Afbeelding
Sien Nieuwenhuis

Column Hondenhoek: Anders doen

Algemeen

Er gebeurt wel eens iets in een hondenleven waardoor er voor een moment een totale verandering in het gedrag te zien is. Een meedenkende eigenaar gaat dan zoeken naar een oorzaak. En die is vaak terug te voeren naar een zintuiglijke waarneming die de hond doet. Hij ziet, hoort of ruikt plotseling iets waarop hij niet verdacht is en dit roept een heftige lichamelijke reactie, een overlevingsmechanisme,  op. Maar de netwerken in het brein zijn hierin al vliegensvlug voorgegaan en zij zijn de veroorzakers van die heftige lichamelijke reactie. Op dat moment telt nog maar 1 verandering waardoor alle andere lichaamsprocessen naar achter geschoven worden en dan in veel gevallen worden onderdrukt. Er moet alleen aan die ene emotionele  uitbarsting worden voldaan.  Als de eigenaar dit beseft is er al een geheel andere uitgangspositie tijdens  het trainen van de hond. 

Bij sommige baasjes heerst nog de gedachte dat een hond altijd gebaat is bij ‘echt’ leiderschap en dat het dier altijd de mindere moet zijn. Het mag bijvoorbeeld niet naar een andere soortgenoot rennen, maar moet op het eerste commando in rechte lijn bij de baas komen. Of er mag niet geblaft worden naar bezoek en dus moet dat afgeleerd worden. Maar bij deze voorbeelden moet er afgewacht worden tot zij gebeuren pas en daarna grijpt de geleider in. In dit geval is men bezig met het beestje iets af te leren en het niet gewenste gedrag wordt onderdrukt door de baas. Echter in zijn brein is de hond al onderdrukt, omdat hij alleen nog rekening kan houden met zijn eigen emotie op dat moment. Er zijn dan ook twee tegenstrijdige belangen ontstaan. 

Een andere aanpak is de methode volgen waardoor de hond iets aanleert. Via deze benadering wordt het gewenste gedrag dat het dier vertoont, beloond. Naar een soortgenoot rennen om te spelen hoeft dan niet meer zo direct ontmoedigd te worden omdat de delinquent even de emotie kwijt kan en zich daarna weer kan voegen bij de begeleider. Er is dan voldaan aan de behoefte van: ‘ik moet en ik zal in ieder geval even mijn soortgenoot begroeten’ en bovendien is er aan een andere behoefte voldaan, namelijk: mijn menselijke vriend en ik zijn weer herenigd en wij lopen samen door. Of in het  geval van blaffen naar gewenst bezoek kan de vermeende indringer de hond ook een versnapering aanbieden zonder daarbij het dier aan te kijken. 

Aankijken kan in de hondse beleving namelijk een vorm van intimidatie betekenen. Als iemand dus niet intimiderend overkomt, maar toch wel wat lekkers aanbiedt, is dit een vriendschappelijk gebaar waarop trouwens ook weer niet iedere hond even goed reageert. Maar als het wel lukt, heeft het dier een beloning ontvangen en weer iets aangeleerd. Wat ik gemerkt heb, is dat de positieve manier van training heel leuk werkt, zowel vanuit de hond als de baas bezien. Dit wil echter niet zeggen dat een geleider alles maar moet goed vinden met de achterliggende gedachte dat het gedrag van de hond vanzelf de goede kant opgaat. Als het echt de spuigaten uitloopt, mag er ook wel eens minder zacht maar wel duidelijk ingegrepen worden. Overigens werkt het bij onze eigen soortgenoten precies hetzelfde. Wij doen ook liever iets met een complimentje in het vooruitzicht maar als het om een boete gaat willen wij er nog wel eens onderuit kruipen of er dwars voor gaan liggen.

Bert Nieuwenhuis.