Afbeelding
Foto: Gerard Meijeringh

De onmisbare schakel in de sport: Deel 1: Johan de Leeuw

Sport

KAMPEN - Vrijwilligers zijn onmisbaar in de sportwereld. Dat is al tijden bekend, maar tijdens de coronacrisis blijken deze mensen eens te meer goud waard. In deze rubriek aandacht voor deze onmisbare schakels in de sport. In het eerste deel een gesprek met Johan de Leeuw. Hij was in de jaren zestig acht jaar beheerder van ‘Ons Eigen Nest, het toenmalige clubhuis van KHC in de Geerstraat. Tegenwoordig is hij vooral actief als begeleider van het arbitrale trio bij wedstrijden van KHC 1.

Het is zaterdag 17 april. Normaliter zou het een drukte van belang zijn op Sportpark De Venen. Nu zit ik met Johan de Leeuw in de bestuurskamer. “In deze tijd is er helemaal niets aan. Thuis zit je tussen twee muren. Eerder ging ik wel eens de stad in om een pilsje te drinken. Dat kun niet. Het is verschrikkelijk”, aldus De Leeuw.

Beroepsmilitair

De Leeuw kwam eind jaren vijftig bij KHC terecht. “Ik was beroepsmilitair en werd overgeplaatst naar Nunspeet. Toen ben ik bij mijn ouders in Kampen gaan wonen”, vertelt De Leeuw. “Ik voetbalde in een elftal bij het leger. Een kennis van me zat bij KHC en adviseerde me om bij KHC te gaan voetballen. Ik twijfelde, maar toen kwam ik Gerrit van der Weerd tegen in De Stadsgehoorzaal. Hij was daar directeur. Hij vroeg me waar ik ging voetballen. ‘Misschien bij DOS’, zei ik. “Ben jij helemaal bedonderd! Je gaat naar KHC”, reageerde Van der Weerd. Hij heeft me toen het laatste zetje gegeven”, lacht De Leeuw.

Wandelende nier

Hij ging voetballen bij KHC. “Arend Gerritsen was toen de trainer. Ik heb negen maanden gevoetbald. Daarna kreeg ik nierproblemen. Ik had last van een ‘wandelende nier’. Die moest worden vastgezet. Daarna mocht ik niet meer voetballen. Dat was niet gemakkelijk. Ik stal mijn voetbalschoenen uit de schuur om weer te kunnen trainen. Maar daarna kreeg ik weer last. Daarna ben ik gestopt.”

Ons Eigen Nest

Na een tijdje solliciteerde De Leeuw met succes naar de functie van beheerder van clubhuis ‘Ons Eigen Nest’ van KHC. “Ik was getrouwd en woonde bij mijn schoonouders. Toen ik aan de slag ging als beheerder, kregen we een plek in de bovenwoning van het clubhuis.” Maar liefst acht jaar waren De Leeuw en z’n vrouw actief als beheerder van het KHC-clubhuis. “Het was een prachtige tijd en ook hard werken. 24 uur per dag in dienst van KHC en zeven dagen per week geopend. Op donderdag was het soosavond. Dan kwamen alle KHC’ers die dik in het verenigingsleven zaten. En ook vrijdagavond was het een topavond. Dan werd er geklaverjast. In die tijd was het KHC-gevoel heel erg sterk. Meer dan nu? Ja. Het was toen een heel hechte groep, maar dat ging later verwateren. Sommige jongens gingen werken bij Hoogovens. Toen viel het uit elkaar.”

Rapporteur

Het leven van De Leeuw veranderde ook. In 1968 stopte hij als beheerder. “M’n vrouw was zwanger. We wilden ons tweede kind meer aandacht geven. Mijn andere jongen was meer opgegroeid bij mijn schoonouders.” De Leeuw zat nog twee jaar in het bestuur van KHC als wedstrijdsecretaris en bleef ook daarna actief in het voetbal. Hij maakte zich verdienstelijk als rapporteur van scheidsrechters bij de KNVB. “Wim Schreijer heeft me enthousiast gemaakt. Hij was bode bij de gemeente en was rapporteur. Dat leek mij ook wel wat. Zo ben ik erin gerold.” Daarvoor was De Leeuw ook nog twee jaar bestuurslid bij KHC. Als rapporteur beleefde hij de gekste dingen. “Ik heb wel eens meegemaakt dat de scheidsrechter niet meer naar buiten durfde.”

Ander baantje

In 2007 moest hij stoppen als rapporteur van de KNVB vanwege zijn leeftijd. “Ik was toen 70 jaar. Tjibbe (KHC-voorzitter Tjibbe van Dijk) was het niet ontgaan dat ik moest stoppen. ‘Ik heb nog wel een ander baantje voor je. Het opvangen en begeleiden van scheidsrechters bij KHC’, zei hij tegen me. Dat heb ik toen gedaan en dat doe ik nog steeds.” Twee jaar nadat hij noodgedwongen moest stoppen, klopte de KNVB bij hem aan of hij zijn rapporteurswerkzaamheden weer wilde op oppakken. “Maar dat heb ik toen niet gedaan. Dat werk was toen zo digitaal geworden. Dat was voor mij een stap te ver. Bovendien had ik al een nieuwe baan bij KHC”, aldus De Leeuw.

Lunchpakket

In normale tijden, als er volop wordt gevoetbald, geniet De Leeuw van het uitvoeren van zijn taken. Zijn werkzaamheden beginnen al op donderdag. “Dan bel ik de scheidsrechter en de grensrechters op. Dan overleggen we hoe laat ze komen en hoe ze onze accommodatie kunnen bereiken. Ik wens ze alvast een goede reis. Op zaterdag vang ik ze keurig op. Ik zorg ervoor dat er een lunchpakket klaar ligt als ze de kleedkamer betreden. Ik begeleid de arbitrage en bescherm ze ook als dat nodig is. Ik wil geen gedonder. Ik doe dit alleen bij de arbitrage van het eerste elftal. In noodgevallen spring ik wel eens bij en doe ik ook de arbitrage voor het tweede elftal erbij”, zegt De Leeuw.

Waardering

De KHC-vrijwilliger oogst veel waardering voor zijn rol. “Ik heb nog nooit een scheidsrechter afgevallen, al was die ook zo slecht. Ik krijg niks anders dan complimenten. ‘Het is zeldzaam wat hier bij KHC gebeurt’, hoor ik dan. Mijn werk wordt heel erg gewaardeerd. Of de club veel aan mij te danken heeft? Dat valt wel mee. Ik ben een trouw lid en doe mijn vrijwilligerswerk. Op maandag sta ik ook nog achter de bar en open ik om 17.30 uur onze accommodatie. Je doet gewoon wat je moet doen voor de vereniging.”

Johan de Leeuw is inmiddels 85 jaar. Ondanks zijn hoge leeftijd denkt hij niet aan stoppen. “Natuurlijk beginnen de jaren te tellen. Ik ben sneller moe. Daar moet ik wel rekening mee houden, maar het gaat nog steeds hartstikke goed. Ik ben hier nog iedere dag. Lekker koffie drinken met andere KHC’ers. Zolang ik me zo goed voel als nu, ga ik nog wel even door.”