie, afname van industrie die is gebaseerd op fossiele brandstoffen, mogelijk verschuiving in industrie die gebaseerd is op agrifood, modulair bouwen, et cetera.’ Waar kansen liggen, zullen we ze pakken. En die schaarse ruimte? ‘Wat we wel kunnen doen is het revitaliseren van huidige bedrijventerreinen om de kwaliteit ervan te verhogen. En inbreiding. Op kleinere schaal, maar wel op kortere termijn, ruimte creëren voor bedrijvigheid. Dat betekent in samenspraak bedrijven verhuizen die elders beter tot hun recht komen, zodat ze weer ruimte vrijmaken voor nieuwe industrie op hetzelfde bedrijventerrein. En natuurlijk moeten we tussenliggende ruimtes beter benutten, al schept dat maar beperkt extra ruimte. Kortom: het bestaande aanbod optimaliseren en efficiënter gebruiken.’